Op 24 juni heb ik samen met mijn 2 broers,schoonbroer,neef en mijn vader de uitdaging aangegaan om de Mont-Ventoux te beklimmen. Als voorbereiding had ik al ongeveer 5 maanden naar mijn werk gefietst (dagelijks 50 km.) en de laatste weken met de plaatselijke wielertoeristen nog wat kilometers bij getraind. Ik had geen meter bergop gereden en wist dus niet wat ik ervan moest verwachten. De eerste 5,5 km hadden we het heel rustig gedaan en dan vanaf Le Bruns begon het het echte klimwerk. Het was al snel duidelijk dat ieder van ons echt zijn eigen ritme moest zoeken. Ik had als kleinste versnelling een 39 vooraan en een 29 achteraan. Ik kon deze versnelling vrij goed rond krijgen. Na +/- 9 km kreeg ik het enorm zwaar maar wist me nog goed te handhaven en kreeg een opflakkering toen het even minder steil ging…ter hoogte van enkele chalets (nog voor Chalet Reynard). Bij chalet Reynard nam ik mijn bocht zo groot mogelijk om nog wat te kunnen recupereren en uiteindelijk was ik na 1 uur 53 min. 48 sec. boven.Ook de rest van de familie had een puike prestatie geleverd met als speciale vermelding mijn vader die toch op 66 jarige leeftijd ook de top bereikte.
Tijdens de zomerreis 2005 in de Provence passeerden we met de auto aan de Mont Ventoux en besloten naar de top te rijden. Tijdens de autorit zag ik al die Ventouristen zwoegen om de top de bereiken … ik kon het bijna niet aanzien, zoveel goesting had ik om dat ook te doen.
Het weer viel niet echt mee : het was ondertussen al 37 – 38°C toen we de start namen aan de fontein en zo de marmeren witte lijn overschreden. De eerste paar km zijn niet meer dan vals plat : ik kon nog gerust op mijn middenblad rijden en mijn hartslag viel nog mee, zo’n 140. Mijn compagnon had het lastiger en zijn hartslag steeg onrustwekkend naar 190 – 195. Al snel liet hij het tempo zakken en moest ik alleen verder. Hij zou later moeten stoppen na een 7tal km.
Na goed 5 km was ik goed opgewarmd en begon het echte werk na de bocht in St Estève.  Al snel zat ik in de bossen.  Het is op die asfaltweg broeierig heet. Gezien de zon hoog zit heb je, ondanks de bomen, nauwelijks schaduw. Dat gedeelte van de klim duurt enorm lang, zo’n 8 km, zonder dat je iets anders ziet.   En gezien het stijgingspercentage van 9 – 11% in dat gedeelte betekent dit zo klein mogelijk schakelen en een goed ritme proberen te behouden. Eerlijk gezegd, toch wel een zware bedoening. Na goed een uur fietsen en een 11,5 km op de teller eventjes gestopt om de inwendige mens te versterken met wat energiereep. Ondertussen toch ook al veel gedronken. De camelbag deed zijn dienst, en gelukkig blijft de drank daarin behoorlijk fris.
Terug de fiets op en eindelijk, na zo’n 14 km begin je stilaan uit de bossen te geraken en kan je verlangen naar chalet Reynard, het enige rustpunt in de klim.  De bossen beginnen stilaan te verdwijnen en zie je de zogenaamde kale berg in zijn volle glorie verschijnen. Aan chalet Reynard nog eventjes rustpauze ingelast en wat energie bijgetankt, om de laatste klim te starten. In de beginnen is het laatste stuk minder stijl, doch al snel verandert dit in een stijgingspercentage van 9%.Â
Maar, eens je chalet Reynard gepasseerd zijn voel je letterlijk dat de top dichtbij is, en die laatste 6 km krijg je echt nieuwe moed.  Hoewel, na 1 km besef je dat er toch serieus moet klimmen. Maar je ziet dra de top en perst er nog eens alles uit.  Nog eens het monument van Tom Simpson gegroet en de laatste km aangevat. De bocht net voor het einde doorgezet en … hoera, driewerf hoera. De top bereikt, de Mont Ventoux getemt.  En afgeklokt op 2u7min. Net niet de tijddoelstelling van 2u bereikt, maar toch enorm gelukkig dat ik het gehaald heb.
Bij de start deed ik het rustiger aan in vergelijking tot mijn twee metgezellen. Het tempo waar ik mee begon was erg rustig, zodat ik op het laatste stuk genoeg energie zou over hebben. Na ongeveer 2 kilometer kreeg ik de eerste tegenslag al te verwerken, mijn ketting lag eraf. Met in het achterhoofd de eindtijd die nu zou worden verkloot probeerde ik zo snel mogelijk de ketting er weer op te leggen. Dat lukte redelijk snel, waarna ik weer rustig doorfietste. Bij het eerste steile stuk ging het weer mis, nu was het onbegonnen werk de ketting er weer op te leggen. Vloekend op alles liep ik verder naar boven en vroeg me af waar mijn begeleidingsbusje bleef. In dit busje hadden we twee reservefietsen geplaatst zodat ik eindelijk mijn agressie op de fiets kwijt zou kunnen. Tien á vijftien minuutjes later was het moment daar. De Gitane 1500 inruilend voor de Trek 1000 vervolgde ik mijn rit.
De standaardvraag die volgt van de meeste mensen: Vond ik het zwaar? Jaja, het was zwaar, maar… verwachtte minimaal half te sterven, en dit was (jammer genoeg) niet het geval. Wel ben ik bang dat ik door het virus van het klimmen ben gegrepen. Je eigen grens opzoeken op een dergelijk heuveltje is namelijk best mooi.
In 2000 was sporten iets wat je op de bank voor de TV deed met een biertje in je ene hand en zak chips in de andere. Toen we dat jaar in de Provence zaten reden we in de auto de MV op en zagen al die rare mensen op fietsen naar boven fietsen, wat een malloten dacht ik toen, terecht!!
6 jaar later en ik ben van een dik mannetje veranderd in een sportfanaat. toen ik deze winter bij Yves was zag ik foto hangen aan de muur van ook een dik mannetje op de MV, hoe toepasselijk allemaal.
Na een rustige heenreis kwamen we zaterdag middag aan in Visan. We stapte uit de auto voor ons huisje in het centrum en ik keek recht vooruit in het gezicht van de kale berg voor me. Het leek net of hij me uit stond te lachen. Wacht maar mannetje leek hij te willen zeggen. Arrogant keek ik terug en was niet bang, oh jij domme ‘ollander.
We hadden de laatste maanden erg veel stress en drukte gehad mijn vrouw en ik en ik had eerlijk gezegd niet echt zin om mijn vrouw veel alleen te laten deze week, dus het was pas maandag dat ik voor het eerst sinds een week op de fiets zat.
‘we’ gingen deze dag even MV doen besloot ik. Dus fiets inladen en richting Vaison Romaine waar ik naar Malaucène zou fietsen waar de klim van deze dag zou beginnen. Eerst nog stukje infietsen en dan naar boven knallen.
MIjn vrouw zou na 7-8 km even met de auto wachten om te kijken hoe het ging.
Na een week niet fietsen voelde de benen lekker aan, alle vermoeidheid was verdwenen, maar echt klim benen had ik niet.
Aanloop tot aan restaurant is vrij vlak en was lekker, na de bocht begint het pas echt en de 30*21 kwam er aan te pas om lekker te kunnen blijven trappen, na 2-3 km schakkel ik terug naar de 30*23 omdat de 9% toch wel zwaar voelt. Kan het echter makkelijk vol houden en kan wat mensen inhalen, na 7 staat de auto van mijn vrouw langs de weg om wat foto’s te maken. Ik rij door met een knikje dat het goed gaat, het is hier weer wat vlakker met 5-6% en ik maak de fout door nog steeds met een te hoge HS te blijven rijden.
Na 10 km klimmen is er links een mooi uitkijkpunt, rechts gaat de weg weer wat meer omhoog zie ik wel, we gaan over de 10% heen…. mijn beentjes krijgen het zwaar en ik leg mijn laatste wapen op tafel : 30*25. Na 13 km mis ik mijn paaltje langs de weg, elke kilometer staat er namelijk netjes een paaltje met hoogte en stijgings % wat er aan zit te komen voor de volgende kilometer, soms valt het mee en soms valt het tegen zoals de laatste 3 kilometer. Het missen van mijn paaltje brengt me even van slag.
Na 100 meter komt er een bochtje, gaat weer iets beter met me. Na de bocht zie ik plots een bekende auto staan, ja hoor, staat ze net om de hoek te wachten !
Stap voorzichtig op de fiets en doe het laatste stukje weer zoals het hoort met de fiets. Bij de auto stop ik. Mijn vrouw zag al dat het niet goed zat, slingerend kom ik tot stilstand en stap af. Schut mijn hoofd.
Eet een banaan en drink wat water, gelukkig gaat het wat beter. Er komt nog een fietser aan. Hij stopt bij ons en pakt zijn bijna lege bidon en drinkt hem leeg. Verteld in het Frans dat het niet meevalt, ik knik.
Hij pakt weer zijn bidon, zet de lege bidon aan zijn lippen in de hoop dat er een wonder gebeurt is en dat er weer water uitkomt, helaas voor hem : vandaag geen wonderen.
Ik loop naar de man toe en geef hem een 1,5 liter fles uit de auto aan hem, ook nog een banaan. De man heeft geluk, wonderen bestaan nog.
Na een bedankje en nog een paar minuten rust stapt de man weer op de fiets en rijd verder omhoog voor de laatste 7-8 kilometer.
Mijn twijffel over mijn afloop van de tocht is verdwenen en stap ook op de fiets. Ik laat me niet door een berg uitlachen denk ik bij mezelf.
Rustig rij ik verder, na 3 km even een korte stop en weer verder. Met nog 2 km te gaan wacht ik nog heel even om dan laatste stuk te doen, gaat redelijk maar niet super. Eerste stukje was mijn HS nog belachelijk laag met 115 (= H zone) nu klimt hij weer in D2/3.
Totaal uitgewoond kom ik boven. Heb het gehaald dat wel maar vraag niet hoe!
De volgende 2 dagen heb ik echt nodig gehad om te herstellen, donderdag ga ik weer een poging wagen zeg ik tegen mezelf. Dit keer met meer respect voor de kale.
Na Les Bruns begint het gedonder, maar ik doe het op reserve omdat ik van mijn fouten heb geleerd. Het bos is pittig maar kan de gang er aardig inhouden. Muggen zijn er ook weer en ik zie dat boven mij de wolken aardig donker beginnen te worden, ook de wind is erg pittig heb ik gemerkt. Eerst stuk vals plat was tegenwind en dat was nou net niet de bedoeling, in het bos is de wind minder maar de weg steil.
Rij rustig door en passeer weer mijn vrouw die mijn helm aanpakt en ik wissel een bidon. Rij weer verder, nog 7 kilometer tot Chalet Reynard.
Weg blijft maar omhoog gaan, na wederom 13 kilometer een kleine inzikking maar zet door, net voor Reynard wordt het wat vlakker en kan herstellen.
Nog 6 tot de top, donkere wolken en een paar spatjes. Gedurende heel de klim maar 1 fietser gezien. Dat was maandag wel anders.
Het laatste stuk ik prachtig om te zien, de kale berg ten voeten uit en ik voel nu pas wat het is om deze berg te mogen beklimmen. Ik ga steeds makkelijker rijden en geef nu pas wat meer gas. Een paar fietsers die voor me rijden moeten er allemaal aan geloven, met 13-14 per uur rij ik rustig door. Weer een medestander die ik rustig inhaal. Hij blijft achter me rijden en even wil ik aanzetten maar bedenk me, krachten sparen denk ik. Achter me begint het gehijg boven de wind uit te komen, ik tel af 7 6 5 4 plof zegt de man achter me en haakt af.
Nog 2 kilometer en dan begint het voor mij ook erg zwaar te worden, wind maakt het bijna onmogelijk om recht te rijden en ik slinger soms gevaarlijk over de weg. Gelukkig weinig auto’s. Ik groet Tommy… Nog 1 kilometer…moet nu op mijn tanden bijten, de laatste bocht naar links, laatste stuk steil heb ik de wind pal tegen, moet gaan staan want als ik blijf zitten en ik wil aanzetten komt mijn voorwiel omhoog !
Nog een paar 100 meter, bocht naar rechts en ik zet mijn tanden op elkaar. Wat een wind. Boven kan je amper overeind blijven staan van de enorme wind. MIjn vrouw staat boven te blauwbekken en kan foto toestel niet recht houden van kou en wind, 13 graden. Beneden 28.
Na snel de nodige foto’s genomen te hebben ga ik weer op de fiets naar beneden, eerste stuk heel voorzichtig maar later tussen bomen is het weer wat rustiger. Op het lange recht stuk ga ik even voluit met ruim 80 ga ik naar beneden, passeer het stuk waar ik maandag dood ging, met 50 gem kom in beneden aan.
Heerlijk !
Deze zomer (augustus 2006) ging ik voor de 3de keer op rij naar de provence, met andere woorden “De Mont Venoux”
Ikzelf ben 17jaar en reed dus de ventoux voor het eerst op, op men 15de langs sault.
Dit jaar heb ik hem 2 keer opgereden, eerst via malaucene en 3dagen later via bedion.Natuurlijk was bedoin voormij (zo competitief als ik ben) bedoeld om er op te rijden en zo snel mogelijk. Via malaucene reed ik de reus in 1uur en 30 minuten en ik kon nog sneller dus ik bereidde me goed voor op bedoin en ging van start.
Mijn fout in het begin van de klim was dat ik dacht “ik zal hem hier is snel en overweldigend goed oprijden” en zo iets wreekt zich ik werd snel moe en mijn benen deden al pijn. Dus begon ik terug even rustig aan te doen en me een beetje onderdanig op te stellen tegen de berg ik beelde me hem in als een grote broer die je zonder hem te veel aandacht te geven stiekem moet opkruipen. als je met hem speelt wint hij vast. maar toch toen ik in chalet reynard aankwam was ik verbaasd ik had al wel menig fietser voorbijgereden waarvan ook mensen van kontich (ook belgen zoals ik) die ditmaal de cinglie gingen rijden en ik reed dus vooorbij in chalet reynard en zag op mijn klok 1uur en 1minuut staat, ik dacht hier zit een hele mooie tijd in dus ik vloog er direct in en reed al gouw tegen een 16km/u die laatste 6km. De laatste 2 km had ik het wel heel moeilijk en viel het terug stil tot 12,13km/h de laatste 200meter trok ik nog eens op voor de foto en toen ik de laatste bocht in kwam waaide de wind zo fel dat ik helemaal naar de buitekant werd gedreven en maar net kon blijven zitten “OEF!!!”
Boven aangekomen zalige euforie er is mij niemand voorbijgekomen en ik finischde in 1uur en 25minuten. Mijn nieuwe besttijd.
Natuurlijk was dit alles niet mogelijk zonder zorg van familie en vrienden die als bezemwagen fungeerden voormij.
Aflopen verlof bracht ons naar de Provence en als beginnend wielerliefhebber (sinds 2 jaar) die graag eens bergop rijdt (en dus eigenlijk in het verkeerde land woont) kon ik het niet laten om de beklimming van de Mont Ventoux als een persoonlijke uitdaging te zien (als een mens dan toch in de buurt is).
Beetje verslagen lezen op het net gaande van bibberende en vloekende zwaargewichten op de koersfiets tot semi-masochistische wielerfreaks was best interessant als voorbereiding en gaandeweg begon de Kale Berg steeds meer tot de verbeelding te spreken, mede dankzij jouw verzorgde site overigens. Goed, cut the crap – zoals ze in Texaans epoland zeggen en get to it.
Voorbereiding: volledig in het 100 gelopen wegens plotse zwangerschap van mijn vriendin en noodzaak tot uitbreiding van de woonst. Helemaal geen klimkilometers in de benen. Toch dit: nog snel een compact cranksetje gekocht (wat een goede investering bleek) en een helm (na een spectaculaire val in de Tour de France stond de winkel vol mannen die door hun vrouw om een helm gestuurd werden).
De klim zelf: best aardig maar ik zat in het bos – dat ik trouwens een zalig stuk vind – al snel af en toe op de kleinste versnelling: 33×27, daar geraak je overal mee op. Achteraf bekeken toch iets te veel op voorzichtig gereden.
Bevoorradingszone aan Chalet Reynard: cola en reep chocolade en ondertussen 2 rondjes op de parking.
De laatste 6 km: zalig (ik denk vooral in het hoofd omdat je de top ziet en omdat er geen wind was, in tegenstelling tot de volgende dagen!), veel kunnen bijschakelen en nog meer “lijken” opgeraapt. “Ook van België«?” vraag ik soms (je ziet het aan de truitjes) en “jaahgrh-hoest, zucht kreun-hoest!!” krijg je terug als antwoord. Hehe…
De hartslag: onder controle: steeds tussen 160 en 170, enkel bij de eindsprint naar 192 laten gaan. Vooraf aan de diegene die ik voorbijging toch maar even gevraagd of “dat daar echt de laatste 2 bochten waren”, je weet maar nooit…
Hier geldt het eeuwenoude spreekwoord “hoe ouder hoe zotterâ€.
Wie reist nu bijna 1000 km ver om een berg op te fietsen. Precies of we zouden hier geen obstakels vinden waar we ons moe kunnen op maken.
In iedere sport is er wel iets dat wij wel eens zouden willen doen of meegemaakt hebben. Bijna een jaar geleden al begon ik met de training om die ene, die mythische berg te kunnen beklimmen. MTB- tochten in november in de regen, in de wind, de koude en de eindeloze kilometers om de conditie op te vijzelen. Trainingen in de Belgische Ardennen, alles bij elkaar goed voor zo’n 4500 km voorbereiding. Later zou blijken dat de hellingen in de Ardennen niet meer waren dan uit de kluiten gewassen molshopen. Absoluut niet te vergelijken met wat mij te wachten stond.
Naarmate het vertrek naar de witte berg naderde, groeide ook de onzekerheid met de dag. Soms een hartritmeversnelling terwijl ik thuis in de zetel zat en er op de televisie iets werd gezegd over het beklimmen van een col. Ik heb bijna zoveel afgezien bij het bekijken van de ritverslagen van de Ronde van Frankrijk, als de renners zelf. Een zuivere adrenalinestoot noemt men dat. In gedachte, hoe zou het zijn, hoe zou ik de kilometers verteren enz. Nog nooit een col beklommen, laat staan eentje buiten categorie.
Redelijk moe van de lange busreis, stijve benen en de verhalen van sommigen, deden mijn zelfvertrouwen alleen maar afbrokkelen. Het idee om de Joëletteploeg speciale rolstoel voor rolstoelpatienten) te gaan aanmoedigen was bij nader inzien ook niet zo een slim idee. Het aanzien van de vermoeide gezichten van de begeleiders en de spreekwoordelijke plensbui die we over ons hoofd kregen bij het te voet gaan naar te top, leek alsof de berg ons wou zeggen dat hij niet met zich zou laten spotten en dat hij met respect wou behandeld worden.
Weerom werd ik overweldigd door het aanschouwen van enerzijds de ruwheid en anderzijds de schoonheid van moedertje natuur. De angst bekroop mij nog meer als ik sommige fietsers hijgend en snotterend stil langs de weg zag staan. Allemaal pogingen die zouden stranden, mensen die het niet zouden halen. Mensen waarvan het zelfvertrouwen de grond werd ingeboord.
Vrijdag had mijn maat William al eens een poging gewaagd om eens snel tot boven te fietsen, maar hij had na 11 km nog juist genoeg kracht over om zijn fiets om te draaien en terug naar beneden te bollen. Zelfs dà t verhaal deed mij geen deugd. Mijn maat was wel vergeten dat hij die dag al130 km had gereden en dat daardoor het beste schuim van zijn pint was.
Wij besloten om samen de beklimming aan te vangen via Bedoin. Eerst 20 km warm rijden, waarbij we over een colletje moesten. Bij het overschrijden van de denkbeeldige startlijn in Bedoin nog snel enkele fotootjes nemen omdat onze gezichten toen nog fris stonden.
Uit gelezen verslagen wisten we dat het begin niet te stijl was, maar langzaamaan kon ik aan mijn hartslag merken dat het wel degelijk bergop ging. De goede cadans vinden en het juiste verzet was vooral de boodschap.
34 x 23, 34 x 24, al snel kwam ik tot de bevinding dat het snel gedaan zou zijn met kleiner schakelen. Ik begon erover na te denken of ik niet beter mijn fiets zou verkopen. Angstvallig mijnen tikker in ’t oog houden, is het grootste deel van de beklimming mijn bezigheid geweest. Mijn maat heb ik spijtig genoeg moeten achter laten, maar dat was op voorhand afgesproken, ieder zijn eigen tempo. Alleen in het bos, tussen de bomen uw eigen ademhaling beluisteren. Een paaltje met de vermelding 887 m aan 7.5% was een geruststelling, maar 887 meter later stond een paaltje met daarop 3 km aan 10.5% en je kunt niet terug, bergopwaarts is de boodschap. Ik ben nergens een paaltje tegengekomen met 100 meter plat.
Voor de eerste maal in gedachten heb ik mijn fiets verkocht, maar vond dan opnieuw het goede ritme.
Opeens hoorde ik een geluid achter mijn rug. Van links komt een fietser mij bijna fluitend voorbij gefietst, waarom kan hij wel en ik niet, gaat het door mijn hoofd. Ritme en hartslag probeer ik in gedachte te houden. En weer verkoop ik in gedachte mijn fiets.
Na een kwartiertje zie ik de eerder voorbijsnorrende fietser weer voor mij opduiken. Op mijn beurt haal ik hem in en wij kijken elkaar aan. De fietser heeft een hoofd als van een in papier marche gekneed poppenhoofd, een stervende zwaan. Niet versnellen zegt mijn engelbewaarder, gewoon doorgaan met….. ritme en hartslag . Ik weet intussen hoeveel spaken er in mijn voorwiel staan want ik heb ze onderweg meerdere malen kunnen tellen omdat mijn wiel zo traag draaide. Drinken, eten, al gaat dat laatste bar slecht omdat bij het slikken de luchtpijp dicht komt te zitten. De helft van mijn energiereep terug naar buiten op de grond. Niet omkijken …. ritme en hartslag, denk ik steeds. Waar ben ik mee bezig, Nog nooit is mijn kilometerteller zo traag vooruit gegaan als nu. Zou hij niet stuk zijn? Neen, toch niet hij werkt. Ik rijd 10,5 km per uur op dat ogenblik. De mensen van de bevoorrading houden mij bijna angstvallig in het oog. Misschien valt hij wel in onze armen, lees ik op hun gezicht. Maar ik fiets gewoon verder…. ritme en hartslag, bonst het in mijn hoofd. Het gaat langzaamaan beter. Chalet Renard komt in zicht, een open plek op de flanken van de reus. Herman staat te zwaaien, “ge zijt goe bezig roep hijâ€, ja, dat zal wel. Een hele geruststelling moet ik zeggen na zo een inspanning. Even wat water tanken, een banaantje naar binnen werken en weer verder. In een verslag had ik gelezen dat het nu wel gemakkelijker zou gaan.
Al snel begon ik te twijfelen of ik wel degelijk een verslag gelezen had over de Mont Ventoux, want het werd helemaal niet gemakkelijker.
Gelukkig was er geen wind die dag, maar wel een stralend zonnetje op mijn rug. In mijn wiel voel ik weer een hijgende fietser. Het brengt mij van mijn stukken. Het lijkt alsof de man alle moeite van de wereld heeft om de dunne lucht rondom hem heen naar binnen te zuigen … iemand zijn wiel pakken op de Mont Ventoux is dodelijk. Opeens een blauw mannetje helemaal bovenaan de top…. Eindelijk, mijn vrouwtje staat al te zwaaien, nog drie bochten….. ritme en hartslag…. Nu zeker niet over mijn toeren gaan. In de laatste bocht nog even op de foto bij Marcia, net adem genoeg om te vragen of mijn haar goed ligt. Ik zie het laatste stukje naar de aankomstlijn, nu mag het, me even rechtzetten, mijn kapot geknede billen van mijn zadel lostrekken. Vrouwtjelief wacht mij op, ik val in haar armen en kan mijn emotie maar moeilijk bedwingen. Ik krijg een dikke kus cadeau. Ik heb het gehaald, ik ben de “Mont Ventoux†opgereden … iedere wielerfanaat wil hiervoor tekenen. 10 meter verder krijg ik een micro onder mijn neus geduwd, â€jij hebt de berg bedwongen?â€, klinkt het vragend. Met een bijna vernietigende blik antwoord ik, “de mythe, de witte berg bedwing je nietâ€. “Ik heb hem mogen beklimmen want indien de berg die dag geen zin zou gehad hebben, zou hij mij genadeloos terug naar beneden hebben geranseldâ€.
Voor zoiets kan ik alleen maar respect hebben. Dank u wel witte berg, dank u wel dat ge hebt willen meewerken aan het realiseren van een nieuwe woonst voor de inwoners van Oostrem en ons die dag goed weer hebt gegeven.
Uit de Sint Servaaskroniek
Door Roland
Afdalen
Via Mallousaine, adembenemend maar oh zo leuk. Al snel duidt de snelheidsmeter 60 km per uur aan. Mijn ogen zijn naar de verte gefocust. Op tijd remmen, maar ook niet te lang. De velgen niet te warm laten worden .Opgelet voor het tegemoet komend verkeer. Een lang recht stuk, ik lik mijn voorwiel en trek mijn knieën tegen elkaar, even kijken, verdorie…. 86.6 km per uur en dat zonder trappen Mijn fietsje geeft geen krimp, 500 meter verder ga ik in de ankers, bocht 90° naar rechts. Opeens ruik ik de geur van verbrand rubber en zie ik rook uit de remblokken komen, maar toch heb ik alles onder controle.
