hallo ik wil jully effe bedanken voor deze mooie syte met mooie foto.s van de voor mij zeer emoseneele berg en omgeving door omstandig heden kan ik dit jaar niet naar bedion zo met jully syte verzacht het een beetje groeten johan
vandaag is fred borghers 3 maal de ventoux te fietsen, heb zelf vorig jaar met hem 1 maal gefietst, om 9 uur vanmorgen ( 10 aug. 2006) was hij de eerste keer boven vanmiddag om 1 uur de tweede keer,hij verwacht rond 18.00 voor de derde keer boven te komen en daarmee in het gilde der malloten te komen, later meer…
hier het vervolg van mijn eerdere stukje over fred borghers, zojuist heb ik heb aan de telef. gehad, hij zat nog op de top van de ventoux, totaal uitgewoond maar hij heeft het geflikt! om 18.00 precies was hij voor de derde maal boven vandaag! een geweldige prestatie.
Fred namens mij en mijn gezin super gefeliciteerd met deze wereld prestatie, je bent een klasse bak!
mislukt ja de reus van deprovence ben ik niet opgeraakt op 5km van de top bijna omgevallen van mijn …hoge snelheid had nochtans 1500km in de benen maar ik ben wel een haat liefde met de berg begonnen en ik heb me voorgenomen volgend jaar sta ik boven zo snel ga ik het niet opgeven toch wil ik aan iedereen die deze berg oprij vergeet niet te genieten van het prachtig uitzicht nb heb beklimming vanuit maulacene gedaan
Beklimming Mont Ventoux.
Datum beklimming vanuit Sault: 25-05-2007.
Tijd: 2h07min.
Niet te veel wind, goede weersomstandigheden.
Versnellingen fiets: compact, kleinste steek 34 – 28.
Voorbereiding: Van zero conditie begonnen half januari: 1.300 km buiten, 500 km op de rollen (tacx).
We waren met 10 afgezakt voor een verlengd weekend in Saint-Denis (grens Ardeche / La Gard) om er 3 dagen te fietsen. Normaal gingen we pas de 2de dag de Mont Ventoux beklimmen. Ze voorspelden evenwel slecht weer, waardoor we de klim naar de eerste dag verplaatsten. Van de 8 die de Mont Ventoux gingen beklimmen, besloten er drie dit vanuit Sault te doen omwille van een te beperkte voorbereiding en/of hier en daar wat kleinere kwetsuren. Ook voor mij de mietjeskant.
Na een uurtje of twee in de auto komen we toe in Sault rond 11h30. We vermoeden dat we in ‘t warmste van de dag zullen moeten aantreden, maar achteraf zal blijken dat het niet te warm was. Integendeel, ‘t was ideaal.
We prepareren onze fietsen. We hebben geluk dat Rudy met de auto mee rijdt naar boven. Zo kunnen we helm, extra bidons en andere ballast in de auto laten. Mijn bedoeling was – ik had het toch zo perfect in mijn gedachten – om het eerste stuk tot chalet reynard met een hartslag van om en bij de 155 af te werken. Toen in mijn hartslagmeter om deed, moest ik vaststellen dat mijn tikker aan 145 stond. Dat kon toch niet. De enige inspanning die ik gedaan had was mijn fiets uit de auto manoeuvreren, een karweitje van toch om en bij de 7 seconden. 145! Ik had wel het vermoeden dat de spanning van het ganse gebeuren een ietwat hogere pols in rust zou geven. Zo een slordige 100 slagen per minuut, OK, maar 145, wat gaat dat straks geven?
De teller op nul en samen met nieuwe makkers Wim en Luc gaan we van start. Opwarmen vinden we niet nodig, ‘t gaat naar ‘t schijnt toch eerst een beetje naar beneden. Hier maken we toch een inschattingsfout. Na dertig seconden is die afdaling gedaan en kan je meteen beginnen klimmen. Niet getreurd, we gaan rustig van start gaan. Klein steekske, ± 80 rpm. Even hartslag checken: 175.
Luc rijdt weg van mij en ik rij weg van Wim. Ieder zijn eigen tempo heet dat. Hartslag nog eens checken. Dju toch, nog altijd 175.
Van die geplande 155 zal er nog niet te veel in huis komen zo te zien. Tijdens het eerste stuk naar de chalet zal mijn hartslag wel dalen tot 165, maar nooit lager. Nu, het voelt wel niet alsof mijn hart zo tekeer gaat. Ik babbel wat luidop en blijk niet echt naar adem te moeten happen.