Eerst 2.07u klimmen, om daarna in 24 min beneden te zijn. Het ene compenseert het andere.
Hoi, in september gaan we met een grote groep gesponsorde enthousiastelingen de Mont Ventoux beklimmen. De opbrengst gaat naar het Kankerfonds (KWF). Om sponsoren te triggeren moet er een flyer komen. Nou is het probleem dat er niet zo veel beeldmateriaal te vinden is. Wie o wie kan mij helpen?
In de winter houd ik me vooral bezig met snelschaatsen en het trainen van een jeugdploeg shorttrackers. Vanaf maart doe ik de zondagse mountainbiketochten in de ardennen. De afstanden zijn tussen de 45 en 60km en dit is een intensieve training. Door de week zit ik 3 x op de fiets,na de werkuren, voor een 60 km. Dan train ik op de weg met mijn “single-speed” (omgebouwde moutainbike met slicks en slechts 1 versnelling : 42 x 15). Deze trainingsvorm geeft me kracht (vb bij wind tegen en bergop) – een soepele trapkadans ( op vlakke baan) en uithouding . Bij slecht weer, zit ik in de gym en werk ik een circuit af op de spinfiets (max 90 minuten).
Voor de D-Day van Sporta heb ik een variant op de “Forestier” voorbereid. (ik heb deze stukken wel op eigen initiatief en verantwoordelijkheid gereden, gezien het gebeuren van Sporta zich niet op de boswegen afspeelde)
Spijtig dat Sporta geen mountainbikebeklimming voorziet in haar evenement. Misschien dat hier verandering in komt , wanneer de bikers onder ons, een oproep doen naar Sporta om bijvoorbeeld de “route des Cèdres en de route des Chamois” op te nemen in hun beklimmingen.
Volgende week zaterdag vertrek ik op nieuw richting Mont Ventoux, maar dan op vakantie.
Beklimming vanuit Sault 16 juni 2007 door Harry Plompen (62 jaar)
Bij mijn pensionering 2 jaar geleden heb ik mezelf beloofd een keer een berg op te fietsen, tegelijkertijd vroeg ik me af: en dan ben je boven, maar hoe kom je er af??
Ik ben nu twee jaar verder. Het staat te gebeuren. Maar eerst wat trainen. De Gulperberg, de Cauberg en de Keutenberg heb ik achter de rug. Op naar Frankrijk, de Provence, de Vaucluse, de berg. Ook daar eerst wat trainen.
Eerste trainingsrit 11 juni
Van Villes-sur-Auzon door de Gorges de la Nesque (775 m) tot vlak bij Sault en via de Col des Abeilles (996 m) weer terug.
Een soepel stijgend traject van 19 km (naar 775 m) op de heenweg en een fellere klim van 8 km (naar 996 m) op de terugweg, maar die is toch nog geen 4% gemiddeld, volgens het boek De kale berg. Dat valt tegen. Tja, de Mont Ventoux is toch nog bijna 1000 m hoger… Hij ligt er overigens fraai bij vandaag.
Het dalen is het meest enerverend, leuk is anders.
Prachtige natuur, buizerd (of toch arend..??).
Imposante rotspartijen naarmate de rit door de Gorges vordert.
Bij Sault veel lavendelvelden, het prille blauw gemengd met uitbundig bloeiende klaprozen.
Tweede trainingsrit 13 juni
Ik test tijdens mijn tweede trainingsrit de eerste 9 km van de Mont Ventoux vanaf Malaucène, ik ga in een uurtje tot 900 m. Het is zwaar maar te doen. Het afdalen begint wat te wennen maar blijft een negatieve temptatie. Om die reden valt de keus voor de echte beklimming op de weliswaar langere maar deels minder steile klim vanuit Sault. Misschien overmorgen…
Maar ‘overmorgen’ blijkt het weer te zijn omgeslagen, te onbetrouwbaar om de Mont Ventoux op te gaan, vertelt mijn gîte-huisbaas.
De grote dag 16 juni
Gaat het vandaag lukken om met mijn hybride de Mont Ventoux op te fietsen?
Nog een beetje fris als er een wolk voor de zon schuift.
Dymphie zwaait me uit vanaf de parkeerplaats en zij verkent Sault, bekijkt in het park jeu de boules en ziet vanaf het terras van de bar La Promenade wisselend licht en schaduw over de top strijken.
Twee bananen mee, brood, een bidon water en een bidon met half sinaasappelsap/ half water, snufje zout.
De tocht begint met een afdaling van 1 km (!). Daarna varieert het stijgingspercentage, soms inspannend maar de eerste 20 km steeds goed te doen.
Van landelijk (lavendelvelden) gaat het landschap over in bos. Mooi uitzicht op sommige plekken.
Ik passeer een enkeling, mij passeren er nogal wat.
Twee keer een bananen- en drinkpauze in de eerste 20 km.
Even een glimp van l’Observatoire en het maanlandschap, maar na de volgende bocht is dat weer weg. Kilometers later duiken die beide in schrikwekkende nabijheid plotseling weer op na de laatste bocht voor Chalet Reynard.
Een groter aantal fietsers – allemaal op racefiets, niemand op een fiets als de mijne – voegt zich vanuit Bedoin bij die uit Sault.
Ik ben dan 1.45 uur bezig.
Nu dan de laatste en zwaarste 6 km: het bos is weg, tussen de stenen wat armetierig groen maar ook dat maakt plaats voor alleen maar stenen.
Een zwalkende fietser voor mij stopt, later haalt hij me weer in, zwalkend, en stopt weer. Ik haal er zelf nog een paar in maar wordt ook veelvuldig ingehaald.
De eerste 20 km zei je nog bonjour tegen elkaar bij het passeren, daar heb je nu geen adem meer voor.
Toch lukt het tot mijn verbazing om hier en daar niet op het allerkleinste kransje te rijden.
Nog even de voet aan de grond voor een laatste slok, 1 bidon leeg nu.
Bocht na bocht na bocht richting top. Ik weet van het boek dat het voorlopig niet ophoudt.
En dan ben ik er ineens. Ik ben gelukkig en ontroerd, voel geen vermoeidheid.
Ruim binnen het uur, die laatste 6 km, en 2,5 uur in totaal. Gemiddeld 10 km per uur over de totale afstand, 7 km tijdens het laatste stuk.
Het is mooi weer en niet koud op de top. Het is er nogal druk.
Ik laat me fotograferen door iemand.
Ik loop wat rond, sms naar Dymphie dat ik boven ben, eet wat brood, maak wat landschapsfoto’s, het is wat nevelig in de verte.
Windjack aan voor de afdaling en daar suis ik naar beneden. Een enkeling fluit er bij en ik forceer me tot niet te veel en niet te krampachtig remmen.
Nog een foto van het monument voor Tommy Simpson en verder naar beneden. Gelukkig is de afdaling vanaf Chalet Reynard tot Sault heel goed te doen, snelheid komt daar niet boven de 50 km en regelmatig kun je zelfs meetrappen. Wel vaak oppassen voor losliggend grind, restanten van wegreparaties.
Al met al toch een uurtje bezig met als sluitstuk uiteraard een klim van 1 km naar Sault. Dat is nu een fluitje van een cent.
Gelukkig is mijn sms aangekomen en staat Dymphie klaar bij het vertrekpunt.
Lekkere salade gegeten en een beetje uitgezakt op het terras van bar La Promenade.
Onvoorstelbaar als je van daaruit naar de top kijkt dat ik daar geweest ben… Dat gevoel keert nog vaak terug in de komende dagen.
In het laatste “Wielrijder&biker” magazine van de vlaamse wielrijdersbond noemt Karl Vannieuwkerke,wielerjournalist bij de VRT,de Mont Ventoux een JANNETTE BERG.Doping is erg maar het vernederen van zo vele wielerliefhebbers niet soms.Karl je hebt vele gewone fietsers zwaar beledigd!!!!Denk in het vervolg maar eens na voor je iets zegt of schrijft en steek je niet weg achter het begrip”COLUMN”(in Vandaele “stuk met een eigen karakter).Eigen karakter is geen alibi om mensen belachelijk te maken!!!!!!
De Mont Ventoux op fietsen is een bijzondere ervaring. 22 kilometer lang door bos en maanlandschap met fantastische uitzichten in het gezelschap van feestelijke, fanatieke, vermoeide en altijd vriendelijke fietsers en hun aanhang langs de kant van de weg. Gesprekjes die je in het dagelijks leven nooit voert: over het hellingspercentage verderop, weersomstandigheden, het conditionele welbevinden of onbehagen. Het is er gezellig, om maar eens een typisch Nederlandse kwalificatie te geven aan het beklimmen van de Ventoux.
Om acht uur vertrok ik vanuit Maulaucène, waar het een graad of vijftien was. Het was dit jaar heel rustig. Ik hoorde niets anders dan de vogels, mijn ademhaling en het gesnor van de ketting. Dat bracht me in een serene stemming, waarin ik aan niets anders dacht dan het moment zelf. Geen gedachten over wat ik de volgende dag zou doen of wat ik de dag, de maand of het jaar ervoor had gedaan. Helemaal leeg. Zo ging de eerste acht kilometer snel voorbij. Allengs werd het drukker. Mannen – dit jaar geen vrouwen – van achttien tot dik in de zeventig, dik en dun, op de racefiets, mountainbike of ligfiets. Bij het zien van de skistokken – die een aardige hoogte markeerden – kreeg ik de groene Golf van Marion in beeld, die een voorraad etenswaren had meegenomen en bidonnen. Om de paar kilometer stopte ze en wisselden we wat wetenswaardigheden uit over conditie, stijgingspercentages, kilometers en welzijn.
Bij kilometerpaal elf werd het lastig, vanwege het hellingspercentage van 12 procent. Ik wist dat de narigheid maar een kilometer zou duren, dus ik zette door. Daarna was het tijdelijk ‘relaxen’ op 5 procent. De laatste zes kilometer waren pittig. Op dat punt moest ik vorig jaar stoppen. Nu was het een opsteker dat ik het bord met ‘Col Ouvert’ en het hekwerk kon passeren. Elke honderd meter was een verbetering van het jaar ervoor. De laatste drie kilometer – maanlandschap en een snoeiharde wind – zat ik er aardig doorheen. Links en rechts van de weg liepen schapen en onderweg moet ik een hond zijn tegengekomen die nog een eind met me meeliep. De schapen had ik geregistreerd (wat doen die beesten daar in dat kale landschap?), de hond niet. Ik had nog twee lange lussen te gaan en het leek alsof er geen eind aan zou komen. Maar na 2 uur en 44 minuten was het zover: de top! Blij fietste ik over de eindstreep en liet ik mij op de foto zetten voor de souvenirshop tussen alle andere Ventouristen en hun familie en vrienden. Af en toe wisselden we een blik van verstandhouding: toch maar mooi gedaan.
” Pap, Ik heb respect voor jullie gekregen” (quote van dochter Marieke, nadat ze op een fiets een stukje rond Bedoin getoerd had)
18 jaar geleden ging ik voor de eerste keer de Ventoux op, samen met Michiel Bahamontes. (1989, Fignon/Lemond, op de camping in Mazan) Dat was de afsluiting van 3 weken fietsen (zonder vriendin want die hadden we toch niet meer). Nu terug met gezin (en fiets). Er is veel veranderd in die tijd, veel meer fietsen, mooiere spullen,alu en carbon (Principia..), het ontstaan van de BTC. Iedere ongetrainde gek rijdt tegenwoordig de Ventoux op, er zijn legio sites over de Geant etc. Wat is er nog hetzelfde? De Berg, gelukkig. We waren al een paar dagen neergestreken op de Municipal van Bedoin. Hup, 60 haringen erin en we are all set.
18 jaar geleden net binnen de 2 uur op een Benotto, totaal gesloopt boven. Wat wordt dat nu? Niet forceren is het motto, dus eerst brood halen bij de lokale boulanger. Rustig ontbeten en rond 7.15 vertrokken bij de fontein. Het weer zag er redelijk uit met alleen wolken rond de top (dat duurt nog 2 uur voor ik daar ben dus dan zijn ze weg, dacht ik nog) De wind stak op en ik ‘dook’ het bos in bij St Esteve. Oh ja, dit betekent steil…rustig doorwerken op je 28 en dan kom je alles op. ( de wind neemt weer wat toe) Bij het Chalet Reynard kom ik er achter dat 18 jaar meer leeftijd zich ook vertaalt in lagere gem. snelheid. Toch lonkt de 2.15 nog.. Totdat de wind verandert in storm (tegen) Gelukkig was er door de wolken geen enkel uitzicht dat kon afleiden om de fiets op de weg te houden. (Westerschelde waarschuwing; geen aanhanger etc…) Wat nu volgt is gewoon doorbeuken tot boven (soort Koerheuvel tot de minstens 6e macht). Denken gaat boven toch niet meer (mijn hersens werken niet of nauwelijks (ook) bij 4 graden).
Voorzichtig terug naar Bedoin…zondag gaan we weer….
Zondag erop vertrokken nadat ik rond 06.30 brood had gehaald bij de beste bakker van Frankrijk. Strak omhoog tot km 13 maar die kilometer hakte er fors in. Shit! 2x omhoog betekent toch wel even niet alles meteen uit de kast. Toch in 2.30 boven. Vrij vlot weer naar beneden en naar Sault. Ontbijtje bij Bar Le Progress en terug omhoog, na een km of 10 fors last van de schouders en nek (hoezo stress?). Wat ben ik aan het doen? als dit zo door gaat ga ik bij Reynard lekker naar beneden. Na een paar km haal ik toch weer wat mensen in.. Het vlakt wat af, gewoon door dus bij Reynard (want wat is de kans dat ik ooit nog zo dicht bij 2x Ventoux op een dag kom, net zo groot dat ik Pele nog een keer in het vliegtuig…..) Ik ‘duik’ het maanlandschap in en na 2.23 sta ik weer vrolijk boven. (Toch mooi zo’n 48 klimkilometertjes en 2500 hm verteerd op de dag des heren..)
Laatste klim, want nu moet Malaucene uiteraard ook nog op de palmares. Weer vroeg op en naar de bakker. Via de Madeleine naar Malaucene. Mooie klim, gelijkmatig. Ik haal een Fransoos van 58 in die voor me was vertrokken. Als het echt steil wordt bij Belvedere laat ik hem rustig gaan. Ik worstel me strak omhoog. Prachtig uitzicht…Bij Mont Serein staat mijn ‘vriend’ met zijn schoentjes aan de grond (c’est dur…). Ik ga hem voorbij en toekel de laatste 6 km op mijn 39/28 omhoog. Volgend jaar al een triple? Ik ben binnen 2.17 strak boven. Het is volbracht (alle kanten in de pocket)! De Fransoos komt een minuutje of tien na mij in volgens hem dezelfde tijd (!) boven.. Hij biedt me een kop koffie met honing aan. (ach, welke tijd is dan niet echt meer belangrijk) Ik daal de D974 voor het laatst af naar B en wordt weer aangenaam getroffen door de lotsverbondenheid van elke fietser op dit stukje Frans asfalt. (iedereen groet elkaar) Nu toch eens rustig na gaan denken over een triple of compact voor mijn 50ste. In elk geval ben ik voorlopig klaar met deze Provençaalse gigant, nu die Utrechtse bij Amerongen nog (ooit)….
Soms kun je ook overdrijven in je drang naar suprematie. Afgelopen zomer, augustus 2007, heb ik namelijk een drietal maal de Mont Ventoux (Frankrijk) beklommen met de racefiets. En dat op 1 dag. 136 km fietsen met in totaal 4390 hoogtemeters. Alles klopte die dag en een kleine 2 weken later zou ik nogmaals naar boven fietsen in het bijzijn van mijn zwager.
Die dag was het warm, 44ºC op 1500m hoogte en mijn zwager was al 10 keer dood gegaan. Ik ben die dag meerdere malen bij hem weggefietst om vervolgens weer een stuk af te dalen om hem op te halen. Samen is het ons gelukt en we begonnen de afdaling. Na een kilometer of 11 sloeg het noodlot toe. In een bocht vertraagde mijn fiets te snel en sloeg ik over de kop. Oorzaak: zacht asfalt door de zon. Ik klapte op het hete asfalt waarbij ik, naar later bleek, een gebroken sleutelbeen, 2 gebroken ribben, gekneusde ribben, diverse schaafwonden en een klaplong aan over had gehouden. Ondanks deze verwondingen ben ik doorgedaald en zijn we later met de auto naar het ziekenhuis gegaan.
Ik kon ‘s avonds weer naar de tent maar heb er voor gekozen om in het bed van mijn zwager te kruipen. Ik was namelijk nog niet op de hoogte van mijn klaplong.
De dag daarna ging de telefoon. Mijn zwager werd gebeld door het ziekenhuis dat er iets niet in orde was met mijn longen. Nog een foto laten maken en ik mocht gelijk niet meer naar huis.
Daar lag ik in een zuid-Frans Ziekenhuis. En ik kan je verklappen: “geen hond spreekt Engels!” Gelukkig spreek ik zelf goed Frans. Hier heb ik een viertal dagen met een thoraxdrain gelegen.
De revalidatie is mij zwaar gevallen. Ik doe het liefst alles zelf omdat ik dan weet dat het goed gebeurd c.q. op mijn manier. Het gegeven dat ik niets mocht c.q. kon frustreerde mij dermate dat ik geen enkele zin meer had om iets te doen. Ik was weer extra moe en mijn hypersomnie leek weer de kop op te steken.
Gelukkig zei de Nederlandse chirurg dat ik na 6 weken weer op de racefiets mocht. En dat heb ik geweten ook. Inmiddels fiets ik weer met dezelfde snelheid en liggen de plannen alweer op de “tekentafel” om volgend jaar 4x de Mont Ventoux op te gaan. Eerst ga ik dit jaar proberen om onder de 1.20uur te komen en ga ik de route de cèdres verkennen).
Volgens mijn collega’s moet ik een inbewaringstelling krijgen om mij tegen mezelf te beschermen. Ik denk alleen maar: Het is mijn tijd nog niet.
Mijn zwager Vincent Zuurbier en ondergetekende gingen op 18-7-2008 voor het brevet Cingle’s Du Mont-Vetoux. 3x de Vetoux beklimmen van 3 verschillende kanten (Bedoin-Malaucene en sault). We zaten zelf op camping Le Pommier in de Ardeche in het plaatsje Villeneuve de Berg. Om 6uur s’morgens gingen we met 3 auto’s op pad richting Bedoin. Na ± 1,5 uur rijden waren we in Bedoin. Er gingen die dag nog 4 mannen mee om sowieso de berg 1x te beklimmen en misschien wel 2 keer. Na eerst een kop koffie te hebben genuttigd en een stempel in de plaatselijke fietswinkel te hebben gehaald gingen we om precies half 9 van start. Al gauw hadden we een flinke voorsprong op de andere 4 renners. We reden de eerste klim vanuit Bedoin gezamenlijk omhoog. Vlak onder de top bij Chalet Reynard waaide het behoorlijk wat het klimmen bemoeilijkte, maar we waren toch na 1uur en 45minuten klimmen boven. Daarboven in het winkeltje een stempel gehaald en wat gegeten (banaan en een reepje). We deden ons jasje aan en een helm opgezet die in de auto lagen die ons de gehele dag zouden volgen. De afdaling ingezet naar Malaucene. Daar aangekomen weer een stempel gehaald in de plaatselijke fietsenwinkel en op een terras een cola en een reepje genuttigd. Om 11.30 uur begonnen we aan de 2de beklimming die toch wel op sommige plaatsen erg stijl was. Ik moest mijn zwager laten gaan halverwege de berg, hij reed net even harder als ik en ik dacht ik moet straks nog voor de 3de keer omhoog dus ga maar. Boven aangekomen had hij er 1uur en 45minuten overgedaan en ik 1uur en 50minuten dus niet echt slecht. Daarboven in het winkeltje weer een stempel gehaald en afgedaald naar Sault waar ondertussen de andere 4 man al naar toe gereden waren. Daar in Sault hebben we op een terrasje een bord lasagne gegeten met een grote cola erbij. Zelf heb ik daar ook nog een powergel genomen met veel water. Na ± 1uur gepauzeerd te hebben gaan we een stempel bij de Office de Tourisme halen en vervolgen we onze laatste klim met z’n allen. Al gauw moesten er 3 man af en die gingen op hun eigen tempo omhoog. Wij lieten ons gang maken door een van de overgebleven renners die ons netjes bij Chalet Reynard afzette en wij voor onze laatste 6km konden beginnen. Ik zelf maakte een kleine demarrage ten opzichte van mijn zwager. Ik had zomaar 30 meter te pakken en die pakte hij ook niet meer terug. De laatste 3km waren erg zwaar ook omdat er nog steeds veel wind stond. Na 1uur en 47minuten was ik voor de laatste keer boven op de Mont-Vetoux en mijn zwager kwam 1 minuut later boven. We hadden het gehaald en gaven elkaar een flinke handdruk. Onze missie was geslaagd. De laatste stempel in het winkeltje gehaald met 2 gele nieuwe bidons als aandenken aan deze dag. Jasje weer aan en helm weer op en afgedaald naar Bedoin. Daar ons verkleed en op een terras een lekker koud biertje genomen. We hebben in totaal 7 uur gereden op de fiets en met pauze meegerekend hebben we er 9uur en 35minuten overgedaan. Een dag om nooit meer te vergeten. Zwaar maar zeker de moeite waard. Van de andere 4 renners hebben 2 man hem 2x beklommen en de 2 ander zijn vanuit Sault bij Chalet Reynard links afgeslagen naar Bedoin.
Geschreven door: Cingle Pierre Steenman `t Veld (N-H) 18-7-2008
Op de zaterdag voor de geplande drie Montoux-beklimmingen reed ik mijn eerste bergjes op en ik was allang blij dat ik niet alleen maar achteraan bungelde. Zondag reed ik voor het eerst in de afdaling op natte en gladde wegen. Badend in het zweet heb ik, voor vertrek (mede door de meest verschrikkelijke waarschuwingen) hieraan denkend een nacht wakker gelegen. Maar ook dit ging eigenlijk best wel aardig. Op diezelfde zondag werd echter duidelijk dat het programma omgegooid moest worden. Maandag zou het weer boven op de berg de beklimmingen onverant-woord maken, althans dat was de inschatting van diverse lokale deskundigen. Het enige alternatief voor de laatste poging was dus dinsdag, en de maandag werd een extra trainingsdag. Toen we maandag alvast even de eerste kilometer klimmen van de “Groene hel” (het bos, 10 km klimmen, gemiddeld 10 %, hier zag ik vreselijk tegen op) vanaf Bedoin hadden gedaan, werd het vertrouwen in een bevredigende afloop groter.
Eerlijk is eerlijk: ik weet het eigenlijk niet eens precies meer. Het idee om de Mont Ventoux per fiets te beklimmen is alweer twee jaar geleden ontstaan, toen ik een advertentie zag staan van een (inmiddels waarschijnlijk ter ziele gegane) fietsreisorganisatie die de klim in een arrangement aanbood.
Het leek me meteen leuk. Prachtige uitdaging, toch? Totdat ik iets meer ging lezen over de Ventoux. Tien kilometer lang klimmen door een van vliegjes vergeven bos met 10% stijgingspercentage? En daarna nog kilometers door een kaal maanlandschap waar het verschrikkelijk kan waaien? Nee, dank u, nog maar even niet.
Eerst de Alpe
Daarom eerst maar eens een iets gemakkelijker klim uitgezocht. Vandaar de eerste reis naar Alpe d’Huez in juni 2008. Maar meteen toen ik destijds op de top stond dwaalden mijn gedachten al af naar de reus van de Provence, naar de Mont Ventoux. De beklimming van de Alpe d’Huez gaf voldoende vertrouwen om mijzelf de kale berg ook echt ten doel te stellen.
Het fietsjaar 2009 voorzag ik daarom van een mooi programma, met een goede mix van lange fietstochten (voor het maken van veel trainingskilometers) en korte trainingsweekenden in heuvelachtig gebied (om de kuiten weer even dat ‘klimgevoel’ te geven).
Het was allemaal heerlijke trainingsarbeid: een spinning marathon voor het goede doel, de Ronde van Vlaanderen voor wielertoeristen, een trainingsweekje in Zuid-Limburg, de Elfmerentocht, de Fietselfstedentocht en ook in juni al nogmaals de Alpe d’Huez (met een fikse verbetering van mijn tijd van 2008).
Hoewel het stuk voor stuk prachtige fietsevenementen waren, dienden al die ritjes toch vooral dat ene doel: de Mont Ventoux opfietsen. Drie keer, welteverstaan, want eenmaal vanuit iedere mogelijke startplaats. En iedere keer non-stop, natuurlijk.
Kort en goed: het is allemaal gelukt. En daarna ben ik dus ook nog eens de Alpe d’Huez opgefietst. Ik heb al die beklimmingen niet cadeau gekregen, maar de kick was enorm. Maar waarom wilde ik dit nu eigenlijk zo graag? Eerlijk is eerlijk: ik weet het nog steeds niet precies.
Test of character
Wat ik wel weet is dat zo’n expeditie bepaalde karaktertrekken kan bevestigen en versterken. Dankzij dit fietsproject heb ik nogmaals kunnen vaststellen dat ik:
- realistische doelen kan stellen,
- planmatig en gedisciplineerd naar die doelen kan toewerken, en
- dat ik niet bang ben om daarbij heel veel van mijzelf te vragen.
Ik beschik over de wilskracht en het doorzettingsvermogen om – ook en vooral als het moeilijk wordt – vol te houden en mijn doel te behalen.
De fietsreis naar de Mont Ventoux was de afsluiting van een prachtig fietsjaar. De rest van 2009 gaat het fietsen op een laag pitje en focus ik me op mijn volgende sportieve doel (derde dan karate).
Ik vind het dan ook heel waardevol om mijn fietsactiviteiten af te sluiten met bovengenoemde inzichten in mijzelf. Het zijn geen nieuwe inzichten, maar ze zijn wel herijkt. Ik weet zeker dat ik deze inzichten kan en zal toepassen op andere vlakken in mijn leven, zoals mijn werk, karate en relaties met anderen.
Nog 1 bocht te gaan. Maar wat voor een bocht, in de Tour sloeg Gerate hier toe. In de binnenbocht is het zeker 25% stijgingspercentage. Ik moet een familie die het nodig vind hier te wandelen nog ontwijken. Cora en Stanja proberen met me mee te lopen. Nog even aanzetten, kippenvel, daar is de top. Euforie, ik heb het gehaald. Maar hoe? Ik hang in de hekken naar adem te happen. Dit is dus zuurstofschuld!
Maandagochtend 3 augustus stappen we in de auto om naar Bedoin te rijden. Bedoin is voor wielerliefhebbers een zeer bekende plaats in het Zuiden van Frankrijk. Hier begint de meest beruchte klim, namelijk die naar de top van de Mont Ventoux.
Dit jaar vieren wij vakantie in de Provence. We hebben de eerste 2 weken prachtig weer gehad met temperaturen van tegen de 36 graden. Het trainen ging gewoon door maar was vooral gericht op mijn wens om de Mont Ventoux vanaf Bedoin hardlopend te beklimmen. Na wat acclimatiseren en het beklimmen van Montagne de Lure, dit is een vergelijkbare berg maar iets minder steil en 18,3 kilometer, moet ik er maar klaar voor zijn.
Midden in Bedoin ligt de streep waar het officiële beginpunt is. De eerste 5 kilometer is relatief vlak met een gemiddelde stijging van 5.5 % Ik loop lekker en inderdaad hier lukt het om de kilometers onder de 6 minuten te houden. Na een half uur bereik ik St. Esteve. Hier loopt een steile bocht naar links en loop je het bos in. Hier begint het echte werk. Het afzien kan beginnen. Het is belangrijk dat je in je ritme komt. Je moet geconcentreerd blijven en de juiste lijn op de weg volgen. Cora volgt mij met de auto en staat een keer of 5 aan de kant voor mentale support en voor het vullen van mijn bidon. Ondanks de stukken van meer dan 10 % stijging lukt het me om de kilometers rond en soms onder de 6 minuten te houden. Op de helft van de klim na 11km haal ik een wielrenster uit België in en zij vertelde mij dat ik op dat moment 11km per uur liep. De eerste helft viel mij absoluut niet tegen en met 1.03u op de klok zit ik onder mijn verwachte 2.15u. Af en toe krijg je aanmoedigingen van de wielrenners of leuke opmerkingen. Een Hollandse jongen op een mountainbike vroeg mij of ik een lekke band had. Tot aan Chalet Reynard loopt het best goed. Maar na dit punt, daar waar de berg kaal wordt krijgt de wind inderdaad vrij spel. Het waait zo ontzettend hard dat ik begrijp waar de naam van de berg vandaan komt. Ik begin het na 16 kilometer toch wel moeilijk te krijgen en het tempo gaat er een beetje uit. Het optillen van je bovenbenen is niet meer zo vanzelfsprekend en het is knokken tegen de wind in. Toch vorder ik gestaag en de top is nu duidelijk in zicht. De kilometers kruipen langzaam naar me toe en af en toe moet ik mijn pet vasthouden anders blaast de wind hem van mijn hoofd af. Hier haal ik geen fietsers meer in maar stoempt er mij af en toe een voorbij. Daar staan opeens extra veel auto’s aan de linkerkant van de weg. Het monument voor Tom Simpson ligt er fleurig bij opgesierd met bloemen en bidons. Zoals vooraf voorgenomen neem ik bij het passeren mijn petje af ter nagedachtenis aan deze wielrenner die tot het uiterste ging om deze berg te beklimmen. Door oververhitting, uitdroging en amfetamine gebruik viel deze renner in de tour van 1967 hier dood van de fiets. Nu verder, nog ongeveer 2 kilometer te gaan, daar is de top daar mag er gestopt worden. Het is hier weer bijzonder steil maar ik blijf hardlopen. Daar is de laatste bocht. Ik hoor Cora al aanmoedigen, dit doet me goed. Hij is nog steiler dan gedacht. Nog 20 meter, Cora en Stanja rennen mee. Over de top loop ik en zo voel ik me ook. Hijgend en piepend moet ik even 10 minuten bijkomen. Het maken van een foto op de top laat mij weer voelen hoe hard het hier waait. Het bord waar ik tegenaan leun gaat letterlijk heen en weer van de wind. Met mijn tijd van 2.17u ben ik best tevreden. Na het kopen van snoep voor de kinderen dalen we met ons vieren deze bijzondere berg met de auto weer af.
Toen ik op 3 juli 2002 na de beklimming en vervolgens de afdaling van de Mont Ventoux door mijn vrouw in Malaucene werd opgevangen,wachtte mijn een enorme verrassing. Om de tijd wat te doden wandelde zij de plaatselijke boekhandel binnen.Juist was de eigenaar bezig een net bezorgde lading boeken uit te pakken en tot haar verbazing lag daar een Nederlands boek tussen; De Kale Berg,net verschenen en – proefexemplaar ? – niet te koop.
Uiteindelijk is het haar na enige overreding toch gelukt en zo zat ik amper 2 minuten na de afdaling met een boek over Die Berg in mijn handen ! Al met al een onvergetelijke dag.Bovendien was het onze trouwdag ( 3 juli 1974 )
Over de klim; 1 dag voor vertrek naar Frankrijk ( 13 juni ) kreeg ik mijn nieuwe fiets. Een van Dalen,stalen frame (Deda 16) met Campa Veloce tripple.Vreselijk moeten afzien en drie keer afgestapt,tijd 2.26., want mijn eerste echte berg.Later volgen dan in 2003 nogmaals de Ventoux en de jaren erna de Marmotte, ook niet mis.
Wat voor uitdaging gaat het worden in 2003???
Nadat ik het boek “ De kale berg “ had gelezen wist ik het zeker.
Ik ga de Mont Ventoux drie keer op een dag beklimmen!!!!!
Maar ja dat doe je niet zomaar.
Ik had op mijn manier een zorgvuldig trainings programma opgezet .
Vanaf januari ben ik volop bezig met hardlopen en fietsen.
Aangezien je basisconditie flink wat kan ophalen met hardlopen ben ik daarmee begonnen.
Ik heb mezelf keurig aan een beginners schema gehouden ter voorkoming van blessures.
En……….. na een maand kon ik het verschil toch wel merken.
En tussendoor nog trainen met de fiets, een combinatie van kilometers maken en intensief intervallen, nav interval schema’s uit het boek moderne training voor fietsers van C. Vermunt.
Deze combinatie heeft toch wel vruchten afgeworpen, in deze trainingssessie ben ik 6 kilo kwijt geraakt en is mijn conditie flink verbeterd.
In mei fiets ik altijd in de Alsace waar ik de nodige klimkilometers kan maken, mooi gebied om te fietsen( dat is aan te bevelen)
Vakantietijd is aangebroken en dan……………… juist de MONT VENTOUX beklimmen.
Aangezien het in de Provence behoorlijk warm was, moest ik toch even acclimatiseren.
Mijn eerste indruk was toch wel bijzonder, Ik zei tegen m’n vrouw en dochter “ Kijk daar in de verte daar is de REUSâ€.
Het begon toch al aardig te kriebelen, ik had er echt zin in om deze Geant te beklimmen.
Maar eerst wilde ik deze berg goed verkennen, hoe is het wegdek en de bochten etc.
De eerste verkenningstocht was op 29juli, het was behoorlijk warm deze dag dus……. Een hoop water meenemen, ik was hierop voorbereid , ik had een speciale bidonhouder gekocht waar een petfles inpast zodat ik 1,5liter bronwater mee kon nemen.
Gestart vanaf Mirabel aux Baronies via Vaison la Romaine naar Bedoin
Eenmaal aangekomen bij de waterput begonnen met de eerste†proef†beklimming.
Zeer rustig begonnen , de beklimming op m’n eigen tempo gefietst , wel veel fietsers tegen gekomen, en voortdurend m’n hartslag in de gaten gehouden.
De beklimming was toch behoorlijk zwaar maar wel in een keer gehaald.
Afgedaald naar Maulecene en teruggefietst naar Mirabel, en vervolgens een plons in het zwembad.
31 Juli m’n tweede verkenningstocht, van Maulecene naar de top..
Deze beklimming vond ik niet zo moeilijk, de laatste kilometer heb ik nog gesprint met een andere Nederlandse fietser.
Het fijne van deze klim is dat het stijgingspercentage nogal verschilt zodat je op sommige stukken kan herstellen, en dat is toch wel fijn.
De temperatuur viel wel mee want de mistral ging flink tekeer, boven op de kale berg was het fris.
Afgedaald in m’n regenjack aan tot aan Bedoin.
Teruggefietst naar Mirabel aux Baronnies met de Mistral tegen, dat was best aardig afzien.(WK7)
2 Augustus eerst een tocht gereden rondom de Mont Ventoux.
Het was eigenlijk niet de bedoeling om voor de derde keer richting de Mont Ventoux te beklimmen, maarja het blijft toch kriebelen.
Op een zeker moment kwam ik een routebord tegen met daarop geschreven “SAULT 20KMâ€
Nou Sjaak deze kant van de Mont Ventoux moet je toch eigenlijk ook beklimmen.
Ik had al aardig wat kilometers weg en besloot het toch te wagen.
De route naar Sault is buitengewoon mooi om te fietsen.
Dwars door de Lavandel velden opweg naar de top van de Mont Ventoux.
Deze beklimming was niet bijzonder zwaar., maar wel leuk om te doen.
Bij aankomst afgedaald naar Maulecene.
5 Augustus “DE DAG VAN DE WAARHEID.
Zou ik vandaag cingle worden of is het te zwaar voor mij, dat spookte voortdurend door m’n hoofd.
Zeker gezien de temperatuur in de Provence
Er werd geadviseerd om de Mont Ventoux niet te beklimmen ivm de temperatuur, de dag ervoor waren er toch fietsers overleden
Het bloed lag nog op het wegdek.
Maar ja, je heb er het hele jaar voor getraind en dan laat je dat niet zomaar gaan, maar toch was het misschien wel onverantwoord ( achteraf gezien)
Om 4 uur ging de wekker……… ‘’nu al’’ kreeg ik gelijk te horen.
Flink ontbeten , een bord met musli, broodjes, en een pakje met vloeibaar voedsel.en water.
M’n vrouw heeft mij afgezet op een parkeerplaats net na Vaison la Romaine, en ging daarna weer terug.
Ik was begonnen met de “WARMING UPâ€.
Eerst een stempel gehaald bij boulangerie Despeisse en precies om zes uur ben ik begonnen.
In Maulecene was het op dat moment 24C.
De beklimming zelf ging wat stroef, het kostte mij meer moeite dan normaal, maar dat gebeurt wel eens vaker.
Gewoon rustig naar boven gefietst want er komen nog zoveel klimkilometertjes.
Tijdens deze beklimming kwam ik niemand tegen ook geen auto’s.
De kalmte overheerste deze klim , de zon die opkwam, dit alles maakte deze klim wel bijzonder, jij alleen in je eentje naar de top.
De temperatuur op de top was 18C
Uiteindelijk had ik toch m’n ritme gevonden en kwam op 07.57 op de top aan.
Even wat drinken en genieten van het uitzicht.
Maulecene naar top 1 uur en 57min.
De afdaling spreekt voor zich.
De eerste 6 kilometer vond ik het wegdek toch niet zo best.
Naarmate ik steeds verder afdaalde kwam ik steeds meer fietsers tegen.
Bij aankomst in Bedoin stonden Catherine m’n vrouw en Melanie m’n dochter te wachten.
Even een stempel gehaald bij restaurant L’Escapade en daarna even iets eten.
Na de “PITSTOP†ben ik om 08.50 begonnen met de tweede klim.
De eerste kilometers rustig aan gefietst wetende wat er komen gaat, eenmaal na de bocht..!!!!!!
Het echte klimwerk wat toch behoorlijk zwaar is, maar gelukkig fietste ik op dat moment niet alleen.
Tijdens deze beklimming zijn er diverse foto’s door m’n vrouw gemaakt.
En werd flink aangemoedigd door Melanie
Aangezien de temperatuur aan het stijgen was werd de beklimming ook steeds zwaarder, maar was nog wel uit te houden.
Toch steeds weer belangrijk rijdt je eigen tempo!!! Laat je niet gek maken.
Op een gegeven moment werd ik ingehaald door een nederlander en zei tegen mij “ kom op een tandje erbij, waarop ik terug antwoordde dit is m’n tweede beklimming van vandaag en ik moet nog een keer. naar boven klimmenâ€
Dus ik bleef gewoon mezelf.
Bij aankomst aan de top om 10.48 was ik blij dat deze zware beklimming erop zat.
Ik zei tegen m’n vrouw : “nou de twee zwaarste beklimmingen heb ik gehad.â€
Flink wat gedronken en wat gegeten, en…………….een stempel halen in het souvenierswinkeltje!!!
Vanaf Sault is het niet meer moeilijk , maar de grootste spelbreker wordt de temperatuur.
Na 2 beklimmingen voelen de benen toch anders aan dan normaal..
De afdaling naar Sault was geen probleem , af en toe moest je wat bijtrappen om niet van je fiets te vallen
Wat mij wel opviel was de muur van warmte, op dat moment besefte ik dat deze derde klim mij behoorlijk wat problemen kan gaan opleveren.
Bij de aankomst in Sault wederom een stempel gehaald in office de tourisme de la region de Sault.( wat mij opviel dat ze bijzonder vriendelijk waren. ).
Na een uitgebreide lunch, ben ik om 12.25 begonnen met de derde beklimming.
Ik heb wel gedacht :â€Nou Sjaak ik denk niet dat ik dit haal, wat een hitte.â€
Eigenlijk was dit teveel van het goede, maarrrrrr gewoon doorzetten.
Gelukkig had mijn “ COACH†veel water meegenomen, nou dat kwam goed van pas!!!!!
Menige flessen moesten eraan geloven , die werden gebruikt om m’n hoofd te koelen.
Om de 20minuten gaf mijn coach een fles water om m’n hoofd en rug te koelen.
Ik had een moment dat ik het wilde opgeven, nu wordt het te gek , mijn hoofd barst uit elkaar, ik kan niet meer.
Maar na een waterkoeling van mijn coach kwam ik toch tot andere gedachten.
Zo ploeterde ik verder tot aan Chalet Reynard.
Nu nog 6 zware kilometers naar de top, inmiddels begon mijn achterwerk tegen te werken ,door het vele zweten was mijn huid geïrriteerd!!!
Volhouden Sjaak je kan het , dat zat ik constant tegen mijzelf te zeggen.
Die laatste 6 kilometer kan je ook nog wel.
Blik op oneindig, verstand op nul, zo ben ik begonnen met de laatste 6 klimkilometers.
Het klinkt vreemd ,maar het leek net alsof ik op handen werd gedragen, het klimmen van de beruchte 6 laatste kilometers gingen niet zo zwaar dan ik had verwacht.
Zelfs de laatste 200 meter kon ik de snelheid nog vergroten een aantal toeschouwers zagen dit en moedigde mij aan en dat gaf mij extra vleugeltjes.
HEHE eindelijk boven IK HEB HET GEHAALD!!!!!!!!!!!!! De laatste beklimming was behoorlijk afzien, ik was toch blij dat ik voldoende had getraind, want zonder voldoende training was het mij niet gelukt!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!
Aankomst top was om 14.20 dus ook de derde beklimming binnen de 2 uur.
Op de top was het bijzonder druk ( filevorming).
Zelfs fietsers kwamen er niet meer langs!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!
De afdaling was geen probleem , wel ontzettend veel auto verkeer!!
Ik kwam binnen in Maulecene om 15.21.
Begonnen om 06.00 uur en geëindigd om 15.21 uur.
9 uur en 21 minuten ben ik ermee bezig geweest om CINGLE te worden.
Het mooiste vond ik de eerste beklimming Maulecene naar de TOP
De zwaarste vond ik de laatste beklimming, na twee beklimmingen nog een derde en de temperatuur die parten ging spelen.
Ik wil mijn vrouw en dochter hartelijk danken voor hun aanmoedigingen en verzorgingen , zonder de STAFF had ik het niet gered!!!!!!!!!!!!!!!!!
Maar!!!!!!! Het is absoluut een bijzondere ervaring die niemand mij kan afnemen.
Het geeft absoluut een voldaan gevoel.
Ik voel mij dan ook apetrots dat ik het gehaald heb elke beklimming binnen de 2 uur!!
Ik mag natuurlijk absoluut niet klagen, maar in een ding ben ik toch wel teleurgesteld , de medaille , dat vind ik echt een aanfluiting.
Het stukje PLASTIC lijkt totaal niet op een medaille!!!
Maar dat mag de pret niet drukken het is tenslotte een persoonlijke overwinning.
Tot slot een ieder die CINGLE wil worden HEEL VEEL SUCCES!!!!! En TOI TOI
Een goede voorbereiding werpt altijd vruchten af.
7 July 2006 at 11:53
Op 24 juni heb ik samen met mijn 2 broers,schoonbroer,neef en mijn vader de uitdaging aangegaan om de Mont-Ventoux te beklimmen. Als voorbereiding had ik al ongeveer 5 maanden naar mijn werk gefietst (dagelijks 50 km.) en de laatste weken met de plaatselijke wielertoeristen nog wat kilometers bij getraind. Ik had geen meter bergop gereden en wist dus niet wat ik ervan moest verwachten. De eerste 5,5 km hadden we het heel rustig gedaan en dan vanaf Le Bruns begon het het echte klimwerk. Het was al snel duidelijk dat ieder van ons echt zijn eigen ritme moest zoeken. Ik had als kleinste versnelling een 39 vooraan en een 29 achteraan. Ik kon deze versnelling vrij goed rond krijgen. Na +/- 9 km kreeg ik het enorm zwaar maar wist me nog goed te handhaven en kreeg een opflakkering toen het even minder steil ging…ter hoogte van enkele chalets (nog voor Chalet Reynard). Bij chalet Reynard nam ik mijn bocht zo groot mogelijk om nog wat te kunnen recupereren en uiteindelijk was ik na 1 uur 53 min. 48 sec. boven.Ook de rest van de familie had een puike prestatie geleverd met als speciale vermelding mijn vader die toch op 66 jarige leeftijd ook de top bereikte.
Groetjes,
Koen
3 August 2006 at 21:20
Jij, krijgt er mij niet onder
Jij, miskleun van de natuur
Jij, met je wind, je bliksem en gedonder
Jij, Albino zonder gebuur
Minachtend kijk ik op je neer
Je wordt vervloekt door je lang gekronkel
Je bent een puist, een vette zweer
Hellebroed, gespuis en gekonkel
Bloed, zweet en tranen
Gespuug en gekots
Liggen verspreid over je banen
Ver weg is je eigen trots
Keer op keer word je overwonnen
Niet in het minst door deze eigen persoon
Zonder schema’s om te herbronnen
Zonder speciale training en gekloon
En ja, ook ik vind het een hele eer
Meer om het feit dan om de naam
En ja, je bent er een tijd mee in de weer
En is opgeven een hele blaam
Maar wordt dit niet wat overroepen
Drie, vier, zes, negen, tien
Je moet er van blijven snoepen
Zodat je altijd de hele taart kan blijven zien…
12 August 2006 at 17:49
Tijdens de zomerreis 2005 in de Provence passeerden we met de auto aan de Mont Ventoux en besloten naar de top te rijden. Tijdens de autorit zag ik al die Ventouristen zwoegen om de top de bereiken … ik kon het bijna niet aanzien, zoveel goesting had ik om dat ook te doen.
Ik was toen enkel mountainbiker, en had geen racefiets. Eens thuisgekomen besloot ik om mij een racefiets aan te schaffen, een Trek 1500 met een triple Shimano Ultegra. Het oefenen kon beginnen … Voor 2006 werd de zomerreis uitgekozen in functie van de nieuwe uitdaging : we zochten een plekje in de (wijde) omgeving van de Mont Ventoux. De eerste 14dagen van juli 2006 logeerden we dus in Grospierres in de Ardèche, op een kleine 2 u rijden van Bédoin, waar ik de uitdaging zou starten. Een tocht van 22 km, startend van een hoogte van 309m tot de top van 1912 m dus een 1500 hoogtemeter.
Op dinsdag 11/07/2006 was het zo ver : we vertrokken richting Bédoin om zo de lastigste kant van de Ventoux te beklimmen. Doelstelling 1 was slagen in de klim, doelstelling 2 was een tijd van 2 u afklokken. Ondertussen was het 11u voor ik kon vertrekken. Mijn schoonbroer Erwin had voor de gelegenheid ook zijn racefiets meegebracht en zou mij vergezellen.Â
Het weer viel niet echt mee : het was ondertussen al 37 – 38°C toen we de start namen aan de fontein en zo de marmeren witte lijn overschreden. De eerste paar km zijn niet meer dan vals plat : ik kon nog gerust op mijn middenblad rijden en mijn hartslag viel nog mee, zo’n 140. Mijn compagnon had het lastiger en zijn hartslag steeg onrustwekkend naar 190 – 195. Al snel liet hij het tempo zakken en moest ik alleen verder. Hij zou later moeten stoppen na een 7tal km.
Na goed 5 km was ik goed opgewarmd en begon het echte werk na de bocht in St Estève.  Al snel zat ik in de bossen.  Het is op die asfaltweg broeierig heet. Gezien de zon hoog zit heb je, ondanks de bomen, nauwelijks schaduw. Dat gedeelte van de klim duurt enorm lang, zo’n 8 km, zonder dat je iets anders ziet.   En gezien het stijgingspercentage van 9 – 11% in dat gedeelte betekent dit zo klein mogelijk schakelen en een goed ritme proberen te behouden. Eerlijk gezegd, toch wel een zware bedoening. Na goed een uur fietsen en een 11,5 km op de teller eventjes gestopt om de inwendige mens te versterken met wat energiereep. Ondertussen toch ook al veel gedronken. De camelbag deed zijn dienst, en gelukkig blijft de drank daarin behoorlijk fris.
Terug de fiets op en eindelijk, na zo’n 14 km begin je stilaan uit de bossen te geraken en kan je verlangen naar chalet Reynard, het enige rustpunt in de klim.  De bossen beginnen stilaan te verdwijnen en zie je de zogenaamde kale berg in zijn volle glorie verschijnen. Aan chalet Reynard nog eventjes rustpauze ingelast en wat energie bijgetankt, om de laatste klim te starten. In de beginnen is het laatste stuk minder stijl, doch al snel verandert dit in een stijgingspercentage van 9%.Â
Maar, eens je chalet Reynard gepasseerd zijn voel je letterlijk dat de top dichtbij is, en die laatste 6 km krijg je echt nieuwe moed.  Hoewel, na 1 km besef je dat er toch serieus moet klimmen. Maar je ziet dra de top en perst er nog eens alles uit.  Nog eens het monument van Tom Simpson gegroet en de laatste km aangevat. De bocht net voor het einde doorgezet en … hoera, driewerf hoera. De top bereikt, de Mont Ventoux getemt.  En afgeklokt op 2u7min. Net niet de tijddoelstelling van 2u bereikt, maar toch enorm gelukkig dat ik het gehaald heb.
20 August 2006 at 15:56
Mont Ventoux 10 Augustus 2006
Met zijn vijven trokken we in een riant busje, genaamd Ford Transit, naar de berg waar wekelijks één dode valt te betreuren. Twee vrienden (David en Arne) zouden de catering tijdens de beklimming voor hun rekening nemen vanuit het busje, terwijl drie gekken (Timo, Rens en JW) de fiets naar boven zouden nemen.
’s Ochtends vroeg pakten wij het busje vanaf onze camping rond de klok van half negen. Met de slaap nog in de ogen en stijf van de Isostar en een pastagerecht kwamen we een halfuurtje later aan in Bédoin, startplaats van de beklimming. Voordat de 23 kilometer lange rit voor ons ging beginnen vroeg ik mij of we het wel zouden halen. Met slechts 200 kilometer in de benen op een gewone ‘herenfiets’ verklaarde velen ons voor gek. Een van ons vond het zelfs nodig om helemaal niet te trainen voor deze barre tocht. Nog snel langs het fietsenwinkeltje om mijn band op te laten pompen zodat alles op materieel gebied in ieder geval in orde zou moeten zijn.
Bij de start deed ik het rustiger aan in vergelijking tot mijn twee metgezellen. Het tempo waar ik mee begon was erg rustig, zodat ik op het laatste stuk genoeg energie zou over hebben. Na ongeveer 2 kilometer kreeg ik de eerste tegenslag al te verwerken, mijn ketting lag eraf. Met in het achterhoofd de eindtijd die nu zou worden verkloot probeerde ik zo snel mogelijk de ketting er weer op te leggen. Dat lukte redelijk snel, waarna ik weer rustig doorfietste. Bij het eerste steile stuk ging het weer mis, nu was het onbegonnen werk de ketting er weer op te leggen. Vloekend op alles liep ik verder naar boven en vroeg me af waar mijn begeleidingsbusje bleef. In dit busje hadden we twee reservefietsen geplaatst zodat ik eindelijk mijn agressie op de fiets kwijt zou kunnen. Tien á vijftien minuutjes later was het moment daar. De Gitane 1500 inruilend voor de Trek 1000 vervolgde ik mijn rit.