Vriend Rudy rijdt mee met de auto (eigenlijk heet hij Koen, maar we zeggen allebei Rudy tegen elkaar. Dat heeft iets te maken met de leverancier van onze fietsen, een bekende Elvis-fan uit Gullegem).
Rudy heeft uiteindelijk beslist dat 400km voorbereiding toch net iets te weinig was om aan een beklimming van de Ventoux te beginnen.
Af en toe steekt hij mij voorbij. Babbelke slaan, foto trekken. Ook hij geniet er van.
Gaat het Rudy?
Joat Rudy.
Ge zijt goed bezig Rudy, doe zo voort.
Af en toe kijk ik achterom. Ik verwacht dat Wim nadert, maar dat blijkt niet zo te zijn.
Het gaat vlot. 14-15 km/h en ik voel me goed. Hartslag beetje gedaald, 165-170.
Altijd blijft Luc in mijn vizier. Ik rij iets sneller en kom tot bij hem ergens halverwege het eerste deel tot de chalet.
Luc vertelt mij dat hij zich een klein beetje liet zakken zodat we samen zouden rijden en zodat de enorme zwerm vliegen die zich rond hem hadden verzameld ook een beetje bij mij zouden komen.
Ik ben niet thuis in de vliegenwereld en wat er aantrekkelijker was aan Luc dan aan mij, maar die twee vliegen die mij vergezelden vervoegden zijn zwerm en ik kon verder rijden zonder vliegen.
We reden efkes samen. Mijn tempo bleek net iets sneller en ik reed weg van Luc.
In deze fase van de klim voel ik mij bijzonder goed en gelukkig. Ik kijk een beetje rond en geniet van het landschap. Af en toe babbeltje slaan met Rudy.
Uiteindelijk hadden we er toch enorm veel over gebabbeld op voorhand. Eindelijk was het zo ver en was ik aan het fietsen op de Ventoux. Ook al was het de mietjeskant, ik voelde me vree content met hetgeen ik aan het doen was. Collega fietsers dat ge van toeten of blazen kent, die knikken en zeggen goeiedag, de medereizigers die elk op hun niveau op hetzelfde moment ook aan het strijden zijn en aan wie ge straks tot vervelens toe uw verhaal zult kunnen doen, collega’s en vrienden die door hun interesse blijk geven dat ze er ook een beetje mee bezig zijn, …
De wereld kan toch mooi zijn. Een uurtje later zou er van genieten niet veel meer in huis komen.
Ik kan mezelf voor de volgende keer en misschien ook anderen de volgende tips meegeven:
- voorbereiding: min 3.000 km fietsen, 6 maanden op voorhand beginnen en gevarieerd fietsen (lange ritten met lage hartslag, krachttraining, interval, …)
- buikspieroefeningen doen
- warm fietsen voor ge de klim begint
- goed uitgerust zijn
- niet alleen kilometers bollen maar (later) ook op kracht trainen
- genieten
Bij de camper op de parkeerplaats staan spaghetti Bolognese en drinken voor ons klaar. Als ik mijn waterzak bijvul blijk ik nog geen twee liter water gedronken te hebben. Het is een gezellig komen en gaan van Ventoux-bedwingers, ieder met hun eigen verhaal en doelstelling voor die dag. Na nog wat gerust en gekletst te hebben vertrekken we weer. Emiel en Henk gaan offroad terug naar Malaucène, ik duik wat later de afdaling in naar Bedoin. Het is een mooie weg door het bos, vol met dappere klimmers.
Gezien mijn gesleutel aan de remmen en de drukte op het parcours daal ik op reserve af. Als ik de geur van hete remmen ruik kijk ik even bezorgd naar beneden, maar twee auto’s vóór mij blijken de veroorzakers te zijn.
Ik ben 16 jaar en heb 21 augustus de Mont Ventoux beklommen. Ik wist dat we daar op vakantie gingen en dacht bij me zelf, laat me toch maar proberen.
Ik heb er eigelijk niet voor getraind en heb ook geen koersfiets. Ik speel wel voetbal en kan goed rijden met een fiets.
Ik heb heel hard afgezien en ben heel diep geweest maar op karakter ben ik er toch geraakt na 3 uur fietsen.