Al snel vond ik een lekker tempo op één van de laagste verzetten. Ik haalde vele mountainbikers in alsof ze geparkeerd stonden, en misschien was dat ook wel zo. Het bosgedeelte werd overheerst door veel vliegjes en wespen, wat het fietsen nog moeilijker maakte. Inmiddels was ik er niet meer mee bezig of ik de top zou halen, ik was er zeker van dat dit ging lukken. Maar als laatste finishen zou mijn imago niet aankunnen. Daarom probeerde ik zo snel mogelijk die berg op te komen en de heren voorbij te gaan. Na enkele kilometers zag ik dan eindelijk een groen shirt met een dobbelsteen (met de tekst ‘lucky’) erop. Dat was nummer één dacht ik in mezelf. Samen met een mountainbiker, die wel een lekker tempo had, gingen we Rens voorbij. In het bos was het ongelooflijk heet en zweette ik als een otter. Maar aangekomen bij het maanlandschap was de Mistral aan het blazen. Het was er koud en erg moeilijk tegen te fietsen. Langzaamaan voelde ik de energie in mijn beenspieren verdwijnen en wilde ik niets liever dan op de top staan. De andere metgezel, Timo, stopte vaker dan ik, maar had daarentegen wel een hogere snelheid tijdens het fietsen. Zo kwam het dat we elkaar meerdere malen inhaalden. Op het laatste stukje waar hij nog eens stopte greep ik mijn kans. Ik fietste door, stukje gelopen tegen de mistral, weer fietsen en ik was er!!! Tevreden werden er boven nog wat fotootjes geschoten en moest het mooiste nog komen: de afdaling. Met 70 á 80 kilometer per uur scheurde wij het bergje af.
De standaardvraag die volgt van de meeste mensen: Vond ik het zwaar? Jaja, het was zwaar, maar… verwachtte minimaal half te sterven, en dit was (jammer genoeg) niet het geval. Wel ben ik bang dat ik door het virus van het klimmen ben gegrepen. Je eigen grens opzoeken op een dergelijk heuveltje is namelijk best mooi.
Jan Willem
Tijd: 2:15 (ongeveer)
25 August 2006 at 21:03
ja daar sta je dan met je grote bek…….
Vakantie 2006, na jaren van vlieg vakanties op Griekenland wilde we (lees : ik) wel weer eens naar Frankrijk op vakantie. 2000 was het laatste jaar dat we daar geweest waren, toen gingen de kinderen nog mee, nu samen overgebleven ging de reis wederom naar de Provence. Doel beklimmen van de Mont Ventoux en het liefst 3 keer op één dag want dat zou ik wel ff doen.
In 2000 was sporten iets wat je op de bank voor de TV deed met een biertje in je ene hand en zak chips in de andere. Toen we dat jaar in de Provence zaten reden we in de auto de MV op en zagen al die rare mensen op fietsen naar boven fietsen, wat een malloten dacht ik toen, terecht!!
6 jaar later en ik ben van een dik mannetje veranderd in een sportfanaat. toen ik deze winter bij Yves was zag ik foto hangen aan de muur van ook een dik mannetje op de MV, hoe toepasselijk allemaal.
Na een rustige heenreis kwamen we zaterdag middag aan in Visan. We stapte uit de auto voor ons huisje in het centrum en ik keek recht vooruit in het gezicht van de kale berg voor me. Het leek net of hij me uit stond te lachen. Wacht maar mannetje leek hij te willen zeggen. Arrogant keek ik terug en was niet bang, oh jij domme ‘ollander.
We hadden de laatste maanden erg veel stress en drukte gehad mijn vrouw en ik en ik had eerlijk gezegd niet echt zin om mijn vrouw veel alleen te laten deze week, dus het was pas maandag dat ik voor het eerst sinds een week op de fiets zat.
‘we’ gingen deze dag even MV doen besloot ik. Dus fiets inladen en richting Vaison Romaine waar ik naar Malaucène zou fietsen waar de klim van deze dag zou beginnen. Eerst nog stukje infietsen en dan naar boven knallen.
MIjn vrouw zou na 7-8 km even met de auto wachten om te kijken hoe het ging.
Na een week niet fietsen voelde de benen lekker aan, alle vermoeidheid was verdwenen, maar echt klim benen had ik niet.
Aanloop tot aan restaurant is vrij vlak en was lekker, na de bocht begint het pas echt en de 30*21 kwam er aan te pas om lekker te kunnen blijven trappen, na 2-3 km schakkel ik terug naar de 30*23 omdat de 9% toch wel zwaar voelt. Kan het echter makkelijk vol houden en kan wat mensen inhalen, na 7 staat de auto van mijn vrouw langs de weg om wat foto’s te maken. Ik rij door met een knikje dat het goed gaat, het is hier weer wat vlakker met 5-6% en ik maak de fout door nog steeds met een te hoge HS te blijven rijden.
Na 10 km klimmen is er links een mooi uitkijkpunt, rechts gaat de weg weer wat meer omhoog zie ik wel, we gaan over de 10% heen…. mijn beentjes krijgen het zwaar en ik leg mijn laatste wapen op tafel : 30*25. Na 13 km mis ik mijn paaltje langs de weg, elke kilometer staat er namelijk netjes een paaltje met hoogte en stijgings % wat er aan zit te komen voor de volgende kilometer, soms valt het mee en soms valt het tegen zoals de laatste 3 kilometer. Het missen van mijn paaltje brengt me even van slag.
Begin wat te slingeren, begin van vermoeidheid, HS zit nog steeds boven mijn omslagpunt.
Na een paar 100 meter zie ik een man langs de weg staan, hij heeft een zwarte cape aan met rode punten, zijn ogen zijn geel en flikkeren in mijn ooghoeken zie ik een hele grote hamer. BENG, vol in mijn maag. Het wordt zwart voor mijn ogen en met moeite kan ik losklikken en met één voet de grond aanraken. Ik pak op gevoel mijn remgreep beet en probeer overeind te blijven staan. Het wordt nu wat wazig maar kan nog steeds niet goed zien. Na een tijdje probeer ik af te stappen en tegen mijn stang aan te leunen, zo sta ik daar dan een tijdje. Kan weer wat zien en voel me gelijk misselijk worden, draai me om en probeer goed te ademen. Niks helpt, misselijk en helemaal van de kaart. Hoe moet ik nou verder? Hoe moet ik naar beneden. Ik hoor en zie half een auto aankomen, ook de fietser die ik 3 km geleden nog bij de uitkijkpost zag staan komt langzaam naar boven gereden, hij komt langzaam zwetend voorbij, ik doe net alsof ik sta te drinken en van het uitzicht sta te genieten. Schaam me kapot voor deze afgang. Na enige tijd kan ik weer staan en loop 1-2 meter vooruit. Misselijkheid trekt langzaam weg wanneer ik loop.
Probeer dus langzaam vooruit te lopen, gaat niet makkelijk maar ik kom vooruit. Waar is je vrouw wanneer je ze nodig heeft denk ik dan.
Ik stop weer en drink wat water, gelijk weer misselijk. Lopen dan maar. Weer een fietser die me inhaalt, schaam me nu helemaal kaopt, met een fiets in je hand omhoog lopen, erger kan niet!
Na 100 meter komt er een bochtje, gaat weer iets beter met me. Na de bocht zie ik plots een bekende auto staan, ja hoor, staat ze net om de hoek te wachten !
Stap voorzichtig op de fiets en doe het laatste stukje weer zoals het hoort met de fiets. Bij de auto stop ik. Mijn vrouw zag al dat het niet goed zat, slingerend kom ik tot stilstand en stap af. Schut mijn hoofd.
Eet een banaan en drink wat water, gelukkig gaat het wat beter. Er komt nog een fietser aan. Hij stopt bij ons en pakt zijn bijna lege bidon en drinkt hem leeg. Verteld in het Frans dat het niet meevalt, ik knik.
Hij pakt weer zijn bidon, zet de lege bidon aan zijn lippen in de hoop dat er een wonder gebeurt is en dat er weer water uitkomt, helaas voor hem : vandaag geen wonderen.
Ik loop naar de man toe en geef hem een 1,5 liter fles uit de auto aan hem, ook nog een banaan. De man heeft geluk, wonderen bestaan nog.
Na een bedankje en nog een paar minuten rust stapt de man weer op de fiets en rijd verder omhoog voor de laatste 7-8 kilometer.
Mijn twijffel over mijn afloop van de tocht is verdwenen en stap ook op de fiets. Ik laat me niet door een berg uitlachen denk ik bij mezelf.
Rustig rij ik verder, na 3 km even een korte stop en weer verder. Met nog 2 km te gaan wacht ik nog heel even om dan laatste stuk te doen, gaat redelijk maar niet super. Eerste stukje was mijn HS nog belachelijk laag met 115 (= H zone) nu klimt hij weer in D2/3.
Totaal uitgewoond kom ik boven. Heb het gehaald dat wel maar vraag niet hoe!
De volgende 2 dagen heb ik echt nodig gehad om te herstellen, donderdag ga ik weer een poging wagen zeg ik tegen mezelf. Dit keer met meer respect voor de kale.
Donderdag rij ik naar Bedoin voor de échte klim. Het fonteintje is snel gevonden en redelijk fit maar onzeker rij ik richting de top, eerste 2-3 km is een makkie. Veel te vlak vind ik, moet ik later allemaal inhalen op steile stukken denk ik bij mezelf.
Na Les Bruns begint het gedonder, maar ik doe het op reserve omdat ik van mijn fouten heb geleerd. Het bos is pittig maar kan de gang er aardig inhouden. Muggen zijn er ook weer en ik zie dat boven mij de wolken aardig donker beginnen te worden, ook de wind is erg pittig heb ik gemerkt. Eerst stuk vals plat was tegenwind en dat was nou net niet de bedoeling, in het bos is de wind minder maar de weg steil.
Rij rustig door en passeer weer mijn vrouw die mijn helm aanpakt en ik wissel een bidon. Rij weer verder, nog 7 kilometer tot Chalet Reynard.
Weg blijft maar omhoog gaan, na wederom 13 kilometer een kleine inzikking maar zet door, net voor Reynard wordt het wat vlakker en kan herstellen.
Nog 6 tot de top, donkere wolken en een paar spatjes. Gedurende heel de klim maar 1 fietser gezien. Dat was maandag wel anders.
Het laatste stuk ik prachtig om te zien, de kale berg ten voeten uit en ik voel nu pas wat het is om deze berg te mogen beklimmen. Ik ga steeds makkelijker rijden en geef nu pas wat meer gas. Een paar fietsers die voor me rijden moeten er allemaal aan geloven, met 13-14 per uur rij ik rustig door. Weer een medestander die ik rustig inhaal. Hij blijft achter me rijden en even wil ik aanzetten maar bedenk me, krachten sparen denk ik. Achter me begint het gehijg boven de wind uit te komen, ik tel af 7 6 5 4 plof zegt de man achter me en haakt af.
Nog 2 kilometer en dan begint het voor mij ook erg zwaar te worden, wind maakt het bijna onmogelijk om recht te rijden en ik slinger soms gevaarlijk over de weg. Gelukkig weinig auto’s. Ik groet Tommy… Nog 1 kilometer…moet nu op mijn tanden bijten, de laatste bocht naar links, laatste stuk steil heb ik de wind pal tegen, moet gaan staan want als ik blijf zitten en ik wil aanzetten komt mijn voorwiel omhoog !
Nog een paar 100 meter, bocht naar rechts en ik zet mijn tanden op elkaar. Wat een wind. Boven kan je amper overeind blijven staan van de enorme wind. MIjn vrouw staat boven te blauwbekken en kan foto toestel niet recht houden van kou en wind, 13 graden. Beneden 28.
Na snel de nodige foto’s genomen te hebben ga ik weer op de fiets naar beneden, eerste stuk heel voorzichtig maar later tussen bomen is het weer wat rustiger. Op het lange recht stuk ga ik even voluit met ruim 80 ga ik naar beneden, passeer het stuk waar ik maandag dood ging, met 50 gem kom in beneden aan.
Heerlijk !
14 en 17 augustus 2006
28 August 2006 at 21:29
Deze zomer (augustus 2006) ging ik voor de 3de keer op rij naar de provence, met andere woorden “De Mont Venoux”
Ikzelf ben 17jaar en reed dus de ventoux voor het eerst op, op men 15de langs sault.
Dit jaar heb ik hem 2 keer opgereden, eerst via malaucene en 3dagen later via bedion.Natuurlijk was bedoin voormij (zo competitief als ik ben) bedoeld om er op te rijden en zo snel mogelijk. Via malaucene reed ik de reus in 1uur en 30 minuten en ik kon nog sneller dus ik bereidde me goed voor op bedoin en ging van start.
Mijn fout in het begin van de klim was dat ik dacht “ik zal hem hier is snel en overweldigend goed oprijden” en zo iets wreekt zich ik werd snel moe en mijn benen deden al pijn. Dus begon ik terug even rustig aan te doen en me een beetje onderdanig op te stellen tegen de berg ik beelde me hem in als een grote broer die je zonder hem te veel aandacht te geven stiekem moet opkruipen. als je met hem speelt wint hij vast. maar toch toen ik in chalet reynard aankwam was ik verbaasd ik had al wel menig fietser voorbijgereden waarvan ook mensen van kontich (ook belgen zoals ik) die ditmaal de cinglie gingen rijden en ik reed dus vooorbij in chalet reynard en zag op mijn klok 1uur en 1minuut staat, ik dacht hier zit een hele mooie tijd in dus ik vloog er direct in en reed al gouw tegen een 16km/u die laatste 6km. De laatste 2 km had ik het wel heel moeilijk en viel het terug stil tot 12,13km/h de laatste 200meter trok ik nog eens op voor de foto en toen ik de laatste bocht in kwam waaide de wind zo fel dat ik helemaal naar de buitekant werd gedreven en maar net kon blijven zitten “OEF!!!”
Boven aangekomen zalige euforie er is mij niemand voorbijgekomen en ik finischde in 1uur en 25minuten. Mijn nieuwe besttijd.
Natuurlijk was dit alles niet mogelijk zonder zorg van familie en vrienden die als bezemwagen fungeerden voormij.
groetjes
jasper
Zemst-Laar
Belgie
5 September 2006 at 09:14
Dag Alex
Aflopen verlof bracht ons naar de Provence en als beginnend wielerliefhebber (sinds 2 jaar) die graag eens bergop rijdt (en dus eigenlijk in het verkeerde land woont) kon ik het niet laten om de beklimming van de Mont Ventoux als een persoonlijke uitdaging te zien (als een mens dan toch in de buurt is).
Beetje verslagen lezen op het net gaande van bibberende en vloekende zwaargewichten op de koersfiets tot semi-masochistische wielerfreaks was best interessant als voorbereiding en gaandeweg begon de Kale Berg steeds meer tot de verbeelding te spreken, mede dankzij jouw verzorgde site overigens. Goed, cut the crap – zoals ze in Texaans epoland zeggen en get to it.
Voorbereiding: volledig in het 100 gelopen wegens plotse zwangerschap van mijn vriendin en noodzaak tot uitbreiding van de woonst. Helemaal geen klimkilometers in de benen. Toch dit: nog snel een compact cranksetje gekocht (wat een goede investering bleek) en een helm (na een spectaculaire val in de Tour de France stond de winkel vol mannen die door hun vrouw om een helm gestuurd werden).
De klim: wat voorafging: een ontbijt van honey pops (lachen mag), pasta met rozijnen (mijn vriendin trok haar Spaanse neus op maar kenners weten waarom, zoals jupiler trouwens…), een chausson au pomme (voor bij de koffie) en dan op de fiets richting Bédoin nog snel een banaan (net-niet vloeibare energievoeding tenzij te lang in de achterzak).
De klim zelf: best aardig maar ik zat in het bos – dat ik trouwens een zalig stuk vind – al snel af en toe op de kleinste versnelling: 33×27, daar geraak je overal mee op. Achteraf bekeken toch iets te veel op voorzichtig gereden.
Bevoorradingszone aan Chalet Reynard: cola en reep chocolade en ondertussen 2 rondjes op de parking.
De laatste 6 km: zalig (ik denk vooral in het hoofd omdat je de top ziet en omdat er geen wind was, in tegenstelling tot de volgende dagen!), veel kunnen bijschakelen en nog meer “lijken” opgeraapt. “Ook van België«?” vraag ik soms (je ziet het aan de truitjes) en “jaahgrh-hoest, zucht kreun-hoest!!” krijg je terug als antwoord. Hehe…
De hartslag: onder controle: steeds tussen 160 en 170, enkel bij de eindsprint naar 192 laten gaan. Vooraf aan de diegene die ik voorbijging toch maar even gevraagd of “dat daar echt de laatste 2 bochten waren”, je weet maar nooit…
De gedachte op moeilijke momenten: als Bert Anciaux (vlaams emo-minister) het kan dan ik ook!
Rustig blijven trappen, ritme houden en diegene die je voorbij steekt niet meer laten terugkomen, voorbij gaan = voor blijven. Diegene die je vlot voorbij gaan niet proberen inhalen, sommigen zijn nu éénnmaal stukker beter, punt.
De tijd: 1u50. Ik had mezelf als doel gesteld om binnen de 2u te blijven dus ok.
Het gevoel: super!
De volgende dagen: nog 2x de berg op gereden (1x via Malaucene en nog een keer via Bédoin) en telkens kwam ik op 1u50 uit, bijna tot op de minuut! Vreemd…
De laatste dag was ik wel op weg naar een tijd van 1u40 (beter in het bos) maar de wind op de laatste 6 km was toen ongenadig en blies me fel terug. De Kale Berg heeft zijn naam in alle opzichten niet gestolen.
Een stevige, mythische en zalige klim, voor herhaling vatbaar, misschien later ook eens meerder keren per dag.
Vriendelijke groeten
David
(België, Gent)
19 September 2006 at 22:05
Als u naar bovengenoemd web-log gaat en naar categorie Mont Ventoux gaat, dan ziet u daar vele verhalen over de MV en directe omgeving, u kunt ook rechtstreeks er heen gaan via: http://meindertbrugman.web-log.nl/meindertbrugman/mont_ventoux/index.html
Veel leesplezier en reacties zijn uiteraard welkom.
2 November 2006 at 22:29
Onze beklimming
We hadden ons in Belgie flink voorbereid , mijn dochter Stine(25) en ik(57)eerst veel kilometers gereden en dan stillaan de hellingen opgezocht. We beseften wel dat we hier bij ons nooit lange beklimmingen konden trainen maar niettegenstaande voelden we bij elke rit de conditie groeien en een helling die in maart nog afschrikte of waarvoor we zelfs een ommetje deden om ze niet te moeten oprijden werd naarmate we vorderden een makkie Op 20 augustus s’nachts zijn we richting Provence vertrokken en s’anderdaags onze intrek genomen in een schitterende Chambre d’hote in Mollans Sur Ouveze. Van bij het eerste avondmaal was de ventoux uiteraard het gespreksonderwerp. De heer des huises had hem zelf al een paar keer beklommen en deed dat nog vrij regelmatig over en kende de berg en de omstandigheden dus vrij goed Van hem konden we in de laatste dagen voor de beklimming waarschijnlijk nog wat opsteken. Van aan ons verblijf konden we hem al goed zien liggen , “hij riep ons ” bij wijze van spreken . Maar wij vonden het nog wat vroeg; We zouden eerst wat bergervaring opdoen in de ontelbare colletjes in de omgeving. De eerste keer was het wel even schrikken toen we van in Mollans richting Montbrun les Bains reden over de Col de Fontaube slechts 635 m hoog maar voor ons de eerste kennismaking met een wat langere klim In de daaropvolgende dagen moesten ook de Col d Ey , de Col des Aires , Col de Propiac en de Col de Suzette er aan geloven. Naarmate we reden voelde ik dat het allemaal wel zou kunnen op de Ventoux. Ik lette er vooral op niet te forceren en probeerde steeds soepel te blijven rijden. Mijn dochter had het moeilijker, ik waarschuwde haar voor het feit dat ze waarschijnlijk een beetje “te groot ” reed maar ze beweerde dat ze zo het best in haar ritme kon blijven .
In de volgende dagen toerden we nog wat rond in de streek en hielden we nauwgezet de meteo in het oog Onze gastheer zorgde iedere morgen voor een feilloos weerbericht Zo besloten we dan ook om op 24 aug de klim vanuit Sault te wagen. Juist de “mietjes “kant . Overmoed hadden we geen van beiden en dat hadden we goed onthouden uit al de lektuur over de kale berg .De berg kent geen genade met wie overmoedig is ! Om 10 u stonden we dan ook in Sault klaar om er aan te beginnen. Het weer was exellent zonnig en toch niet te warm en geen wind.Zoals zovelen stelden we vast dat de klim vanuit Sault inderdaad begint met een afdaling .Na een drietal km keek ik voor het eerst achterom en zag tot mijn verbazing dat ik Stine niet meer zag na de laatste bocht. We hadden weliswaar afgesproken van niet samen te rijden en ieder ons eigen tempo te rijden maar dat ze nu al achter lag vond ik toch vreemd. Marjan ,mijn vrouw en Steven Stine’s vriend reden met de wagen enkele bochten voorop om fotos te nemen en rond de de 7e km konden ze mij vertellen dat het met Stine niet zo lekker ging. Ik gaf hen de boodschap mee dat ze rustig en soepel moest verder doen en haar hartslagmeter i het oog te houden . Iets wat ik ook permanent deed; Maar die bleef keurig rond de 130 schommelen.Ik voelde mij trouwens prima en genoot met volle teugen van de klim; Rond de 15e km had ik echter de indruk dat het moeilijker ging en net toen wisten de begeleiders me te vertellen dat Stine haar ritme gevonden had en dat ze nu flink vooruitging. Omwille van mijn kleine dipje besefte ik ineens dat ik nog niet gegeten of gedronken had en wonder: na een paar teugen Extran en een energy bar bleek ik weer beter te rijden. Marjan en Steven hadden dat trouwens ook gemerkt en moedigden mij vurig aan . Zonder het te beseffen stond ik aan de Chalet Renard. Ik voelde mij zo goed en het ging zo perfekt dat ik met volle goesting aan de moeilijke laatste 6 km begon. En het ging ook erg goed Op ong. 3km van de top reed ik An Wouters voorbij ( de basketster) jongen wat een lengte die vrouw om van de fiets nog maar te zwijgen. Op dat ogenblik kreeg ik van Steven het bericht dat Stine het weer erg moeilijk had en er mee wou stoppen .Ik stuurde hem terug met de boodschap dat ze moest volhouden . Maar ik had beter gezwegen want hoewel ik goed vorderde begon ik heel lichtjes een pijn in de achterkant van mijn rechterdij te voelen, onmiddelijk herkende ik dat soort pijn . Hoe dikwijls was ik al niet ‘s nachts in mijn bed wakker geschoten door een plotseling opkomende kramp; En ja , hoor op 300 m van de top moest ik er af : De dij zo hard als beton, trappen was onmogelijk en de pijn ondragelijk . Marjan heeft dan mijn dij gedurende zeker een 10tal minuten gemasseerd tot die weer wat soepel geworden was. Ondertussen had een herboren Stine de Top al bereikt Ik dus met een half stijf bovenbeen weer de fiets op en een minuutje later stond ik ook boven enerzijds ontgoocheld omdat zo een fijne beklimming werd onderbroken en niet in één keer werd afgemaakt, anderzijds fier als een pauw .2u 49 niet schitterend maar dat had geen belang. Met het 360° panorama als beloning en een frisse pint als soelaas voelden wij ons diep gelukkig .Een schitterend moment vader en dochter samen boven op de reus van de Provence. De kramp was ondertussen helemaal verdwenen zodat ik besloot om de afdaling naar Malaucene met de fiets te doen als verkenning van iets dat reeds in mijn hoofd speelde . Stine was voldaan en besloot met de auto en de begeleiders af te dalen. Tijdens de overigens schitterende afdaling kon ik mij al een goed beeld vormen van wat ik voor mezelf een paar minuten eerder boven op de top al had besloten: ik ga nog eens naar boven in één van de volgende dagen. deels omdat de hele beklimming zo goed was gegaan en deels door de kleine onvolkomenheid ( het afstappen door die kramp)
Ik wou daar echter nog eens rustig over nadenken zonder de anderen reeds in te lichten over mijn plannen. Ik wist trouwens ook niet of Stine nog eens wou. Via een paar heimelijke vraagjes in de volgende dagen bleek snel dat zij een tweede keer niet zag zitten.In de loop van de week zijn we nog eens met de auto naar boven gereden via Bedoin zogezegd om nog een paar fotos te nemen maar het was eigelijk om stiekem de klim te verkennen.
Een paar dagen later zijn Stine en Steven teruggereisd naar Belgie en moest ik dus de keuze maken vanuit Malaucene of vanuit Bedoin Ik vond dat Bedoin er moeilijker uitzag maar bij warm weer bood het bos wel wat beschutting. Malaucene had dan weer het voordeel dat de baan heel breed en overzichtelijk is maar de twee steile stukjes ong. halfweg deden mij nog twijfelen. 31 augustus was weer een prachtige dag ,zonnig en geen wind en dus besloot ik het vanuit Malaucene te wagen Na een paar km had ik onmiddelijk door dat dit Sault niet zou worden en had ik het snel moeilijk maar de kracht en de wil waren nog goed genoeg om door te gaan.Met de Chalet Liotard in zicht kreeg ik serieuse buikkrampen: een sanitaire stop drong zich op, gelukkig was het toilet in de Chalet niet bezet en kon ik mij dus vrij snel ontdoen van de overtollige ballast. Weer de fiets op bleek het toch nog vrij aardig te gaan alhoewel ik konstant op het kleinste verzet reed . Ik moest dus zien zo boven te geraken want kleiner kon niet meer. Ter hoogte van de plaats waar de zetellift van de Mont serein de baan oversteekt reed ik zo langzaam dat drinken en dus rijden met 1 hand onmogelijk bleek zodat ik even voet aan de grond moest zetten om te drinken.Ik kon toch nog in gang geraken en bereikte uiteindelijk de snoepkraampjes op de top na 3u 18 .Fier van de prestatie maar de kapot. Dit was geen mooie beklimming, dit was geen leuke beklimming Dit was afzien geweest , niks voor mij, daarvoor was ik niet goed genoeg.
Nochtans fier een smsje gestuurd naar Marjan
maar na een grote pint op een terras in Malaucene toch weer snel naar Mollans.
Wat is nu de les uit dit alles ? Dat de reus inderdaad geen compassie kent en dat ik veel meer plezier zal hebben aan de kleine colletjes in de Baronnies en in de rest van de Drome en dat Bedoin niet voor mij is weggelegd en ach aan wie moet ik iets bewijzen ? Aan niemand , zelfs aan mezelf niet .Maar ik ben toch 2 keer de ventoux opgereden.
17 November 2006 at 09:42
De mythe
Hier geldt het eeuwenoude spreekwoord “hoe ouder hoe zotterâ€.
Wie reist nu bijna 1000 km ver om een berg op te fietsen. Precies of we zouden hier geen obstakels vinden waar we ons moe kunnen op maken.
In iedere sport is er wel iets dat wij wel eens zouden willen doen of meegemaakt hebben. Bijna een jaar geleden al begon ik met de training om die ene, die mythische berg te kunnen beklimmen. MTB- tochten in november in de regen, in de wind, de koude en de eindeloze kilometers om de conditie op te vijzelen. Trainingen in de Belgische Ardennen, alles bij elkaar goed voor zo’n 4500 km voorbereiding. Later zou blijken dat de hellingen in de Ardennen niet meer waren dan uit de kluiten gewassen molshopen. Absoluut niet te vergelijken met wat mij te wachten stond.
Naarmate het vertrek naar de witte berg naderde, groeide ook de onzekerheid met de dag. Soms een hartritmeversnelling terwijl ik thuis in de zetel zat en er op de televisie iets werd gezegd over het beklimmen van een col. Ik heb bijna zoveel afgezien bij het bekijken van de ritverslagen van de Ronde van Frankrijk, als de renners zelf. Een zuivere adrenalinestoot noemt men dat. In gedachte, hoe zou het zijn, hoe zou ik de kilometers verteren enz. Nog nooit een col beklommen, laat staan eentje buiten categorie.
Redelijk moe van de lange busreis, stijve benen en de verhalen van sommigen, deden mijn zelfvertrouwen alleen maar afbrokkelen. Het idee om de Joëletteploeg speciale rolstoel voor rolstoelpatienten) te gaan aanmoedigen was bij nader inzien ook niet zo een slim idee. Het aanzien van de vermoeide gezichten van de begeleiders en de spreekwoordelijke plensbui die we over ons hoofd kregen bij het te voet gaan naar te top, leek alsof de berg ons wou zeggen dat hij niet met zich zou laten spotten en dat hij met respect wou behandeld worden.
Weerom werd ik overweldigd door het aanschouwen van enerzijds de ruwheid en anderzijds de schoonheid van moedertje natuur. De angst bekroop mij nog meer als ik sommige fietsers hijgend en snotterend stil langs de weg zag staan. Allemaal pogingen die zouden stranden, mensen die het niet zouden halen. Mensen waarvan het zelfvertrouwen de grond werd ingeboord.
Vrijdag had mijn maat William al eens een poging gewaagd om eens snel tot boven te fietsen, maar hij had na 11 km nog juist genoeg kracht over om zijn fiets om te draaien en terug naar beneden te bollen. Zelfs dà t verhaal deed mij geen deugd. Mijn maat was wel vergeten dat hij die dag al130 km had gereden en dat daardoor het beste schuim van zijn pint was.
Wij besloten om samen de beklimming aan te vangen via Bedoin. Eerst 20 km warm rijden, waarbij we over een colletje moesten. Bij het overschrijden van de denkbeeldige startlijn in Bedoin nog snel enkele fotootjes nemen omdat onze gezichten toen nog fris stonden.
Uit gelezen verslagen wisten we dat het begin niet te stijl was, maar langzaamaan kon ik aan mijn hartslag merken dat het wel degelijk bergop ging. De goede cadans vinden en het juiste verzet was vooral de boodschap.
34 x 23, 34 x 24, al snel kwam ik tot de bevinding dat het snel gedaan zou zijn met kleiner schakelen. Ik begon erover na te denken of ik niet beter mijn fiets zou verkopen. Angstvallig mijnen tikker in ’t oog houden, is het grootste deel van de beklimming mijn bezigheid geweest. Mijn maat heb ik spijtig genoeg moeten achter laten, maar dat was op voorhand afgesproken, ieder zijn eigen tempo. Alleen in het bos, tussen de bomen uw eigen ademhaling beluisteren. Een paaltje met de vermelding 887 m aan 7.5% was een geruststelling, maar 887 meter later stond een paaltje met daarop 3 km aan 10.5% en je kunt niet terug, bergopwaarts is de boodschap. Ik ben nergens een paaltje tegengekomen met 100 meter plat.
Voor de eerste maal in gedachten heb ik mijn fiets verkocht, maar vond dan opnieuw het goede ritme.
Opeens hoorde ik een geluid achter mijn rug. Van links komt een fietser mij bijna fluitend voorbij gefietst, waarom kan hij wel en ik niet, gaat het door mijn hoofd. Ritme en hartslag probeer ik in gedachte te houden. En weer verkoop ik in gedachte mijn fiets.
Na een kwartiertje zie ik de eerder voorbijsnorrende fietser weer voor mij opduiken. Op mijn beurt haal ik hem in en wij kijken elkaar aan. De fietser heeft een hoofd als van een in papier marche gekneed poppenhoofd, een stervende zwaan. Niet versnellen zegt mijn engelbewaarder, gewoon doorgaan met….. ritme en hartslag . Ik weet intussen hoeveel spaken er in mijn voorwiel staan want ik heb ze onderweg meerdere malen kunnen tellen omdat mijn wiel zo traag draaide. Drinken, eten, al gaat dat laatste bar slecht omdat bij het slikken de luchtpijp dicht komt te zitten. De helft van mijn energiereep terug naar buiten op de grond. Niet omkijken …. ritme en hartslag, denk ik steeds. Waar ben ik mee bezig, Nog nooit is mijn kilometerteller zo traag vooruit gegaan als nu. Zou hij niet stuk zijn? Neen, toch niet hij werkt. Ik rijd 10,5 km per uur op dat ogenblik. De mensen van de bevoorrading houden mij bijna angstvallig in het oog. Misschien valt hij wel in onze armen, lees ik op hun gezicht. Maar ik fiets gewoon verder…. ritme en hartslag, bonst het in mijn hoofd. Het gaat langzaamaan beter. Chalet Renard komt in zicht, een open plek op de flanken van de reus. Herman staat te zwaaien, “ge zijt goe bezig roep hijâ€, ja, dat zal wel. Een hele geruststelling moet ik zeggen na zo een inspanning. Even wat water tanken, een banaantje naar binnen werken en weer verder. In een verslag had ik gelezen dat het nu wel gemakkelijker zou gaan.
Al snel begon ik te twijfelen of ik wel degelijk een verslag gelezen had over de Mont Ventoux, want het werd helemaal niet gemakkelijker.
Gelukkig was er geen wind die dag, maar wel een stralend zonnetje op mijn rug. In mijn wiel voel ik weer een hijgende fietser. Het brengt mij van mijn stukken. Het lijkt alsof de man alle moeite van de wereld heeft om de dunne lucht rondom hem heen naar binnen te zuigen … iemand zijn wiel pakken op de Mont Ventoux is dodelijk. Opeens een blauw mannetje helemaal bovenaan de top…. Eindelijk, mijn vrouwtje staat al te zwaaien, nog drie bochten….. ritme en hartslag…. Nu zeker niet over mijn toeren gaan. In de laatste bocht nog even op de foto bij Marcia, net adem genoeg om te vragen of mijn haar goed ligt. Ik zie het laatste stukje naar de aankomstlijn, nu mag het, me even rechtzetten, mijn kapot geknede billen van mijn zadel lostrekken. Vrouwtjelief wacht mij op, ik val in haar armen en kan mijn emotie maar moeilijk bedwingen. Ik krijg een dikke kus cadeau. Ik heb het gehaald, ik ben de “Mont Ventoux†opgereden … iedere wielerfanaat wil hiervoor tekenen. 10 meter verder krijg ik een micro onder mijn neus geduwd, â€jij hebt de berg bedwongen?â€, klinkt het vragend. Met een bijna vernietigende blik antwoord ik, “de mythe, de witte berg bedwing je nietâ€. “Ik heb hem mogen beklimmen want indien de berg die dag geen zin zou gehad hebben, zou hij mij genadeloos terug naar beneden hebben geranseldâ€.
Voor zoiets kan ik alleen maar respect hebben. Dank u wel witte berg, dank u wel dat ge hebt willen meewerken aan het realiseren van een nieuwe woonst voor de inwoners van Oostrem en ons die dag goed weer hebt gegeven.
Uit de Sint Servaaskroniek
Door Roland
Afdalen
Via Mallousaine, adembenemend maar oh zo leuk. Al snel duidt de snelheidsmeter 60 km per uur aan. Mijn ogen zijn naar de verte gefocust. Op tijd remmen, maar ook niet te lang. De velgen niet te warm laten worden .Opgelet voor het tegemoet komend verkeer. Een lang recht stuk, ik lik mijn voorwiel en trek mijn knieën tegen elkaar, even kijken, verdorie…. 86.6 km per uur en dat zonder trappen Mijn fietsje geeft geen krimp, 500 meter verder ga ik in de ankers, bocht 90° naar rechts. Opeens ruik ik de geur van verbrand rubber en zie ik rook uit de remblokken komen, maar toch heb ik alles onder controle.
Eerst 2.07u klimmen, om daarna in 24 min beneden te zijn. Het ene compenseert het andere.
Een belevenis om nooit meer te vergeten.
Roland
Roland_michiels@hotmail.com
22 February 2007 at 09:05
Hoi, in september gaan we met een grote groep gesponsorde enthousiastelingen de Mont Ventoux beklimmen. De opbrengst gaat naar het Kankerfonds (KWF). Om sponsoren te triggeren moet er een flyer komen. Nou is het probleem dat er niet zo veel beeldmateriaal te vinden is. Wie o wie kan mij helpen?
7 May 2007 at 23:57
Inderdaad..slecht weer. Ik ben zojuist terug van een weekje MTB’en tegen de hellingen van de Mont Ventoux. Dinsdag de top bereikt via de route “Joseph Eymard.” Aan Chalet Reynard niet via de asfaltweg, die liet ik letterlijk “links” liggen, maar via het wandelpad (GR4) dat loopt langs/achter Chalet Reynard naar de top gereden /gestapt. Sommige stukken moet je wel echt van de fiets af wegens te steil en losse stenen. Over de kam kom je dan aan de top…De wind blies er toen al hevig.
Woensdag heb ik me laten verrassen… Terug vertrokken vanop camping la Garenne, en via de route “Jean de Baumes” naar “boven”. Aangekomen bij “Les Grand Pins” brak de hel los…..: hevige windstoten en zware regenval besloten me veiligheidshalve naar Chalet Reynard te rijden om te schuilen en terug op te warmen. Na een half uurtje terug naar naar de camping afgedaald en totaal verkleumd van de koude, een warme douche van een half uur genomen om terug op temperatuur te komen.
Donderdag 3 mei, niet op de fiets gezeten. Het heeft de ganse dag geregend. De top van de berg werd afgesloten wegens sneewval.
Vrijdag tussen enkele buiten door, een MTB route – gedeeltelijk verkend tussen Bedoin – Les Fébriers – Les Pins de Constant – Jas de Montagard – Ecluse du Grand Zène – Collet de Feycinelle – Circuit de Perrache – Petit Moutet en Jas de Melettes. Even voor Chalet Reynard terug de D974 af tot Bédoin.
Zaterdag nog eens geprobeerd om de via de Route Joseph Eymard naar de top te gaan, maar bij Mazanet “rechtsomkeer” en afgedaald, wegens te felle windstoten en rond de top begon het er “zwart” uit te zien. Neen, een 2e keer verraste de Ventoux me niet….
14 June 2007 at 20:06
zaterdag 10/06/2007. 2x mountainbikeroute vanuit Bédoin.
voorbereiding:
In de winter houd ik me vooral bezig met snelschaatsen en het trainen van een jeugdploeg shorttrackers. Vanaf maart doe ik de zondagse mountainbiketochten in de ardennen. De afstanden zijn tussen de 45 en 60km en dit is een intensieve training. Door de week zit ik 3 x op de fiets,na de werkuren, voor een 60 km. Dan train ik op de weg met mijn “single-speed” (omgebouwde moutainbike met slicks en slechts 1 versnelling : 42 x 15). Deze trainingsvorm geeft me kracht (vb bij wind tegen en bergop) – een soepele trapkadans ( op vlakke baan) en uithouding . Bij slecht weer, zit ik in de gym en werk ik een circuit af op de spinfiets (max 90 minuten).
De eerste week van mei heb ik mijn caravan geplaatst op Camping “la Garenne” in Bédoin, om een weekje te gaan mountainbiken langs de hellingen aan de zuidkant van de berg. Op het Office de tourisme is er gratis een brochure te verkrijgen met 9 uitgestippelde mountainbikeroutes met een totaal van 200 km. Sommige stukken van de routes komen ook voor in de routes “Joseph Eymard” en “Jean de Baumes”.
Voor de D-Day van Sporta heb ik een variant op de “Forestier” voorbereid. (ik heb deze stukken wel op eigen initiatief en verantwoordelijkheid gereden, gezien het gebeuren van Sporta zich niet op de boswegen afspeelde)
Als eerste klim nam ik de “Joseph Eymard” route. Dit ging over het algemeen tamelijk vlot, behalve op bepaalde stukken, waar het pad gedeeltelijk was weggespoeld door het hevige onweer en de stortregens die we donderdagavond hebben gehad. Sommige stukken moesten gewoonweg tevoet worden afgelegd door de losse keien waar je je in vastreed.
Aan Chalet Reynard ging ik niet verder via de asfaltweg, die liet ik letterlijk “links” liggen, maar via het wandelpad (GR4), dat loopt achter Chalet Reynard, naar de top gereden. Sommige stukken moet je wel echt van de fiets af wegens te steil en losse stenen. Over de kam kom je dan aan de top..
De afdaling naar Bédoin heb ik gedaan over de gewone weg.
Dan heb ik een douche genomen op de camping, een andere koersbroek aangetrokken, 4 pannekoeken met pindakaas gegeten, opnieuw 3 liter drank mee in de rugzak en terug de berg op voor de 2e klim.
Deze keer ging ik naar boven via een aangepaste “Jean de Baumes”-route. Bedoin -> Les Fébriers -> Les Pins de Constant ->St-Estève->hier wordt de D974 overgestoken en loop het pad verder, links van de D974 naar Jas de Montagard -> Ecluse du Grand Zène -> Collet de Feycinelle-> om vervolgens terug uit te komen op de D974 ongeveer ter hoogte van de “route des Cèdres” . Vanaf hier gewoon verder tot “tournant anglais” en verder via de D974 langs de kant van Malaucène naar de top.
Door de hitte heb ik echt veel gezweet en ik besefte toen dat ik goed mijn drank moest verdelen om niet in moeilijkheden te komen. De laatste 8 km’s heb ik last gehad van krampen in beide benen. Ik was dan ook blij toen ik terug “boven” was.
De 2e afdaling heb ik via een mountainbikepad gedaan. (gewoon de gele pijltjes, van “boven” tot “onder” in Bédoin volgen)
Ik was blij dat de klus er weer opzat.
Spijtig dat Sporta geen mountainbikebeklimming voorziet in haar evenement. Misschien dat hier verandering in komt , wanneer de bikers onder ons, een oproep doen naar Sporta om bijvoorbeeld de “route des Cèdres en de route des Chamois” op te nemen in hun beklimmingen.
Volgende week zaterdag vertrek ik op nieuw richting Mont Ventoux, maar dan op vakantie.
29 June 2007 at 15:35
Beklimming vanuit Sault 16 juni 2007 door Harry Plompen (62 jaar)
Bij mijn pensionering 2 jaar geleden heb ik mezelf beloofd een keer een berg op te fietsen, tegelijkertijd vroeg ik me af: en dan ben je boven, maar hoe kom je er af??
Ik ben nu twee jaar verder. Het staat te gebeuren. Maar eerst wat trainen. De Gulperberg, de Cauberg en de Keutenberg heb ik achter de rug. Op naar Frankrijk, de Provence, de Vaucluse, de berg. Ook daar eerst wat trainen.
Eerste trainingsrit 11 juni
Van Villes-sur-Auzon door de Gorges de la Nesque (775 m) tot vlak bij Sault en via de Col des Abeilles (996 m) weer terug.
Een soepel stijgend traject van 19 km (naar 775 m) op de heenweg en een fellere klim van 8 km (naar 996 m) op de terugweg, maar die is toch nog geen 4% gemiddeld, volgens het boek De kale berg. Dat valt tegen. Tja, de Mont Ventoux is toch nog bijna 1000 m hoger… Hij ligt er overigens fraai bij vandaag.
Het dalen is het meest enerverend, leuk is anders.
Prachtige natuur, buizerd (of toch arend..??).
Imposante rotspartijen naarmate de rit door de Gorges vordert.
Bij Sault veel lavendelvelden, het prille blauw gemengd met uitbundig bloeiende klaprozen.
Tweede trainingsrit 13 juni
Ik test tijdens mijn tweede trainingsrit de eerste 9 km van de Mont Ventoux vanaf Malaucène, ik ga in een uurtje tot 900 m. Het is zwaar maar te doen. Het afdalen begint wat te wennen maar blijft een negatieve temptatie. Om die reden valt de keus voor de echte beklimming op de weliswaar langere maar deels minder steile klim vanuit Sault. Misschien overmorgen…
Maar ‘overmorgen’ blijkt het weer te zijn omgeslagen, te onbetrouwbaar om de Mont Ventoux op te gaan, vertelt mijn gîte-huisbaas.
De grote dag 16 juni
Gaat het vandaag lukken om met mijn hybride de Mont Ventoux op te fietsen?
Nog een beetje fris als er een wolk voor de zon schuift.
Dymphie zwaait me uit vanaf de parkeerplaats en zij verkent Sault, bekijkt in het park jeu de boules en ziet vanaf het terras van de bar La Promenade wisselend licht en schaduw over de top strijken.
Twee bananen mee, brood, een bidon water en een bidon met half sinaasappelsap/ half water, snufje zout.
De tocht begint met een afdaling van 1 km (!). Daarna varieert het stijgingspercentage, soms inspannend maar de eerste 20 km steeds goed te doen.
Van landelijk (lavendelvelden) gaat het landschap over in bos. Mooi uitzicht op sommige plekken.
Ik passeer een enkeling, mij passeren er nogal wat.
Twee keer een bananen- en drinkpauze in de eerste 20 km.
Even een glimp van l’Observatoire en het maanlandschap, maar na de volgende bocht is dat weer weg. Kilometers later duiken die beide in schrikwekkende nabijheid plotseling weer op na de laatste bocht voor Chalet Reynard.
Een groter aantal fietsers – allemaal op racefiets, niemand op een fiets als de mijne – voegt zich vanuit Bedoin bij die uit Sault.
Ik ben dan 1.45 uur bezig.
Nu dan de laatste en zwaarste 6 km: het bos is weg, tussen de stenen wat armetierig groen maar ook dat maakt plaats voor alleen maar stenen.
Een zwalkende fietser voor mij stopt, later haalt hij me weer in, zwalkend, en stopt weer. Ik haal er zelf nog een paar in maar wordt ook veelvuldig ingehaald.
De eerste 20 km zei je nog bonjour tegen elkaar bij het passeren, daar heb je nu geen adem meer voor.
Toch lukt het tot mijn verbazing om hier en daar niet op het allerkleinste kransje te rijden.
Nog even de voet aan de grond voor een laatste slok, 1 bidon leeg nu.
Bocht na bocht na bocht richting top. Ik weet van het boek dat het voorlopig niet ophoudt.
En dan ben ik er ineens. Ik ben gelukkig en ontroerd, voel geen vermoeidheid.
Ruim binnen het uur, die laatste 6 km, en 2,5 uur in totaal. Gemiddeld 10 km per uur over de totale afstand, 7 km tijdens het laatste stuk.
Het is mooi weer en niet koud op de top. Het is er nogal druk.
Ik laat me fotograferen door iemand.
Ik loop wat rond, sms naar Dymphie dat ik boven ben, eet wat brood, maak wat landschapsfoto’s, het is wat nevelig in de verte.
Windjack aan voor de afdaling en daar suis ik naar beneden. Een enkeling fluit er bij en ik forceer me tot niet te veel en niet te krampachtig remmen.
Nog een foto van het monument voor Tommy Simpson en verder naar beneden. Gelukkig is de afdaling vanaf Chalet Reynard tot Sault heel goed te doen, snelheid komt daar niet boven de 50 km en regelmatig kun je zelfs meetrappen. Wel vaak oppassen voor losliggend grind, restanten van wegreparaties.
Al met al toch een uurtje bezig met als sluitstuk uiteraard een klim van 1 km naar Sault. Dat is nu een fluitje van een cent.
Gelukkig is mijn sms aangekomen en staat Dymphie klaar bij het vertrekpunt.
Lekkere salade gegeten en een beetje uitgezakt op het terras van bar La Promenade.
Onvoorstelbaar als je van daaruit naar de top kijkt dat ik daar geweest ben… Dat gevoel keert nog vaak terug in de komende dagen.
29 July 2007 at 20:25
In het laatste “Wielrijder&biker” magazine van de vlaamse wielrijdersbond noemt Karl Vannieuwkerke,wielerjournalist bij de VRT,de Mont Ventoux een JANNETTE BERG.Doping is erg maar het vernederen van zo vele wielerliefhebbers niet soms.Karl je hebt vele gewone fietsers zwaar beledigd!!!!Denk in het vervolg maar eens na voor je iets zegt of schrijft en steek je niet weg achter het begrip”COLUMN”(in Vandaele “stuk met een eigen karakter).Eigen karakter is geen alibi om mensen belachelijk te maken!!!!!!
17 August 2007 at 21:31
Kan iemand zonder training Cinglé worden?
Vrijdag 7 Juli, mijn allereerste racefiets is een goeie drie weken in mijn bezit, een aantrekkelijke promotie van Ridley op de ‘Excalibur’ Carbonfiets met Sram Force-groep haalde mij over de schreef; ik moest hem hebben.
Nu staat hij achterin de Mobilhome, helemaal verpakt in’t piepschuim, klaar voor de reis naar het zuiden.
Kort voor ons vertrek echter, vertelt een vriend van me dat hij de Mont Ventoux wil “oplopenâ€. hij is een gepassioneerd loper met al verschillende marathons op zijn palmares en wou daarom eens iets totaal anders proberen.
Een interessante uitdaging vond ik, en tijdens mijn bezoek aan deze site vond ik ook mijn uitdaging; lid worden van de “Club des Cinglés de Mont Ventouxâ€. Er deed zich wel meteen een groot probleem voor…..conditie! Zo kort voor ons vertrek kon ik moeilijk nog iets opbouwen natuurlijk.
Een jaar of drie, vier geleden echter heb ik de Ventoux al eens bedwongen via Bedoin, samen met twee vrienden. Toen op een mountainbike, maar ook zonder noemenswaardige training of kilometers in de benen. Toch heb ik al zwoegend de top bereikt.
Maar dat was één keer, zou het me ook drie keer lukken op één dag? Zonder training? Het feit dat sommige vrienden beweerden dat dat onmogelijk was, was alleen maar een extra stimulans om het te proberen, of noem het gewoon koppigheid. In ieder geval, mijn besluit stond vast, ik ging het doen !
Voor de zekerheid toch maar mijn mountainbike voorzien van slicks en mee achterop de fietsenrek, voor in ‘t geval -))
Paul, die vriend van me, was al met zijn familie in Spanje, dus wij daar naartoe en samen hebben we wat kilometers gefietst in de bergen (heuvels) rondom Platja D’ Aro. Niet echt wat je noemt een hoogtestage maar het was in ieder geval mijn enige ‘voorbereiding’.
Na twee weken Cerveza, Paëlla en honders kilometer fietsen was ik klaar voor “de Mont Ventouxâ€.
Hij lag, gezien vanuit camping “Le Bosquet†in Malaucène, in een stralende zon aan onze voeten, klaar om beklommen te worden. ‘s Zaterdags gingen we eerst op verkenning, ik op mijn Ridley, hij op zijn Asics, een stukje bergop, gewoon maar om te testen, ik om te zien of ik niet beter direct met de MTB zou starten en hij of hij het uberhaubt wel te voet zou proberen de dag nadien.