Ik heb alle soorten weer gehad onderweg, eerst warm en veel zon, dan veel wind vervolgens 5°C en dan nog regen. Ik verzeker u die regen is moordend. Je denkt aan niets anders dan blijven trappen, blijven trappen en nog eens blijven trappen.
Ookal ging ik niet vooruit ik ben tog op de top geweest en dat vindt ik een eer als 16- jarige die als hobby voetbal heeft.
Op een dag besloten Rudi en ik, zoals zovele prille 50-ers, om de Mont Ventoux op te fietsen.
Als beginnende fietsers en met slechts een paar honderd trainingskilometers in de benen, kwamen wij ergens in augustus 2007 aan in een camping in de streek van de Kale Berg. ’s Anderendaags, voorzichtig een tochtje van 74 km gemaakt om te acclimatiseren. Ik beklom mijn eerste echte col, de Col de Fontaube (lengte ?, 655m hoogteverschil), op reserve, want ’s anderendaags was het de Big Day.
We besloten om als opwarming in Malaucène te vertrekken, wat ons 12 km tijd gaf om behoorlijk los te rijden. Op onze weg lag de Col de la Madeleine. Gelukkig maar een klein broertje van de Col de la Madeleine in de Alpen en een molshoop in vergelijking met de “echteâ€, maar ideaal als opwarmertje voor het serieuze werk dat ons te wachten stond.
Zoals verwacht vormden de eerste 5 km, tot de bocht van Estève, geen probleem. Even voor de bocht kan je al een stuk zien van wat er je de volgende 8 km onder de wielen zal geschoven worden. Het begint met 10% stijgingsgraad en dit zakt niet onder de 9 %.
Wanneer je een helling van 10 % in profiel ziet, is dat toch even slikken, zeker voor een groentje. Bovendien, zag ik geen andere fietsers met naafversnellingen. Ik begon te twijfelen of een 15 kg wegende Easy Rohler van ID Works met Rohloff-versnellingen wel de keuze goede was.
Waar was ik aan begonnen?
Ik wou mij ook houden aan mijn eerder genomen besluit om, uit solidariteit met Rudi, niet kleiner te schakelen dan versnelling 3. Zijn kleinste versnelling stemde namelijk ongeveer overeen met mijn 3. Om naar mijn gevoel deze versnelling vlot rond te draaien trapte ik iets sneller dan Rudi en liet hem dan ook stilaan achter. We hadden immers afgesproken ieder zijn eigen tempo te rijden.
Omdat mijn enige doel was de top te halen en ik niet voor een scherpe tijd ging, had ik mijn fietscomputer op “tijd†ingesteld. Bovendien, trachtte ik geen aandacht te schenken aan de kilometerpalen. Zo verloor ik elk besef van afstand. Ik bleef ook steeds voor mezelf herhalen dat de top nog onnoemelijk ver weg was, zodat ik niet begon te hopen dat na de volgende bocht de eerste gebouwen van Châlet Renard in zicht zouden komen. Dit zorgde er ook voor dat ik niet te overmoedig werd. Er moest nog wat reserve achter de kuiten gehouden worden voor het kale gedeelte. Door mijn mentale tactiek, dook Châlet Renard “onverwacht†snel op, wat me dan weer even vleugels gaf.
Dan gingen we voor de laatste lootjes.
Gelukkig stond er in dit kale gedeelte niet veel wind. Door de groter wordende vermoeidheid had ik ook nog een zorg minder. Versnelling 1 was ondertussen het maximum haalbare en ik moest mij dus niet meer afvragen of ik niet te groot trapte. Kleiner was toch niet meer mogelijk. Nog maar eens het bewijs dat aan alles een positieve zijde te vinden is, al moet je soms ver zoeken.
Enkele minuten later kwam ook Rudi aan. Tijdens een paar trainingstochtjes in de Belgische Ardennen had hij het op de steilere stukken soms moeilijk gehad, zodat ik wat verrast was hem op de top te zien aankomen, na mijn moeizame beklimming en kilometers gemaald te hebben met een miniverzet. Hoe had hij die “grote versnelling†kunnen blijven rondduwen? Ik zou dat nooit voor mekaar gekregen hebben. Rudi, RESPECT!
Boven genoten we van het schitterende uitzicht, vermoeid, maar zeer gelukkig en Ó ZÓ FIER. Wij hadden hem klein gekregen!
O ja, de dag nadien hebben we met dezelfde tactiek de top gehaald vanuit Malaucène en de dag daarna vanuit Sault. Dit hadden we slechts gehoopt in onze stoutste dromen.