De eerste kilometers was ik hem natuurlijk een stuk voor en in het laatste cafeetje voor de echte klim wou ik op een terrasje gaan zitten met een peul bier en een sigaretje (‘t is tenslotte vakantie) terwijl hij kwam langslopen.
Ik had mijn bier al half leeg en nog geen Paul te zien. Hij moest dus voorbijgelopen zijn terwijl ik binnen mijn bier was gaan halen. In één teug dat bier uit en in de achtervolging. Na een kilometer of tien pas zie ik hem in de verte lopen en ik roep, ik moet wel want ik heb veel te hard gereden om hem in te kunnen halen, ik ben bekaf. Hij had geen drinken bij en was afhankelijk van de twee bidons die ik bij had, maar waarvan ondertussen al meer dan één leeg was.
Wat voor hem als een verkenning begon, ging over in een definitieve poging om al lopend de top te bereiken.
Het ging lekker en hij wou doorgaan, we waren toch al halfweg, maar….. zonder drank.
Ik op mijn sporen terug, tegen 80 per uur richting camping, de wagen halen en verse proviand in de vorm van drank en energierepen. Ook zijn zoontje ging mee met de wagen, als een pijl schooten we terug omhoog, want ik was al bijna een half uur weg en hij had nog maar goed een halve bidon gedronken op ruim15 km. Op ca 6 km van de top haalden we hem in en hij had nog geen meter gewandeld, op momenten ging het bijna over naar strompelen maar de aanmoedingingen van zijn zoontje hebben hem zonder te stoppen verder tot de top gebracht, 21 km! Lopend! Berop! En dan nog de Mont Ventoux!
Respect was hier zeker op zijn plaats, en dat kreeg hij ook, niet alleen van mij, maar ook van alle mensen op de top in de vorm van verwonderde blikken. Van fietsers die de top halen kijken ze hier niet meer op, maar iemand die een halve marathon bergop doet, op de ‘Geant De Provence’ , da’s nog altijd wat speciaals.
Zondag….. D-Day…….voor mij althans.
Paul heeft zijn uitdaging gisteren met succes volbracht. Nu is het mijn beurt. Ik heb al zo’n voorgevoel, maar toch vertrek ik met de koersfiets i.p.v de MTB. Ik heb dat ding tenslotte niet voor niets gekocht en zo begin ik met gestempelde kaart even voor 9 uur aan de eerste klim.
Vanuit Malaucène 21 km, dat moet goed lukken. Ik heb een compact maar toch heb ik voor de zekerheid achter een 28 laten monteren en daar zal ik onderweg nog heel blij mee zijn.
Ondanks zijn inspanning van gisteren fietst Paul mee. Toch fijn als je wat conditie hebt, denk ik met gemengde gevoelens want ik besef dat ik weer ergens aan begonnen ben …
Ik moet proberen om niet onder de 10 km/h te geraken, dan wordt het stampen in plaats van soepel rond te draaien maar dat blijkt niet zo makkelijk te zijn op hellingen van 10%. Afzien en nog eens afzien doe ik op die stukken. Blij ben ik als het af en toe tussen de 5 en 7% schommelt. Halverwege de top word ik nog eens keihard geconfronteerd met mijn beperkte conditie als ik het lange stuk van boven de 11% voor de wielen krijg.
Mijn hart klopt in mijn keel en ik weet dat dit niet te lang mag blijven duren want dan strand ik al op de eerste beklimming. Ik ben mijn hartslagmeter thuis vergeten maar eigenlijk heb ik dat ding nu niet nodig, ik weet verrekt goed dat ik nu dik in het rood zit. Ademen, drinken, slikken én fietsen gaat op zo’n moment niet meer. Het komt me goed uit dat ik af en toe moet stoppen om te drinken, een paar slokken, een vijftal keer diep inademen en me weer op gang trekken. Kilometer na kilometer vecht ik op dit steile stuk tegen mijn fysieke beperkingen. Ik zak telkens weg tot 6/7 km/h en moet telkens weer recht op de pedalen om het tempo erin te houden. De mooie vergezichten kunnen me op dit moment geen bal meer schelen!
Als het percentage dan eindelijk terug zakt, valt het weer mee, ik kan zelfs op de stukken van 5 à 6 % een tandje of twee bijsteken en dat geeft weer vertrouwen. Vanaf chalet “weet ik veel hoe het heetâ€, gaat het weer heel steil omhoog maar toch zak ik hier niet meer zover weg als eerst en kan ik de trappers mooi rond krijgen. Een enkeling kruipt me voorbij en ik zie dat die ook op het kleinste verzet zitten. Vreemd dat dit het eerste is waar je op zo’n moment naar kijkt als iemand je inhaalt. Als ik iemand in de verte zie rijden laat ik me niet verleiden om te proberen ernaartoe te rijden want ik wil boven komen zonder af te stappen of echt te pauzeren. Ondertussen zoek ik me rot naar de toren. Vanuit Bedoin zie je die al een tijdje voordat je boven bent, ik zit nu toch al dik anderhalf uur op de fiets en nog geen antenne in zicht, tot hij plots achter een bocht te voorschijn komt. Hij is dan al zo kortbij dat het me verrast want dat betekent dat ik er bijna ben. Duidelijk gemotiveerd omdat het einde in zicht is trap ik stevig door en moet nu nog maar een tweetal kilometer doen. Dat was overmoedig en dom en heeft veel energie gekost, de voorlaatste bocht moet ik zelfs even stoppen om de onderrug en benen te strekken en die laatste zijn moe, heel moe. De laatste loodjes zijn echt het zwaarst, ik moet constant recht op de trappers gaan om niet stil te vallen. Paul is al een tijdje boven en staat snoepjes te eten wanneer ik, voor de schijn, soepel de laatste 100 meter ophoog fiets.
Het is even na 11 uur als ik de eerste keer boven ben, ik heb ongeveer 2 uur en 10 minuten gefietst en daar ben ik toch wel fier op, want ik en mijn fiets hadden amper 300 km toen we onder in Malaucène vertrokken en voor ik deze fiets kocht was het jaren geleden dat ik nog serieus gefietst had.
Ik moet niet te snel victorie kraaien want ik heb nog twee beklimmingen te gaan en omdat ik Bedoin als tweede doe zal dat extra zwaar zijn.
Ik trek mijn windstopper vestje aan en we zoeven naar beneden, ik vertrouw de boel echter niet helemaal, ik heb gisteren al gemerkt dat zo’n carbon kader zo flexibel is als een jonge ballerina. Ik moet mijn stuur met twee handen vasthouden want bij hoge snelheid wordt elke oneffenheid in het wegdek meteen doorgegeven naar het frame. Toch halen we met momenten vlot 80 km/u en we zijn dan ook in een mum van tijd in Bedoin.
Hier hebben we afgesproken met onze vrouwen en kinderen. Ze hebben spaghetti bij en koele energiedrank. Rond 13 uur vertrekken we weer richting “sommetâ€, maar het gaat niet echt soepel want het uurtje stil zitten heeft mijn spieren verstramd. Gelukkig hebben we eerst een vijftal ‘zachte’ kilometers voor de boeg voordat we aan het restaurant linksop aan de echte klim beginnen.
De spieren zijn terug los, maar zeker niet meer fris en dat merk ik al direct bij de eerste kilometers in het bos. Ik zit al meteen op het één na kleinste verzet en een kilometer later al op het kleinste.
Wat ik in het begin al vermoedde wordt waarheid. Ik moet van fiets gaan wisselen van zodra ik bij de eerste ‘bevoorrading’ ben. Na een zoveelste korte bocht hoor ik in de verte toeters en onverstaanbaar geroep; wanneer ik dichterbij kom merk ik dat het de kinderen zijn die in Spanje, zonder dat Paul en ik het wisten, plastic gietertjes, toeters en sponsen gekocht hebben. Bij aankomst word ik langs alle kanten overgoten met water. Ook hebben ze een groot spandoek gemaakt met allerlei aanmoedigingen, een aangename verrassing die één van de mooiste momenten van die dag zal zijn. Vanaf nu op de mountainbike en met frisse moed vertrek ik weer richting top. We hebben hier een kwartiertje verloren en dus wil ik toch stevig doortrappen, ik zal wel zien waar dat eindigt.
Paul is nog steeds op de koersfiets en is in een mum van tijd uit het zicht, ik heb achter nog twee tandwielen over en kan tegen 8 à 9 per uur blijven fietsen. Niet veel langzamer als met de koersfiets, het trapt gewoon lichter. Een half uur en een viertal kilometer verder heb ik nog maar één tandje over. Ik kan dit verzet blijven ronddraaien maar heb dan geen reserve meer. Ik weet ook niet of ik me moet sparen of niet want ik weet niet precies hoe ver het nog is tot Chalet Reynard omdat ik bij het opleggen van de slicks vergeten ben de fietscomputer aan te passen aan de wielomtrek. Ook heb ik hem op nul gezet op ca 9 km na Bedoin, het kan dus eigenlijk niet echt ver meer zijn. Na een tweetal bochten zie ik de challets in de bossen liggen en even later doemt het restaurant voor me op met links, in de verte, het observatorium, de top. Als ik daar ben is het grootste leed geleden, denk ik bij mezelf.
Mijn bidon wordt gevuld en ik leg al aan de dames uit hoe het verder zal gaan;
Paul, die al aan de laatste 6 km begonnen is, zal hen terug brengen naar de camping terwijl ik afdaal naar Sault. Hij komt me dan met frisse drank tegemoet. Ze rijden verder naar boven met de wagen en ik kan tijdens de eerste kilometer zowaar voor naar het middelste blad gaan: haha, dit gaat lekker.
In gedachten heb ik de oorkonde van Mr. Pic al in de brievenbus en staat mijn naam op de laureatenlijst van de site en ben ik officieel “Cinglé du Mont Ventouxâ€. En ik had bewezen dat ik het wel kon, ongetraind de Ventoux op één dag langs drie kanten beklimmen.
Een dik kwartier later sta ik alweer met beide voeten op de grond. Al snel ging het terug steiler en moest ik weer op het één na kleinste verzetje gaan rijden en ik heb op een kwartier nog geen twee kilometer afgelegd. “Wat is nu nog vier kilometer†vloek ik tegen mezelf, ik heb de teller op nul gezet bij Reynard maar dat ding geeft natuurlijk de verkeerde afstand door. Op het wegdek zie ik in kleine groene cijfers de kilometers aftellen. Bedankt aan wie het gedaan heeft, het is een perfect hulpmiddel. Verdomme, vorige keer was dit stuk toch niet zo lang, het blijft maar duren, ze zullen de toren toch niet verplaatst hebben zeker? En dan die wind, geen enkele boom die je nog beschermt, het is een extra hindernis die ik moet nemen.
Van fietsers die de miserie al achter zich hebben en nu naar beneden vliegen hoor je een welgemeend “COURAGE†roepen. â€Laat me gerust†denk ik bij mezelf, maar toch geeft het je moed omdat je weet dat ze daarnet nog in jouw schoenen stonden en weten hoe je afziet. Mijn GSM piept, een berichtje komt binnen, het is een welkom excuus om even te stoppen. Het is Paul die al boven is en vraagt of ik een sigaretje wil. Ik stuur terug dat hij er al maar ééntje moet opsteken, dat ik zo daar ben …..
Achter elke bocht zie ik weer nieuwe bochten die zich in een golvende beweging om de zijkant van de berg krullen. Het zwarte, perfect vlakke asfalt slingert zich als een slang in het zand omhoog naar de top.
Het lijkt wel alsof ik in een griezelfilm zit. Je weet wel, wanneer je naar een deur toeloopt die zich gelijktijdig van je verwijderd. Je geraakt er nooit. Zo lijken die laatste kilometers, eindeloos.
Ik zit nu al zes uur op de fiets en heb al 40 kilometer geklommen aan ca 8 %. Ik ben zo goed als leeg wanneer ik de gedenksteen van Simpson passeer. Het enige wat me opvalt is de nieuw aangelegde betonnen trap. Voor al de rest heb ik geen tijd, ik ben bezig nu, druk bezig!
Bezig met de laatste kilometer, zo goed als ik me vijf kilometer geleden voelde, zo slecht gaat het me nu, om de honderd meter moet ik stoppen om te stretchen, rechtstaand over de fiets mijn rug strekken.
Het helpt maar even, ik heb nochtans nergens pijn of kramp, ik ben niet buiten adem en toch heb ik de indruk dat er heimelijk twee mensen zich aan mijn fiets vasthouden om een gratis lift naar boven te krijgen. Ik ben 42 jaar, ben 1m78 groot en weeg 85 kg, die 10 kilo teveel voel je nu pas echt.
De laatste rechte lijn, een 2 Ã 300 tal meter nog. Ik hoor de kinderen roepen van boven aan de finish, ik mag me niet laten kennen in het zicht van de eindmeet en ik verrek dat ik nog stop tot boven. Het laatste bochtje naar rechts en daar wacht nog een laatste verrassing op me.
De kinderen hadden nog een plastic bloemenkrans gemaakt en die krijg ik onder applaus omgehangen. Na enkele blikjes drank, wat snoep en een sigaretje ga ik even nadenken over wat ik nu ga doen. Ik heb het deel van Sault naar Chalet Reynard nooit gezien of gedaan en ken het alleen maar van horen zeggen, maar het zou in verhouding eigenlijk niets voorstellen. Ik heb in principe nog tijd en ik ben er zeker van dat na wat eten en rusten, de afstand Sault – Chalet Reynard haalbaar is. Maar daarna nog eens die 6 km tot aan de top? Nee, dat gaat me niet meer lukken, en ik heb geen zin om na 63 km klimmen op 6 km van de top te stranden, dus hou ik wijselijk de eer aan mezelf en zet ik een punt achter de poging.
Ik besef dat ik teveel kruit verschoten heb door met de racefiets de beklimming vanuit Malaucène te doen. Ongetraind is zo’n verzet te zwaar op zulke steile hellingen.
Is het dus niet mogelijk om ongetraind voor Cinglé te gaan? Makkelijk praten achteraf, maar toch ben ik ervan overtuigd dat het kan, mits je heel vroeg, ten laatste 7 uur, vertrekt en met een mountainbike, liefst op slicks.
De toekomst zal het misschien uitwijzen, want ……
Mont Ventoux……..I’ll be back!!
Frank Brebels
17 August 2007 at 22:31
Cinglé zonder trainen? Ergens maar goed dat het niet gelukt is. Anders gaan andere mensen nog denken dat ze niet normaal zijn, omdat ze ongetraind nauwelijks of niet één keer naar boven kunnen fietsen.
Heb respect voor de berg. Ga trainen, veel trainen, lees de tips op http://www.dekaleberg.nl, volg ze op en kom dan nog eens terug.
1 October 2007 at 20:31
De Mont Ventoux op fietsen is een bijzondere ervaring. 22 kilometer lang door bos en maanlandschap met fantastische uitzichten in het gezelschap van feestelijke, fanatieke, vermoeide en altijd vriendelijke fietsers en hun aanhang langs de kant van de weg. Gesprekjes die je in het dagelijks leven nooit voert: over het hellingspercentage verderop, weersomstandigheden, het conditionele welbevinden of onbehagen. Het is er gezellig, om maar eens een typisch Nederlandse kwalificatie te geven aan het beklimmen van de Ventoux.
Juli 2007 beklom ik voor de derde keer de berg vanuit Maulaucène. Twee jaar geleden deed ik er 3,5 uur over, een jaar later – twintig kilo lichter – 3 uur met twee rustpauzes. Dit jaar had ik mij voorgenomen de berg in één keer op te fietsen, zodat ik mijn tijd weer kon verbeteren.
Om acht uur vertrok ik vanuit Maulaucène, waar het een graad of vijftien was. Het was dit jaar heel rustig. Ik hoorde niets anders dan de vogels, mijn ademhaling en het gesnor van de ketting. Dat bracht me in een serene stemming, waarin ik aan niets anders dacht dan het moment zelf. Geen gedachten over wat ik de volgende dag zou doen of wat ik de dag, de maand of het jaar ervoor had gedaan. Helemaal leeg. Zo ging de eerste acht kilometer snel voorbij. Allengs werd het drukker. Mannen – dit jaar geen vrouwen – van achttien tot dik in de zeventig, dik en dun, op de racefiets, mountainbike of ligfiets. Bij het zien van de skistokken – die een aardige hoogte markeerden – kreeg ik de groene Golf van Marion in beeld, die een voorraad etenswaren had meegenomen en bidonnen. Om de paar kilometer stopte ze en wisselden we wat wetenswaardigheden uit over conditie, stijgingspercentages, kilometers en welzijn.
Bij kilometerpaal elf werd het lastig, vanwege het hellingspercentage van 12 procent. Ik wist dat de narigheid maar een kilometer zou duren, dus ik zette door. Daarna was het tijdelijk ‘relaxen’ op 5 procent. De laatste zes kilometer waren pittig. Op dat punt moest ik vorig jaar stoppen. Nu was het een opsteker dat ik het bord met ‘Col Ouvert’ en het hekwerk kon passeren. Elke honderd meter was een verbetering van het jaar ervoor. De laatste drie kilometer – maanlandschap en een snoeiharde wind – zat ik er aardig doorheen. Links en rechts van de weg liepen schapen en onderweg moet ik een hond zijn tegengekomen die nog een eind met me meeliep. De schapen had ik geregistreerd (wat doen die beesten daar in dat kale landschap?), de hond niet. Ik had nog twee lange lussen te gaan en het leek alsof er geen eind aan zou komen. Maar na 2 uur en 44 minuten was het zover: de top! Blij fietste ik over de eindstreep en liet ik mij op de foto zetten voor de souvenirshop tussen alle andere Ventouristen en hun familie en vrienden. Af en toe wisselden we een blik van verstandhouding: toch maar mooi gedaan.
8 October 2007 at 21:56
” Pap, Ik heb respect voor jullie gekregen” (quote van dochter Marieke, nadat ze op een fiets een stukje rond Bedoin getoerd had)
18 jaar geleden ging ik voor de eerste keer de Ventoux op, samen met Michiel Bahamontes. (1989, Fignon/Lemond, op de camping in Mazan) Dat was de afsluiting van 3 weken fietsen (zonder vriendin want die hadden we toch niet meer). Nu terug met gezin (en fiets). Er is veel veranderd in die tijd, veel meer fietsen, mooiere spullen,alu en carbon (Principia..), het ontstaan van de BTC. Iedere ongetrainde gek rijdt tegenwoordig de Ventoux op, er zijn legio sites over de Geant etc. Wat is er nog hetzelfde? De Berg, gelukkig. We waren al een paar dagen neergestreken op de Municipal van Bedoin. Hup, 60 haringen erin en we are all set.
18 jaar geleden net binnen de 2 uur op een Benotto, totaal gesloopt boven. Wat wordt dat nu? Niet forceren is het motto, dus eerst brood halen bij de lokale boulanger. Rustig ontbeten en rond 7.15 vertrokken bij de fontein. Het weer zag er redelijk uit met alleen wolken rond de top (dat duurt nog 2 uur voor ik daar ben dus dan zijn ze weg, dacht ik nog) De wind stak op en ik ‘dook’ het bos in bij St Esteve. Oh ja, dit betekent steil…rustig doorwerken op je 28 en dan kom je alles op. ( de wind neemt weer wat toe) Bij het Chalet Reynard kom ik er achter dat 18 jaar meer leeftijd zich ook vertaalt in lagere gem. snelheid. Toch lonkt de 2.15 nog.. Totdat de wind verandert in storm (tegen) Gelukkig was er door de wolken geen enkel uitzicht dat kon afleiden om de fiets op de weg te houden. (Westerschelde waarschuwing; geen aanhanger etc…) Wat nu volgt is gewoon doorbeuken tot boven (soort Koerheuvel tot de minstens 6e macht). Denken gaat boven toch niet meer (mijn hersens werken niet of nauwelijks (ook) bij 4 graden).
Voorzichtig terug naar Bedoin…zondag gaan we weer….
Zondag erop vertrokken nadat ik rond 06.30 brood had gehaald bij de beste bakker van Frankrijk. Strak omhoog tot km 13 maar die kilometer hakte er fors in. Shit! 2x omhoog betekent toch wel even niet alles meteen uit de kast. Toch in 2.30 boven. Vrij vlot weer naar beneden en naar Sault. Ontbijtje bij Bar Le Progress en terug omhoog, na een km of 10 fors last van de schouders en nek (hoezo stress?). Wat ben ik aan het doen? als dit zo door gaat ga ik bij Reynard lekker naar beneden. Na een paar km haal ik toch weer wat mensen in.. Het vlakt wat af, gewoon door dus bij Reynard (want wat is de kans dat ik ooit nog zo dicht bij 2x Ventoux op een dag kom, net zo groot dat ik Pele nog een keer in het vliegtuig…..) Ik ‘duik’ het maanlandschap in en na 2.23 sta ik weer vrolijk boven. (Toch mooi zo’n 48 klimkilometertjes en 2500 hm verteerd op de dag des heren..)
Laatste klim, want nu moet Malaucene uiteraard ook nog op de palmares. Weer vroeg op en naar de bakker. Via de Madeleine naar Malaucene. Mooie klim, gelijkmatig. Ik haal een Fransoos van 58 in die voor me was vertrokken. Als het echt steil wordt bij Belvedere laat ik hem rustig gaan. Ik worstel me strak omhoog. Prachtig uitzicht…Bij Mont Serein staat mijn ‘vriend’ met zijn schoentjes aan de grond (c’est dur…). Ik ga hem voorbij en toekel de laatste 6 km op mijn 39/28 omhoog. Volgend jaar al een triple? Ik ben binnen 2.17 strak boven. Het is volbracht (alle kanten in de pocket)! De Fransoos komt een minuutje of tien na mij in volgens hem dezelfde tijd (!) boven.. Hij biedt me een kop koffie met honing aan. (ach, welke tijd is dan niet echt meer belangrijk) Ik daal de D974 voor het laatst af naar B en wordt weer aangenaam getroffen door de lotsverbondenheid van elke fietser op dit stukje Frans asfalt. (iedereen groet elkaar) Nu toch eens rustig na gaan denken over een triple of compact voor mijn 50ste. In elk geval ben ik voorlopig klaar met deze Provençaalse gigant, nu die Utrechtse bij Amerongen nog (ooit)….
Meer fietsverhalen op http://www.koolhazen.com
15 February 2008 at 13:08
Soms kun je ook overdrijven in je drang naar suprematie. Afgelopen zomer, augustus 2007, heb ik namelijk een drietal maal de Mont Ventoux (Frankrijk) beklommen met de racefiets. En dat op 1 dag. 136 km fietsen met in totaal 4390 hoogtemeters. Alles klopte die dag en een kleine 2 weken later zou ik nogmaals naar boven fietsen in het bijzijn van mijn zwager.
Die dag was het warm, 44ºC op 1500m hoogte en mijn zwager was al 10 keer dood gegaan. Ik ben die dag meerdere malen bij hem weggefietst om vervolgens weer een stuk af te dalen om hem op te halen. Samen is het ons gelukt en we begonnen de afdaling. Na een kilometer of 11 sloeg het noodlot toe. In een bocht vertraagde mijn fiets te snel en sloeg ik over de kop. Oorzaak: zacht asfalt door de zon. Ik klapte op het hete asfalt waarbij ik, naar later bleek, een gebroken sleutelbeen, 2 gebroken ribben, gekneusde ribben, diverse schaafwonden en een klaplong aan over had gehouden. Ondanks deze verwondingen ben ik doorgedaald en zijn we later met de auto naar het ziekenhuis gegaan.
Ik kon ‘s avonds weer naar de tent maar heb er voor gekozen om in het bed van mijn zwager te kruipen. Ik was namelijk nog niet op de hoogte van mijn klaplong.
De dag daarna ging de telefoon. Mijn zwager werd gebeld door het ziekenhuis dat er iets niet in orde was met mijn longen. Nog een foto laten maken en ik mocht gelijk niet meer naar huis.
Daar lag ik in een zuid-Frans Ziekenhuis. En ik kan je verklappen: “geen hond spreekt Engels!” Gelukkig spreek ik zelf goed Frans. Hier heb ik een viertal dagen met een thoraxdrain gelegen.
De revalidatie is mij zwaar gevallen. Ik doe het liefst alles zelf omdat ik dan weet dat het goed gebeurd c.q. op mijn manier. Het gegeven dat ik niets mocht c.q. kon frustreerde mij dermate dat ik geen enkele zin meer had om iets te doen. Ik was weer extra moe en mijn hypersomnie leek weer de kop op te steken.
Gelukkig zei de Nederlandse chirurg dat ik na 6 weken weer op de racefiets mocht. En dat heb ik geweten ook. Inmiddels fiets ik weer met dezelfde snelheid en liggen de plannen alweer op de “tekentafel” om volgend jaar 4x de Mont Ventoux op te gaan. Eerst ga ik dit jaar proberen om onder de 1.20uur te komen en ga ik de route de cèdres verkennen).
Volgens mijn collega’s moet ik een inbewaringstelling krijgen om mij tegen mezelf te beschermen. Ik denk alleen maar: Het is mijn tijd nog niet.