Wij beseffen dat voor sommigen een enkelvoudige beklimming van de Mont Ventoux een zondagsritje is, maar voor ons debutanten was dit topsport.
Ieder op zijn niveau.
Wij hebben dit, als groene beginnelingen kunnen presteren, dank zij de vele tips gelezen op http://www.dekaleberg.nl. Dank zij de bezielers van deze website hebben Rudi en ik een prachtig verhaal om te vertellen aan onze kleinkinderen (mochten die er ooit komen).
P.S. Deze positieve ervaring met het beklimmen van cols zorgde ondertussen voor een nieuwe “uitdaging-droomâ€: het volbrengen van de 100 cols tocht in Franrijk. Dit is een tocht van ongeveer 4.000 km met zowat alle bekende cols (meer dan 100 cols in totaal + meer dan 90 côtes) (http://home.planet.nl/~honderd.cols/). Het plan is om in 2009 de tocht te volbrengen met pak en zak, weliswaar over een periode die tot 3 maanden zou kunnen uitlopen. Het is eveneens de bedoeling om tegelijkertijd sponsoring in te zamelen voor de vzw Kids For Uganda (www.uganda.be) via het laten sponsoren van cols en afgelegde kilometers. Dit is uiteraard andere koek dan een enkelvoudige beklimming van de Mont Ventoux. We zijn dan ook al met de trainingen begonnen.
20 July 2006 at 03:52
hallo ik wil jully effe bedanken voor deze mooie syte met mooie foto.s van de voor mij zeer emoseneele berg en omgeving door omstandig heden kan ik dit jaar niet naar bedion zo met jully syte verzacht het een beetje groeten johan
10 August 2006 at 17:21
vandaag is fred borghers 3 maal de ventoux te fietsen, heb zelf vorig jaar met hem 1 maal gefietst, om 9 uur vanmorgen ( 10 aug. 2006) was hij de eerste keer boven vanmiddag om 1 uur de tweede keer,hij verwacht rond 18.00 voor de derde keer boven te komen en daarmee in het gilde der malloten te komen, later meer…
anthony van Ras
10 August 2006 at 18:16
hier het vervolg van mijn eerdere stukje over fred borghers, zojuist heb ik heb aan de telef. gehad, hij zat nog op de top van de ventoux, totaal uitgewoond maar hij heeft het geflikt! om 18.00 precies was hij voor de derde maal boven vandaag! een geweldige prestatie.
Fred namens mij en mijn gezin super gefeliciteerd met deze wereld prestatie, je bent een klasse bak!
anthony van ras
29 August 2006 at 14:09
mislukt ja de reus van deprovence ben ik niet opgeraakt op 5km van de top bijna omgevallen van mijn …hoge snelheid had nochtans 1500km in de benen maar ik ben wel een haat liefde met de berg begonnen en ik heb me voorgenomen volgend jaar sta ik boven zo snel ga ik het niet opgeven toch wil ik aan iedereen die deze berg oprij vergeet niet te genieten van het prachtig uitzicht nb heb beklimming vanuit maulacene gedaan
19 September 2006 at 21:16
Een mens verandert, alleen de Mont-Ventoux blijft zichzelf
Er is een spreekwoord dat zegt : eens je op reis bent geweest in de Provence laat het je nooit meer los en kom je er steeds terug. Dit jaar vonden we ons nest in Méthamis. Een huisje op een heuvel tussen de wijnvelden en fruitbomen. Ideaal om tot rust te komen alhoewel ik denk dat menig wielertoeristen pas echt tot rust komen eens ze de berg met kale knikker, de reus van de Provence, met name de Mont Ventoux, overwonnen hebben.