3 August 2008 at 16:32
Cingle’s Du Mont-Ventoux 18 juli 2008
Mijn zwager Vincent Zuurbier en ondergetekende gingen op 18-7-2008 voor het brevet Cingle’s Du Mont-Vetoux. 3x de Vetoux beklimmen van 3 verschillende kanten (Bedoin-Malaucene en sault). We zaten zelf op camping Le Pommier in de Ardeche in het plaatsje Villeneuve de Berg. Om 6uur s’morgens gingen we met 3 auto’s op pad richting Bedoin. Na ± 1,5 uur rijden waren we in Bedoin. Er gingen die dag nog 4 mannen mee om sowieso de berg 1x te beklimmen en misschien wel 2 keer. Na eerst een kop koffie te hebben genuttigd en een stempel in de plaatselijke fietswinkel te hebben gehaald gingen we om precies half 9 van start. Al gauw hadden we een flinke voorsprong op de andere 4 renners. We reden de eerste klim vanuit Bedoin gezamenlijk omhoog. Vlak onder de top bij Chalet Reynard waaide het behoorlijk wat het klimmen bemoeilijkte, maar we waren toch na 1uur en 45minuten klimmen boven. Daarboven in het winkeltje een stempel gehaald en wat gegeten (banaan en een reepje). We deden ons jasje aan en een helm opgezet die in de auto lagen die ons de gehele dag zouden volgen. De afdaling ingezet naar Malaucene. Daar aangekomen weer een stempel gehaald in de plaatselijke fietsenwinkel en op een terras een cola en een reepje genuttigd. Om 11.30 uur begonnen we aan de 2de beklimming die toch wel op sommige plaatsen erg stijl was. Ik moest mijn zwager laten gaan halverwege de berg, hij reed net even harder als ik en ik dacht ik moet straks nog voor de 3de keer omhoog dus ga maar. Boven aangekomen had hij er 1uur en 45minuten overgedaan en ik 1uur en 50minuten dus niet echt slecht. Daarboven in het winkeltje weer een stempel gehaald en afgedaald naar Sault waar ondertussen de andere 4 man al naar toe gereden waren. Daar in Sault hebben we op een terrasje een bord lasagne gegeten met een grote cola erbij. Zelf heb ik daar ook nog een powergel genomen met veel water. Na ± 1uur gepauzeerd te hebben gaan we een stempel bij de Office de Tourisme halen en vervolgen we onze laatste klim met z’n allen. Al gauw moesten er 3 man af en die gingen op hun eigen tempo omhoog. Wij lieten ons gang maken door een van de overgebleven renners die ons netjes bij Chalet Reynard afzette en wij voor onze laatste 6km konden beginnen. Ik zelf maakte een kleine demarrage ten opzichte van mijn zwager. Ik had zomaar 30 meter te pakken en die pakte hij ook niet meer terug. De laatste 3km waren erg zwaar ook omdat er nog steeds veel wind stond. Na 1uur en 47minuten was ik voor de laatste keer boven op de Mont-Vetoux en mijn zwager kwam 1 minuut later boven. We hadden het gehaald en gaven elkaar een flinke handdruk. Onze missie was geslaagd. De laatste stempel in het winkeltje gehaald met 2 gele nieuwe bidons als aandenken aan deze dag. Jasje weer aan en helm weer op en afgedaald naar Bedoin. Daar ons verkleed en op een terras een lekker koud biertje genomen. We hebben in totaal 7 uur gereden op de fiets en met pauze meegerekend hebben we er 9uur en 35minuten overgedaan. Een dag om nooit meer te vergeten. Zwaar maar zeker de moeite waard. Van de andere 4 renners hebben 2 man hem 2x beklommen en de 2 ander zijn vanuit Sault bij Chalet Reynard links afgeslagen naar Bedoin.
Geschreven door: Cingle Pierre Steenman `t Veld (N-H) 18-7-2008
7 August 2008 at 23:50
Anno’s verhaal – Le Tour de VINtoux
27 mei 2008
De voorbereiding
Voor mij begon het malloten-verhaal op een ochtend (ik meen in januari) dat Dick aankondigde om tussen de middag zijn racefiets (Giant Cadex CFR 1) in te gaan ruilen voor een nieuwe Stevens. Geïnteresseerd ging ik kijken of zijn ouwe fiets iets voor mij zou kunnen zijn zodat ik met ‘de jongens’ mee zou kunnen doen aan het Vintoux-avontuur. Een snelle beslissing bleef uit en zo kon ik fluiten naar deze fiets. Toch lag hier de kiem voor het vervolg, enkele weken later kocht ik namelijk mijn oude Giant Cadex CFR via Marktplaats voor € 235 en zo kon ik toezeggen dat ik na het meedoen aan een paar groepstrainingen zou beslissen of het grote avontuur voor mij weggelegd zou zijn.
Na het “Rondje Blauwe Stad” en een “tochtje Drenthe” besloot ik mee te gaan doen. Op de website van Right to Play gaf ik mijn motivatie die toen welgemeend was:
“Eigenlijk is er maar één echte malloot in deze club van ‘to be cinglé’s’. Op 6 februari van dit jaar reed ik de eerste kilometers op mijn tweedehands racefiets. Bergop fietsen? Nooit gedaan.
Mijn motivatie ligt in het bereiken van meer dan eigenlijk mogelijk is.”
Uiteraard heb ik in de afgelopen periode mijn best gedaan om mijn achterstand op rennersgebied in te halen, maar een jarenlange (race-) fietservaring is natuurlijk niet in te halen. En dat was goed te merken aan het einde van de “Ronde van Drentheâ€. Geheel van de kaart nam ik min of meer gedesillusioneerd de trein terug naar Bedum waar de anderen fluitend naar Groningen terug fietsten.
Ondertussen werd er natuurlijk ook driftig gestudeerd op de ideale voorbereiding voor een dergelijke “malloten-tochtâ€. Dat ik tijdens deze voorbereiding me vooral zorgen ging maken over het benodigde verzet voor de verschillende beklimmingen maakte dat ik twee weken voor vertrek nog bij Dick mijn gehele achtercassette heb vervangen (voor de leken, dit gaat over de verzameling tandwielen achter), en, nog steeds ongerust, op de dag van vertrek nog een extra groot tandwiel achter (34t) heb geplaatst. Hiermee was ik pas overtuigd van het feit dat dat me geen problemen meer zou mogen geven.
Naar Frankrijk – Mijn eerste bergen
Op de zaterdag voor de geplande drie Montoux-beklimmingen reed ik mijn eerste bergjes op en ik was allang blij dat ik niet alleen maar achteraan bungelde. Zondag reed ik voor het eerst in de afdaling op natte en gladde wegen. Badend in het zweet heb ik, voor vertrek (mede door de meest verschrikkelijke waarschuwingen) hieraan denkend een nacht wakker gelegen. Maar ook dit ging eigenlijk best wel aardig. Op diezelfde zondag werd echter duidelijk dat het programma omgegooid moest worden. Maandag zou het weer boven op de berg de beklimmingen onverant-woord maken, althans dat was de inschatting van diverse lokale deskundigen. Het enige alternatief voor de laatste poging was dus dinsdag, en de maandag werd een extra trainingsdag. Toen we maandag alvast even de eerste kilometer klimmen van de “Groene hel” (het bos, 10 km klimmen, gemiddeld 10 %, hier zag ik vreselijk tegen op) vanaf Bedoin hadden gedaan, werd het vertrouwen in een bevredigende afloop groter.
Dag van de Malloten – Dinsdag 27 mei 2008
Dinsdag moest het dus gebeuren. De geplande vertrektijd, zeven uur, werd niet gehaald, want we hadden afgesproken dat, als het regende, we iets later zouden vertrekken. En het regende natuurlijk. Zoals het dat de gehele nacht voor mijn gevoel gedaan had. Uiteindelijk reden we iets voor acht uur richting Bedoin. Zo’n 13 km. tot aan de marmeren streep tegenover de fietsenzaak aan de voet van de Ventoux. Het zag er toen al onheilspellend uit en zo was het geluid ook. Donder en bliksem, regenjasjes, angstige gezichten…… In de fietsenzaak het eerste stempel gehaald en nog eens gevraagd naar de “Meteo” van boven. De man was kort: “mauvais”. En ik spreek voldoende Frans om te begrijpen dat dat “slecht” betekent.
Na nog een poging tot het maken van een startfoto voor de streep, vertrokken we. Zoals zo vaak was ik niet als laatste weg, maar rekende ik er op dat ik wel snel door deze en gene zou worden ingehaald. Tot mijn verbazing gebeurde dat echter slechts door Arjen, van te voren al de meest professionele (want oud-triatlon-atleet) van het gezelschap. Ook Joop kwam geloof ik nog langszij, maar tot bij de ravitaillering (René, einde Groene Hel) bleef het eenzaam. Sterker nog, ik haalde zelfs twee professioneel uitziende jongens (dat zegt vaak niets, maar daar was ik al achter) in die het duidelijk zwaarder hadden.
Dat geeft de burger moed, vooral omdat ik mijn hartslag redelijk onder de door mij bepaalde grens van 155 slagen per minuut kon houden. Wel maakte ik misschien wat extra meters door mijn zigzag-stijl, om zodoende op de steile stukken gemakkelijker te kunnen doorrijden, klein rijden ligt mij wel.
Samen met Joop en Arjen weer verder, Chalet Reynard, en dan voor de eerste keer de top van de Mont Ventoux. Mensen, je wil het niet weten, ik zag Joop voor me fietsen en had voorinformatie over de laatste haarspeldbocht op de top en het gedrag van de wind in die bocht. Joop stapte af en vanwege de gigantische windvlagen hield ik het fietsend ook niet meer, vooral bang om met de voeten vast in de pedalen, om te vallen. Nou was dit verschijnsel me toch al niet geheel vreemd gedurende mijn drie maanden training, maar om dat vandaag nog eens over te doen, sprak me niet aan. Samen met Arjen en Joop zo goed en zo kwaad als het ging met de “Ventoux-shuffle†over de top. Netto heeft de beklimming mij 1 uur en 55 minuten gekost. Daar zou ik van te voren voor getekend hebben. Mijn inschatting is altijd aan de veilige kant geweest, zo’n 2 uur 30.
Na via de automaat gestempeld te hebben, heel voorzichtig aan de andere kant weer lopend naar beneden. Joop bleef lopen en ik vond het op een gegeven ogenblik wel weer mooi geweest en probeerde zo goed en zo kwaad als het kon weer te fietsen. Heel voorzichtig, want als de dood door de wind omgekwakt te gaan worden. Uiteraard werd het beter naarmate je in de afdaling lager kwam. Het duurde dan ook even, maar uiteindelijk komt hier wel het fantastische gevoel van zo’n reuzenafdaling. 21 km naar Malaucène. Ik ben en blijf een voorzichtige daler, maar genoten heb ik wel, en ik vind 67,5 km/u best aardig, vooral als de wegen zo nu en dan nat zijn. Dat anderen soms over de 80 km/u halen, mooi voor hun, ik heb mijn vrouw en kindjes lief, en vertrouw me (nog?) niet met hogere snelheden.
In Malaucène vond ik Arjen, zowaar en dat meen ik echt, verder door niemand ingehaald. Stempel halen, op een terrasje zitten voor een bakje koffie. Dat was wel verdiend. Na een tijdje komen ook de andere jongens, behalve Robert. Nadat we een tijdje samen nagenieten van het eerste deel van de tocht, komt er geheel onverwacht een telefoontje van René. Een vervelend telefoontje. Robert is, de strijd inmiddels gestaakt hebbende, in de afdaling vanaf Chalet Reynard, gevallen en heeft vermoedelijk zijn sleutelbeen gebroken. Hoewel de informatie nog niet erg compleet is, begrijpen we dat hij inmiddels is geholpen door een automobilist en al terug in Bedoin. Dat slaat in. Sommigen opperen dat we dan misschien maar moeten stoppen, maar al gauw komt het besef dat Robert daar niet echt mee geholpen wordt. Integendeel, de gevolgen van zijn val zullen daarmee alleen maar nog negatiever worden. Hoewel ernstig, het had erger gekund dan een sleutelbeen-breuk. We gaan dus door. Althans dat dacht ik, maar als we opstaan van het terras blijkt Joop het niet meer te zien zitten. De combinatie van angst voor de winderige top, heftige onbalans tijdens de daling en een superlichte en dure nieuwe fiets doen hem besluiten rustig terug naar het basiskamp in Bedoin te gaan fietsen. Nog een tegenvaller dus.
Uiteindelijk besluiten we voor de start van de tweede beklimming vanuit Malaucène bij de Camping Municipal te ravitailleren (lekker pasta, dat hadden we deze week nog niet gehad?!?), waarna René zich over Robert kan gaan bekommeren en we het dus een tijdje zonder begeleiding zullen moeten stellen. Na het eten gaan Arjen en ik weer samen op stap. Dat samen duurt net zoals eerder niet zolang, dus ook deze beklimming doe ik weer bijna geheel alleen. Hoewel de beklimming vanuit Malaucène vaak als minder zwaar dan die vanuit Bedoin wordt aangeduid, twijfel ik nog. Misschien komt het ook doordat je die eerste al in de benen hebt, maar ik vond het in ieder geval niet lichter. Wel is het zo dat je zo nu en dan stukjes hebt waar je enigszins kunt recupereren. Daar staat overigens tegenover dat je ook redelijk veel stukjes hebt die een paar procentjes hoger zijn en naar de 12 – 13 % stijgingspercentage gaan. Het kost mij moeite, deze kant, en vooral als de top nadert en ik de wind weer begin te voelen. Misschien scheelt de psyche ook een rol. Ik heb in ieder geval een aantal keren mijn windjack aan- en uitgedaan, loop zo nu en dan een stukje als ik het eng begin te vinden. Ik weet nog steeds niet of het nou echt al gevaarlijk was, of dat het gewoon angst was. Een wat oudere man (alsof ik zo jong ben) die halverwege afscheid van zijn vrouw nam, haal ik telkens in als ik fiets, maar haalt mij telkens in als ik een stukje loop. Kennelijk was het toch de angst voor datgene wat ik al wist en was hij minder op de hoogte. Ondanks het feit dat ik nog een behoorlijk stukje loop, klok ik voor deze beklimming een netto tijd van 2 uur en 5 minuten. Nog steeds behoorlijk redelijk. De weerssituatie op de top is nog slechter geworden. De wind waait nog harder en weer ga ik schoorvoetend langs het gebouw, fiets en reling vasthoudend. Aan het einde van het gebouw probeer ik te bedenken hoe ik die kale haarspeldbocht naar beneden door kan komen. Het lijkt een beetje hopeloos, maar uiteindelijk besluit ik mijn fiets zo schuin en dus laag mogelijk te houden en zelf gebukt schuifelend de 20 meter die ik moet overbruggen te wagen. Daarna kom je heel langzaam weer een beetje in de luwte, maar al met al loop ik denk al snel weer zo’n 100 meter naar beneden. Daarna probeer ik het heel voorzichtig weer een stukje op de fiets, maar gezien de vele auto’s die hier rijden, durf ik het nog niet aan en loop ik weer een stuk. Pas na een paar honderd meter wisselend lopend en freewheelend, zittend op de buis en met één voet in een pedaal, hand aan de remmen, durf ik echt weer te gaan fietsen. Het voelt als een overwinning als ik weer gewoon kan fietsen, al is het euforische gevoel geen lang leven beschoren. De windvlagen dreigen me nog steeds zo nu en dan voor tegemoetkomende auto’s terecht te laten komen en bovendien is een afdaling waar je hard moet trappen om rond de 25 km/u te fietsen niet echt de reden waarvoor je zo hard naar boven toe bent gefietst.
De afdaling naar Sault is de langste, 26 km. Langs Chalet Reynard, waar René inderdaad niet op ons staat te wachten, dus door. Al met al doe ik hier ongeveer een uur over, waarbij opgemerkt moet worden dat het laatste stukje naar Sault weer een beklimming is. Een dergelijk gemiddelde is inderdaad aan de lage kant voor een afdaling. Het voelt allemaal overigens wel goed, lekker weer, van de donder-bliksem en regen-start van vanmorgen is niets meer te bekennen. En, in Sault wacht natuurlijk zo’n geweldige Panini broodje. Dat lijkt me fantastisch na al dat zoete gedoe wat je onderweg gedwongen probeert op te nemen, want hongerklop is het laatste wat ik kan gebruiken. In Sault aangekomen rijd ik eerst voorbij het restaurant waar we eerder deze week de Panini hebben gehad. Is het vermoeidheid dat ik het niet eens herken. Zou zo kunnen. Arjen herkent mij in ieder geval nog wel en roept mij binnen. Heerlijk. Direct een fles water gekocht (was het € 4), een Panini en ik verbaas mij nog steeds over het feit dat ik hier gewoon als tweede binnenrijd. Weliswaar heeft Arjen al 45 minuten op mij moeten wachten, maar dat is dan ook een superman. Als ik de Panini op heb, zitten we samen nog een tijdje te wachten, en besluiten maar weer samen op pad te gaan voor de derde beklimming.
Zoals gezegd, van Sault naar de top van de Mont Ventoux is 26 km. Na 20 km zit je bij Chalet Reynard en daarna komt nogmaals de 6 km klimmen die we vanmorgen ook al gehad hebben. Nog geen kilometer gereden en daar komen we de overige mannen tegen die nog in de strijd zijn, Rom, Dick, Guido en Arend. Even kletsen en we gaan weer. Uiteraard blijf ik slechts de eerste paar kilometer van de klim in de buurt van Arjen. Ik moet me niet opblazen en Arjen kan natuurlijk niet echt langzaam gaan rijden. Deze klim wordt vaak de mietjes-kant genoemd. Omdat hij zo lang is, zijn de percentages natuurlijk veel minder steil, dat had ik in de afdaling al gemerkt. Maar dat geldt natuurlijk vooral als je in Sault begint aan je eerste klim van de dag. Afijn, ik doe het rustig aan. Halverwege neem ik de tijd om even op een bankje wat bij te komen. Hoewel ik inmiddels lang niet meer zo veel op mijn hartslagmeter kijk als vanmorgen valt het me wel op dat het hartritme niet meer omhoog gebracht kan worden. Tijdens de eerste klim was mijn streven om de hartslag onder de 155 slagen per minuut te houden, bij de tweede werd dat 160 slagen per minuut. Nu haal ik de 140 slagen per minuut nog, maar dan heb ik niets meer over. Dat schijnt normaal te zijn, maar vraag mij niet om een verklaring.
Natuurlijk haal ik gewoon weer Chalet Reynard. Deze keer zie ik René staan en Arjen is er ook nog. Die schijnt er nog niet eens zo lang te zijn (10 minuten). Even de bidons vullen, een banaantje. De gehele dag heb ik mijn overschoenen aan gehad en mijn rechter is door een voortdurende aanvaring met de crank behoorlijk gehavend. Die kunnen nu wel uit, schone sokken en gaan met die banaan. Nog zes kilometers klimmen. Arjen en ik spreken af dat als hij, want natuurlijk weer als eerste boven, het bovenop niet echt verantwoord vind, we samen terug zullen gaan. Een half uurtje later blijkt deze afspraak mijn laatste volledige beklimming in de weg te zitten. Ik kom een daler tegen waarvan ik in de gauwigheid denk dat het Arjen is. Zijn opgestoken handje bevestigt dat voor mij en zonder dat ik lang nadenk, draai ik om en ga er achteraan. Het is wel mooi geweest. Achteraf heb ik hier natuurlijk wel een beetje spijt van. Die laatste twee kilometer had ik gewoon even moeten afmaken. Vooral als ik aangekomen bij Chalet Reynard tot de ontdekking kom dat het Arjen helemaal niet geweest is.
Afijn, na zo’n tien minuten besluiteloos af te wachten, zie ik René en de nog resterende groep klimmers aankomen. Voor hun staat al vast dat ze niet meer omhoog gaan en van hier af gaan dalen naar Bedoin. Dat maakt het voor mij ook helder. We gaan dat samen doen. Ik vraag René om Arjen te informeren over mijn beslissing en samen wachten we nog even op hem om daarna het toetje, de afdaling, in te gaan. Een snel ritje, zonder overmatige risico’s. Beneden aangekomen rijden we direct door naar Mazan, ons basiskamp. Onderweg halen we met onze tijdrijder Rom voorop weer een kruissnelheid van zo’n 50 km/u. Exact om acht uur zit het dagje Ventoux erop. Twaalf uur onderweg geweest. Eigenlijk valt het allemaal nog mee, mijn drie elfstedentochten op de schaats duurden allemaal anderhalf tot twee uur langer.
Het avontuur gerelativeerd
Zoals ik begon aan het Vintoux-avontuur wil ik ook graag eindigen. Met een ‘down to earth stukje’. Uiteindelijk is het driemaal opfietsen van een berg natuurlijk niet veel meer dan gewoon beginnen met klimmen en doorgaan totdat je weer naar beneden moet omdat je niet hoger kan. En wat dat betreft lijkt het net op het gewone leven. Soms zit het mee, want soms heb je in de beklimming even een gemakkelijk stukje (al moet ik toegeven dat dat vanaf Bedoin nauwelijks voorkomt), en soms zit het tegen, zoals je in de afdaling naar Sault plotseling bemerkt dat er om in het dorp te komen toch nog even flink geklommen moet worden.
Inmiddels is ons avontuur weer ietwat bezonken. De helse taferelen op de top van de Mont Ventoux zijn teruggebracht tot een behoorlijk briesje. Jan en Joop bezinnen zich al weer op ‘echte’ uitdagingen zoals bijvoorbeeld de “Marmotteâ€. Anderen stellen zich wanhopig de vraag waarom ze toch niet even dat laatste stukje van de derde beklimming hebben afgerond. Want hoe je het ook wendt of keert, ook voor mij geldt dat ik het op twee kilometer van de derde top onverklaarbaar heb laten liggen. Een misverstand, maar dat maakt wel net het verschil. En ook al heb ik die twee kilometer door mijn geslinger (om de steilste stukken wat minder steil te maken, tenslotte ben ik pas een beginnend klimmer) vermoedelijk meer dan gecorrigeerd, ze tellen natuurlijk niet.
Afijn, ik had in mijn motivatie op de “right to playâ€-website opgemerkt:
“Mijn uitdaging is het om ook nu in ieder geval één keer omhoog te komen.
Mijn motivatie ligt in het bereiken van meer dan eigenlijk mogelijk is.â€
Ik mag dus gewoon helemaal niet klagen. Integendeel, bij deze wil ik alle jongens die ons avontuur mogelijk maakten hartelijk danken voor een fantastische ervaring. Dick, omdat hij mij zover kreeg dat ik het misschien wel zou kunnen, René en Arjen voor de steun tijdens de beklimmingen, Jan en Joop voor hun belangrijk aandeel in de organisatie en alle anderen gewoon voor hun aanwezigheid. Robert, mijn slapie, veel beterschap, en jammer dat je die fantastische afdaling niet hebt kunnen afmaken. Later…..?
Anno
7 September 2008 at 13:15
“N’est pas fou qui monte au Ventoux, mais est bien fou qui y retourneâ€
Zaterdag 16 Augustus om 6u20 vertrokken we vanuit onze camping naar het centrum van Bédoin om te beginnen aan ons avontuur. De kers op de taart moest het worden, nadat we al 1152 kilometer hadden overbrugd tijdens onze fietstocht van Geluveld naar de Provence. De tocht zou 136 kilometer lang worden en we moesten 4285 hoogtemeters klimmen om ons doel te bereiken, namelijk 3 keer de ventoux bedwingen, op 1 dag tijd, vanuit de 3 officiële startplaatsen (Bédoin, Malaucene en Sault). Omstreeks 6u30 kwamen we in het centrum van Bédoin aan waar we in een bar, onder het toeziend oog van enkele zeer vroege of zeer late klanten onze eerste stempel van de dag in ontvangst namen. De stempels gelden als controlesysteem om lid te kunnen worden van de ‘Club des Cinglés du Mont-Ventoux’. Men kan lid worden van deze Franse club indien men minstens 3 keer de Ventoux beklommen heeft op 1 dag tijd.
Om 6u41 vertrokken we aan de arduinen startlijn bij het ronde punt Portail de l’Olivier, die beschouwd wordt als het officiële startpunt voor de klim vanuit Bédoin. Na ongeveer 1 kilometer fietsen haalden we een koppel vriendelijke, dolenthousiaste (zo heb je er wel meer), Nederlanders in. Dit koppel verbleef op dezelfde camping als wij. Tineke en Arie beschikten over 2 schitterende carbonnen fietsen in tegenstelling tot onze oude, zware, stalen fietsen. Wij hadden onze leeftijd dan in het voordeel, Tineke en Arie zijn een heel stuk ouder dan ons. We fietsten mee met dit koppel maar plots besefte ik dat ik vergeten was mijn fietspomp en slot op de camping te laten en besloot deze in de graskant te gooien en deze ’s avonds op te halen. Roel bleek in ‘grote forme’ want hij reed iets over Saint-Estève weg van Arie en mij. Tineke was ondertussen al gelost en reed op haar eigen tempo richting het maanlandschap. Het was enorm rustig op de weg richting Chalet Reynard. Behalve een jager en enkele wagens die op één hand te tellen waren kwamen we niemand tegen. Vanaf Chalet Reynard (een restaurant) komt men boven de boomgrens en ziet men de top liggen. Het kan heel lastig klimmen zijn na Chalet Reynard als er veel wind is, de fameuze ‘Mistral’ kan hier een keiharde tegenstander zijn. Vier kilometer voor ‘de Chalet’ reed Roel nog altijd een 200 meter voor Arie en mij uit. Toen besloot de Nederlander te wachten op zijn vrouw die enkele honderden meters achter ons reed. Ook ik reed toen, net als Roel alleen richting Chalet Reynard. Net voor ik de boomgrens overschreed (na 15 kilometer klimmen), voelde ik plots meer wind en vreesde voor een sterke Mistral na ‘de Chalet’. Gelukkig viel het al bij al nog mee. Er was enkel een ijskoude bries uit het noorden, die we nog 6 kilometer moesten trotseren. Mijn vingers, armen en benen hadden ongelooflijk koud maar het was geweldig fietsen, niet te beschrijven. Het was erg stil, muisstil, je hoorde niks, maar dan ook niks. Het was een stilte die ik nog nooit in mijn leven meegemaakt had (behalve dan in het Medisch Onderzoek met zo’n enorme koptelefoon op mijn hoofd). Ook het uitzicht was adembenemend (erg toepasselijke woordkeuze), met de opkomende zon en de mistige bergen in de verte. Ik zag Roel één bocht voor me uitrijden en onze Nederlandse vrienden 1 bocht achter me. Het was verdomme ijskoud, maar de stilte en het panorama deden de kou wat vergeten. Bij de gedenksteen van Simpson, de man die in de Tour van 1967 tijdens de beklimming van de Ventoux stierf door een combinatie van doping en de zware fysieke inspanning, stond een vriendelijke Fransman met zijn wagen. Zo’n 30 meter voor mijn passage langs het monument begon de man te applaudisseren. Dit deed hij tot ik hem gepasseerd was. Hij zei niks, enkel een vriendelijke knik met zijn hoofd en het klappen. Dit moment gaf me een goed gevoel. Een kleine 5 minuten na Roel arriveerde ik op de top (8u44). Er bevonden zich naast Roel en mezelf slechts 2 andere mensen (met de wagen) op het dak van de Provence. Na het nemen van een foto op de top en het genieten van het prachtige uitzicht konden we beginnen aan de afdaling richting Malaucene. Onze Nederlandse vrienden, die ook van plan waren 3 maal de Reus te bedwingen, begonnen onmiddellijk aan de afdaling waardoor we ze niet meer zagen. Tijdens de afdaling konden we genieten van een prachtig uitzicht. We konden de Alpen in de verte zien. De afdaling richting Malaucene is erg tof doordat er relatief weinig bochten zijn en men tegenliggers van reeds ver kan zien. In Malaucene aangekomen haalden we onze tweede stempel in een bakkerij waar we ook enkele koffiekoeken kochten.
Na het vertrek uit Malaucene (9u53) bleek snel dat Roel opnieuw snellere benen had dan ik en hij ging er dus al snel vandoor. De klim vanuit Malaucene is volgens velen minder lastig dan die vanuit Bédoin omdat het stijgingspercentage veel veranderlijker is dan bij de klim met Bédoin als startplaats. Daardoor kan men regelmatig recupereren op minder steile stukken. Ik had moeite om een vast ritme te behouden (vooral door het vaak veranderen van het hellingspercentage) en keek uit naar het einde van de 2de klim. De laatste 3 kilometer reed ik samen met een Duitser, waarmee ik een tof gesprek had (voor zover dat mogelijk was met mijn beperkte kennis van het Duits). Net voor de top zei een Fransman, die me voorbijstak met zijn koersfiets: “C’est dur hein avec ce vélo!â€, terwijl hij wees naar mijn fiets. Ik zei, “Oui, et je vais le monter 3 fois aujourd’hui†waarop hij, ondertussen al enkele meters voor mij uitfietsend riep: “incroyable!â€. Na 2 uur en 4 minuten afzien bereikte ik 5 minuten na Roel de top. De klim vanuit Malaucene vond ik vooral mentaal lastig omdat de top pas de laatste 2 kilometer tevoorschijn komt. Na het halen van onze stempel in de souvenirwinkel en het nemen van een foto op de top vertrokken we richting Sault voor onze derde en laatste beklimming van de dag. De weg naar Sault is van minder goede kwaliteit dan de wegen naar de 2 andere startplaatsen. Na 26 kilometer dalen haalden we onze stempel op in een taverne in het centrum van Sault, waar we beiden een snack aten.
De beklimming vanuit Sault is met voorsprong de minst lastige doordat men 300 hoogtemeters minder moet stijgen maar wel een langere afstand moet overbruggen. Hierdoor ligt het gemiddelde stijgingspercentage een stuk lager dan dat van Bédoin en Malaucene (7,6% en 7,4%). Daarom wordt deze beklimming vaak genoemd als de ‘mietjeskant’. We fietsten aan een goed tempo richting Chalet Reynard, maar daarna begon opnieuw het echte werk. Roel had het deze keer wat moeilijker en ik fietste samen met een toffe, jonge Nederlander naar de top. 1 uur en 49 minuten na het vertrek vanuit Sault bereikte ik, 5 minuten voor Roel de top. We bleven nog wat op de top na het halen van onze derde en laatste stempel. Wat later trokken we onze KW aan en begonnen we aan de afdaling richting Bédoin. Net voor het binnenrijden van Bédoin (16u07) haalde ik mijn fietspomp en slot op vanuit de graskant. We kochten spaghetti in de ‘superette’ van Bédoin en vertrokken naar onze camping waar we na het eten van onze spaghetti vroeg gingen slapen. We waren blij dat we officieel leden waren van de ‘Club des Cinglés du Mont-Ventouxâ€
6 August 2009 at 22:34
Waarom eigenlijk?
Waarom wil iemand drie keer de Mont Ventoux én de Alpe d’Huez opfietsen in nog geen week tijd? Wat de Alpe d’Huez betreft: dat was dit keer een heel mooi extraatje. Maar die Mont Ventoux… Drie keer… Weliswaar niet op één dag, zoals de echte malloten doen, maar toch drie keer… Waarom eigenlijk?
Eerlijk is eerlijk: ik weet het eigenlijk niet eens precies meer. Het idee om de Mont Ventoux per fiets te beklimmen is alweer twee jaar geleden ontstaan, toen ik een advertentie zag staan van een (inmiddels waarschijnlijk ter ziele gegane) fietsreisorganisatie die de klim in een arrangement aanbood.
Het leek me meteen leuk. Prachtige uitdaging, toch? Totdat ik iets meer ging lezen over de Ventoux. Tien kilometer lang klimmen door een van vliegjes vergeven bos met 10% stijgingspercentage? En daarna nog kilometers door een kaal maanlandschap waar het verschrikkelijk kan waaien? Nee, dank u, nog maar even niet.
Eerst de Alpe
Daarom eerst maar eens een iets gemakkelijker klim uitgezocht. Vandaar de eerste reis naar Alpe d’Huez in juni 2008. Maar meteen toen ik destijds op de top stond dwaalden mijn gedachten al af naar de reus van de Provence, naar de Mont Ventoux. De beklimming van de Alpe d’Huez gaf voldoende vertrouwen om mijzelf de kale berg ook echt ten doel te stellen.
Het fietsjaar 2009 voorzag ik daarom van een mooi programma, met een goede mix van lange fietstochten (voor het maken van veel trainingskilometers) en korte trainingsweekenden in heuvelachtig gebied (om de kuiten weer even dat ‘klimgevoel’ te geven).
Het was allemaal heerlijke trainingsarbeid: een spinning marathon voor het goede doel, de Ronde van Vlaanderen voor wielertoeristen, een trainingsweekje in Zuid-Limburg, de Elfmerentocht, de Fietselfstedentocht en ook in juni al nogmaals de Alpe d’Huez (met een fikse verbetering van mijn tijd van 2008).
Hoewel het stuk voor stuk prachtige fietsevenementen waren, dienden al die ritjes toch vooral dat ene doel: de Mont Ventoux opfietsen. Drie keer, welteverstaan, want eenmaal vanuit iedere mogelijke startplaats. En iedere keer non-stop, natuurlijk.
Kort en goed: het is allemaal gelukt. En daarna ben ik dus ook nog eens de Alpe d’Huez opgefietst. Ik heb al die beklimmingen niet cadeau gekregen, maar de kick was enorm. Maar waarom wilde ik dit nu eigenlijk zo graag? Eerlijk is eerlijk: ik weet het nog steeds niet precies.
Test of character
Wat ik wel weet is dat zo’n expeditie bepaalde karaktertrekken kan bevestigen en versterken. Dankzij dit fietsproject heb ik nogmaals kunnen vaststellen dat ik:
- realistische doelen kan stellen,
- planmatig en gedisciplineerd naar die doelen kan toewerken, en
- dat ik niet bang ben om daarbij heel veel van mijzelf te vragen.
Ik beschik over de wilskracht en het doorzettingsvermogen om – ook en vooral als het moeilijk wordt – vol te houden en mijn doel te behalen.
De fietsreis naar de Mont Ventoux was de afsluiting van een prachtig fietsjaar. De rest van 2009 gaat het fietsen op een laag pitje en focus ik me op mijn volgende sportieve doel (derde dan karate).
Ik vind het dan ook heel waardevol om mijn fietsactiviteiten af te sluiten met bovengenoemde inzichten in mijzelf. Het zijn geen nieuwe inzichten, maar ze zijn wel herijkt. Ik weet zeker dat ik deze inzichten kan en zal toepassen op andere vlakken in mijn leven, zoals mijn werk, karate en relaties met anderen.
Is dát misschien waarom?
9 August 2009 at 18:56
Nog 1 bocht te gaan. Maar wat voor een bocht, in de Tour sloeg Gerate hier toe. In de binnenbocht is het zeker 25% stijgingspercentage. Ik moet een familie die het nodig vind hier te wandelen nog ontwijken. Cora en Stanja proberen met me mee te lopen. Nog even aanzetten, kippenvel, daar is de top. Euforie, ik heb het gehaald. Maar hoe? Ik hang in de hekken naar adem te happen. Dit is dus zuurstofschuld!
Maandagochtend 3 augustus stappen we in de auto om naar Bedoin te rijden. Bedoin is voor wielerliefhebbers een zeer bekende plaats in het Zuiden van Frankrijk. Hier begint de meest beruchte klim, namelijk die naar de top van de Mont Ventoux.
Dit jaar vieren wij vakantie in de Provence. We hebben de eerste 2 weken prachtig weer gehad met temperaturen van tegen de 36 graden. Het trainen ging gewoon door maar was vooral gericht op mijn wens om de Mont Ventoux vanaf Bedoin hardlopend te beklimmen. Na wat acclimatiseren en het beklimmen van Montagne de Lure, dit is een vergelijkbare berg maar iets minder steil en 18,3 kilometer, moet ik er maar klaar voor zijn.
Midden in Bedoin ligt de streep waar het officiële beginpunt is. De eerste 5 kilometer is relatief vlak met een gemiddelde stijging van 5.5 % Ik loop lekker en inderdaad hier lukt het om de kilometers onder de 6 minuten te houden. Na een half uur bereik ik St. Esteve. Hier loopt een steile bocht naar links en loop je het bos in. Hier begint het echte werk. Het afzien kan beginnen. Het is belangrijk dat je in je ritme komt. Je moet geconcentreerd blijven en de juiste lijn op de weg volgen. Cora volgt mij met de auto en staat een keer of 5 aan de kant voor mentale support en voor het vullen van mijn bidon. Ondanks de stukken van meer dan 10 % stijging lukt het me om de kilometers rond en soms onder de 6 minuten te houden. Op de helft van de klim na 11km haal ik een wielrenster uit België in en zij vertelde mij dat ik op dat moment 11km per uur liep. De eerste helft viel mij absoluut niet tegen en met 1.03u op de klok zit ik onder mijn verwachte 2.15u. Af en toe krijg je aanmoedigingen van de wielrenners of leuke opmerkingen. Een Hollandse jongen op een mountainbike vroeg mij of ik een lekke band had. Tot aan Chalet Reynard loopt het best goed. Maar na dit punt, daar waar de berg kaal wordt krijgt de wind inderdaad vrij spel. Het waait zo ontzettend hard dat ik begrijp waar de naam van de berg vandaan komt. Ik begin het na 16 kilometer toch wel moeilijk te krijgen en het tempo gaat er een beetje uit. Het optillen van je bovenbenen is niet meer zo vanzelfsprekend en het is knokken tegen de wind in. Toch vorder ik gestaag en de top is nu duidelijk in zicht. De kilometers kruipen langzaam naar me toe en af en toe moet ik mijn pet vasthouden anders blaast de wind hem van mijn hoofd af. Hier haal ik geen fietsers meer in maar stoempt er mij af en toe een voorbij. Daar staan opeens extra veel auto’s aan de linkerkant van de weg. Het monument voor Tom Simpson ligt er fleurig bij opgesierd met bloemen en bidons. Zoals vooraf voorgenomen neem ik bij het passeren mijn petje af ter nagedachtenis aan deze wielrenner die tot het uiterste ging om deze berg te beklimmen. Door oververhitting, uitdroging en amfetamine gebruik viel deze renner in de tour van 1967 hier dood van de fiets. Nu verder, nog ongeveer 2 kilometer te gaan, daar is de top daar mag er gestopt worden. Het is hier weer bijzonder steil maar ik blijf hardlopen. Daar is de laatste bocht. Ik hoor Cora al aanmoedigen, dit doet me goed. Hij is nog steiler dan gedacht. Nog 20 meter, Cora en Stanja rennen mee. Over de top loop ik en zo voel ik me ook. Hijgend en piepend moet ik even 10 minuten bijkomen. Het maken van een foto op de top laat mij weer voelen hoe hard het hier waait. Het bord waar ik tegenaan leun gaat letterlijk heen en weer van de wind. Met mijn tijd van 2.17u ben ik best tevreden. Na het kopen van snoep voor de kinderen dalen we met ons vieren deze bijzondere berg met de auto weer af.
10 October 2009 at 02:07
Toen ik op 3 juli 2002 na de beklimming en vervolgens de afdaling van de Mont Ventoux door mijn vrouw in Malaucene werd opgevangen,wachtte mijn een enorme verrassing. Om de tijd wat te doden wandelde zij de plaatselijke boekhandel binnen.Juist was de eigenaar bezig een net bezorgde lading boeken uit te pakken en tot haar verbazing lag daar een Nederlands boek tussen; De Kale Berg,net verschenen en – proefexemplaar ? – niet te koop.
Uiteindelijk is het haar na enige overreding toch gelukt en zo zat ik amper 2 minuten na de afdaling met een boek over Die Berg in mijn handen ! Al met al een onvergetelijke dag.Bovendien was het onze trouwdag ( 3 juli 1974 )
Over de klim; 1 dag voor vertrek naar Frankrijk ( 13 juni ) kreeg ik mijn nieuwe fiets. Een van Dalen,stalen frame (Deda 16) met Campa Veloce tripple.Vreselijk moeten afzien en drie keer afgestapt,tijd 2.26., want mijn eerste echte berg.Later volgen dan in 2003 nogmaals de Ventoux en de jaren erna de Marmotte, ook niet mis.
Dick van der Stap
21 February 2010 at 18:29
La Conquête Du Géant De Provence.
Wat voor uitdaging gaat het worden in 2003???
Nadat ik het boek “ De kale berg “ had gelezen wist ik het zeker.
Ik ga de Mont Ventoux drie keer op een dag beklimmen!!!!!
Maar ja dat doe je niet zomaar.
Ik had op mijn manier een zorgvuldig trainings programma opgezet .
Vanaf januari ben ik volop bezig met hardlopen en fietsen.
Aangezien je basisconditie flink wat kan ophalen met hardlopen ben ik daarmee begonnen.
Ik heb mezelf keurig aan een beginners schema gehouden ter voorkoming van blessures.
En……….. na een maand kon ik het verschil toch wel merken.
En tussendoor nog trainen met de fiets, een combinatie van kilometers maken en intensief intervallen, nav interval schema’s uit het boek moderne training voor fietsers van C. Vermunt.
Deze combinatie heeft toch wel vruchten afgeworpen, in deze trainingssessie ben ik 6 kilo kwijt geraakt en is mijn conditie flink verbeterd.
In mei fiets ik altijd in de Alsace waar ik de nodige klimkilometers kan maken, mooi gebied om te fietsen( dat is aan te bevelen)
Vakantietijd is aangebroken en dan……………… juist de MONT VENTOUX beklimmen.
Aangezien het in de Provence behoorlijk warm was, moest ik toch even acclimatiseren.
Mijn eerste indruk was toch wel bijzonder, Ik zei tegen m’n vrouw en dochter “ Kijk daar in de verte daar is de REUSâ€.
Het begon toch al aardig te kriebelen, ik had er echt zin in om deze Geant te beklimmen.
Maar eerst wilde ik deze berg goed verkennen, hoe is het wegdek en de bochten etc.
De eerste verkenningstocht was op 29juli, het was behoorlijk warm deze dag dus……. Een hoop water meenemen, ik was hierop voorbereid , ik had een speciale bidonhouder gekocht waar een petfles inpast zodat ik 1,5liter bronwater mee kon nemen.
Gestart vanaf Mirabel aux Baronies via Vaison la Romaine naar Bedoin
Eenmaal aangekomen bij de waterput begonnen met de eerste†proef†beklimming.
Zeer rustig begonnen , de beklimming op m’n eigen tempo gefietst , wel veel fietsers tegen gekomen, en voortdurend m’n hartslag in de gaten gehouden.
De beklimming was toch behoorlijk zwaar maar wel in een keer gehaald.
Afgedaald naar Maulecene en teruggefietst naar Mirabel, en vervolgens een plons in het zwembad.
31 Juli m’n tweede verkenningstocht, van Maulecene naar de top..
Deze beklimming vond ik niet zo moeilijk, de laatste kilometer heb ik nog gesprint met een andere Nederlandse fietser.
Het fijne van deze klim is dat het stijgingspercentage nogal verschilt zodat je op sommige stukken kan herstellen, en dat is toch wel fijn.
De temperatuur viel wel mee want de mistral ging flink tekeer, boven op de kale berg was het fris.
Afgedaald in m’n regenjack aan tot aan Bedoin.
Teruggefietst naar Mirabel aux Baronnies met de Mistral tegen, dat was best aardig afzien.(WK7)
2 Augustus eerst een tocht gereden rondom de Mont Ventoux.
Het was eigenlijk niet de bedoeling om voor de derde keer richting de Mont Ventoux te beklimmen, maarja het blijft toch kriebelen.
Op een zeker moment kwam ik een routebord tegen met daarop geschreven “SAULT 20KMâ€
Nou Sjaak deze kant van de Mont Ventoux moet je toch eigenlijk ook beklimmen.
Ik had al aardig wat kilometers weg en besloot het toch te wagen.
De route naar Sault is buitengewoon mooi om te fietsen.
Dwars door de Lavandel velden opweg naar de top van de Mont Ventoux.
Deze beklimming was niet bijzonder zwaar., maar wel leuk om te doen.
Bij aankomst afgedaald naar Maulecene.
5 Augustus “DE DAG VAN DE WAARHEID.
Zou ik vandaag cingle worden of is het te zwaar voor mij, dat spookte voortdurend door m’n hoofd.
Zeker gezien de temperatuur in de Provence
Er werd geadviseerd om de Mont Ventoux niet te beklimmen ivm de temperatuur, de dag ervoor waren er toch fietsers overleden
Het bloed lag nog op het wegdek.
Maar ja, je heb er het hele jaar voor getraind en dan laat je dat niet zomaar gaan, maar toch was het misschien wel onverantwoord ( achteraf gezien)
Om 4 uur ging de wekker……… ‘’nu al’’ kreeg ik gelijk te horen.
Flink ontbeten , een bord met musli, broodjes, en een pakje met vloeibaar voedsel.en water.
M’n vrouw heeft mij afgezet op een parkeerplaats net na Vaison la Romaine, en ging daarna weer terug.
Ik was begonnen met de “WARMING UPâ€.
Eerst een stempel gehaald bij boulangerie Despeisse en precies om zes uur ben ik begonnen.
In Maulecene was het op dat moment 24C.
De beklimming zelf ging wat stroef, het kostte mij meer moeite dan normaal, maar dat gebeurt wel eens vaker.
Gewoon rustig naar boven gefietst want er komen nog zoveel klimkilometertjes.
Tijdens deze beklimming kwam ik niemand tegen ook geen auto’s.
De kalmte overheerste deze klim , de zon die opkwam, dit alles maakte deze klim wel bijzonder, jij alleen in je eentje naar de top.
De temperatuur op de top was 18C
Uiteindelijk had ik toch m’n ritme gevonden en kwam op 07.57 op de top aan.
Even wat drinken en genieten van het uitzicht.
Maulecene naar top 1 uur en 57min.
De afdaling spreekt voor zich.
De eerste 6 kilometer vond ik het wegdek toch niet zo best.
Naarmate ik steeds verder afdaalde kwam ik steeds meer fietsers tegen.
Bij aankomst in Bedoin stonden Catherine m’n vrouw en Melanie m’n dochter te wachten.
Even een stempel gehaald bij restaurant L’Escapade en daarna even iets eten.
Na de “PITSTOP†ben ik om 08.50 begonnen met de tweede klim.
De eerste kilometers rustig aan gefietst wetende wat er komen gaat, eenmaal na de bocht..!!!!!!
Het echte klimwerk wat toch behoorlijk zwaar is, maar gelukkig fietste ik op dat moment niet alleen.
Tijdens deze beklimming zijn er diverse foto’s door m’n vrouw gemaakt.
En werd flink aangemoedigd door Melanie
Aangezien de temperatuur aan het stijgen was werd de beklimming ook steeds zwaarder, maar was nog wel uit te houden.
Toch steeds weer belangrijk rijdt je eigen tempo!!! Laat je niet gek maken.
Op een gegeven moment werd ik ingehaald door een nederlander en zei tegen mij “ kom op een tandje erbij, waarop ik terug antwoordde dit is m’n tweede beklimming van vandaag en ik moet nog een keer. naar boven klimmenâ€
Dus ik bleef gewoon mezelf.
Bij aankomst aan de top om 10.48 was ik blij dat deze zware beklimming erop zat.
Ik zei tegen m’n vrouw : “nou de twee zwaarste beklimmingen heb ik gehad.â€
Flink wat gedronken en wat gegeten, en…………….een stempel halen in het souvenierswinkeltje!!!
Vanaf Sault is het niet meer moeilijk , maar de grootste spelbreker wordt de temperatuur.
Na 2 beklimmingen voelen de benen toch anders aan dan normaal..
De afdaling naar Sault was geen probleem , af en toe moest je wat bijtrappen om niet van je fiets te vallen
Wat mij wel opviel was de muur van warmte, op dat moment besefte ik dat deze derde klim mij behoorlijk wat problemen kan gaan opleveren.
Bij de aankomst in Sault wederom een stempel gehaald in office de tourisme de la region de Sault.( wat mij opviel dat ze bijzonder vriendelijk waren. ).
Na een uitgebreide lunch, ben ik om 12.25 begonnen met de derde beklimming.
Ik heb wel gedacht :â€Nou Sjaak ik denk niet dat ik dit haal, wat een hitte.â€
Eigenlijk was dit teveel van het goede, maarrrrrr gewoon doorzetten.
Gelukkig had mijn “ COACH†veel water meegenomen, nou dat kwam goed van pas!!!!!
Menige flessen moesten eraan geloven , die werden gebruikt om m’n hoofd te koelen.
Om de 20minuten gaf mijn coach een fles water om m’n hoofd en rug te koelen.
Ik had een moment dat ik het wilde opgeven, nu wordt het te gek , mijn hoofd barst uit elkaar, ik kan niet meer.
Maar na een waterkoeling van mijn coach kwam ik toch tot andere gedachten.
Zo ploeterde ik verder tot aan Chalet Reynard.
Nu nog 6 zware kilometers naar de top, inmiddels begon mijn achterwerk tegen te werken ,door het vele zweten was mijn huid geïrriteerd!!!
Volhouden Sjaak je kan het , dat zat ik constant tegen mijzelf te zeggen.
Die laatste 6 kilometer kan je ook nog wel.
Blik op oneindig, verstand op nul, zo ben ik begonnen met de laatste 6 klimkilometers.
Het klinkt vreemd ,maar het leek net alsof ik op handen werd gedragen, het klimmen van de beruchte 6 laatste kilometers gingen niet zo zwaar dan ik had verwacht.
Zelfs de laatste 200 meter kon ik de snelheid nog vergroten een aantal toeschouwers zagen dit en moedigde mij aan en dat gaf mij extra vleugeltjes.
HEHE eindelijk boven IK HEB HET GEHAALD!!!!!!!!!!!!! De laatste beklimming was behoorlijk afzien, ik was toch blij dat ik voldoende had getraind, want zonder voldoende training was het mij niet gelukt!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!
Aankomst top was om 14.20 dus ook de derde beklimming binnen de 2 uur.
Op de top was het bijzonder druk ( filevorming).
Zelfs fietsers kwamen er niet meer langs!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!
De afdaling was geen probleem , wel ontzettend veel auto verkeer!!
Ik kwam binnen in Maulecene om 15.21.
Begonnen om 06.00 uur en geëindigd om 15.21 uur.
9 uur en 21 minuten ben ik ermee bezig geweest om CINGLE te worden.
Het mooiste vond ik de eerste beklimming Maulecene naar de TOP
De zwaarste vond ik de laatste beklimming, na twee beklimmingen nog een derde en de temperatuur die parten ging spelen.
Ik wil mijn vrouw en dochter hartelijk danken voor hun aanmoedigingen en verzorgingen , zonder de STAFF had ik het niet gered!!!!!!!!!!!!!!!!!
Maar!!!!!!! Het is absoluut een bijzondere ervaring die niemand mij kan afnemen.
Het geeft absoluut een voldaan gevoel.
Ik voel mij dan ook apetrots dat ik het gehaald heb elke beklimming binnen de 2 uur!!
Ik mag natuurlijk absoluut niet klagen, maar in een ding ben ik toch wel teleurgesteld , de medaille , dat vind ik echt een aanfluiting.
Het stukje PLASTIC lijkt totaal niet op een medaille!!!
Maar dat mag de pret niet drukken het is tenslotte een persoonlijke overwinning.
Tot slot een ieder die CINGLE wil worden HEEL VEEL SUCCES!!!!! En TOI TOI
Een goede voorbereiding werpt altijd vruchten af.
De sportieve groeten van een CINGLE uit Pernis.