In Bédoin logeerden onze vrienden, Pascal en Chantal en diens ouders Marcel en Paulette. Pascal en ik besloten om daar samen te komen om onze eerste gezamenlijke rit te fietsen. Een tourtocht van ongeveer 80km op en rond de Gorges de la Nesque. Pascal had ondertussen in zijn eerst week vakantie reeds de Ventoux overwonnen in een schitterende tijd van 1h54 en dit als fervent mountainbiker. Zijn verhaal boeide me enorm maar bracht me tegelijkertijd een beetje uit evenwicht. Hoe zal het mij vergaan de dag van de waarheid? Ben ik er wel klaar voor? Zal ik van pech gespaard blijven? Wanneer is eigenlijk het ideale moment? Voor de aangelegenheid had mijn fietskader van 27 jaar oud een grondige metamorfose ondergaan. Zelfs het opschrift “Mt.Ventoux†werd op het kader aangebracht. Na de tourtocht rond de “Nesqueâ€, genietend van een lekkere ricard met zicht op onze vriend “Ventouxâ€, vroeg Pascal me wanneer ik nu de 22km lange klim zou trotseren. Die bewuste 31 juli besloten we om op 2 augustus samen le “Géant du Provence†aan te vallen. De volgende dag besloot ik om nog een ritje te fietsen vanuit Méthamis richting Col du Murs en zo via Venasque-Malemort terug naar Méthamis. Alles samen zo’n 51km. Dit moest me het nodige vertrouwen geven voor “le moment suprêmeâ€.
Woensdag 2 augustus 2006. Zoals afgesproken waren we om 9h aan de start. Onze vrouwen besloten mee te rijden met de wagen evenals de schoonouders van Pascal, Marcel en Paulette. Prompt doopten we Marcel tot onze sportdirecteur. Hij nam met dank en veel plezier deze job aan en later bleek dit een terechte keuze te zijn. Op gepaste tijden bevoorraadde hij ons met het nodige vocht, gaf onze tussentijden door en riep ons telkens veel moed in. Pascal nam een vliegende start en was van plan dit zo aan te houden tot St.Colombe. Dit zou voor ons de enige manier zijn om het gemiddelde wat omhoog te krikken en zodoende onder de 2h te finishen. Ik probeerde nog een stukje mee te pikken van het schitterende decor rondom ons en dit tevens te delen met Pascal maar hij had er geen oor en ogen naar. Pascal was één en al top concentratie. Misschien was dit wel een tactisch steekspel onder ons. Een vliegende start van Pascal om mij af te bluffen, ik die maar bleef praten om aan te tonen dat ik genoeg reserves had? Vanaf St.Estève werd het duidelijk dat dit geen onderlinge strijd was maar een gevecht tegen jezelf en de Ventoux. Eenmaal in het bos was de wind van ons weggereden maar we wisten dat deze vanaf Chalet Reynard een bijkomende stevige concurrent zou worden. We bleven ons eigen tempo rijden en als hulpmiddel had ik mijn hartslagmeter in de gaten. Pascal begon enkele meters prijs te geven maar wist verdorie goed waar hij mee bezig was. Zijn richttijd was 1h20 aan Chalet Reynard. Ik had mij voorgenomen om zolang mogelijk met verzet 39-26 te rijden. We waren niet de enigen die aan deze krachttoer begonnen waren. Het liep lekker maar telkens vraag je je af of het zo zal blijven. Regelmatig drinken, liefst geen ricard, en naar je eigen lichaam luisteren, waren duidelijk de sterkste troeven. Sportdirecteur Marcel riep dat we goed bezig waren en dat gaf ons veel vertrouwen, vooral van iemand met zoveel fietservaring. Drinkbussen werden omgewisseld want de lange rechte stukken met veel zon deden je naar adem en drank happen. De bochten vielen goed mee al moest ik geregeld uit het zadel. Af en toe pikten we wielertoeristen uit Scherpenheuvel op. Ik stak mijn bewondering voor de vrouwelijke liefhebbers niet weg en probeerde hen ook nog wat aan te moedigen alsof ik een echte kenner was. De boomgrens was in aantocht alsook Chalet Reynard en de wind. We waren benieuwd naar onze tussentijd. Marcel riep me toe 1h13. Dit gaf me vleugels want voor mij was dit een persoonlijk record. Ik vloog de eerste bocht in maar in de rechte stukken was het echt beuken tegen de wind. Pascals tussentijd 1h17. Ook voor hem een personal best met maar liefst 3min. De dalende renners hadden het duidelijk ook zeer moeilijk om op de fiets te blijven met zo’n strakke wind. Mensen die hun poulains aanmoedigden verkleumden van de kou niettegenstaande een stralende blauwe hemel. Ik zocht naar de voor mij beste manier om tegen de wind in te gaan. Laag hangen over het stuur en zich zo klein mogelijk maken leek voor mij de beste manier. Ook Pascal had zich in die “wijlen Brick Schotte†stijl gewrongen. Op 2km van de top moedigden onze volgers ons nog eens aan en lieten ons weten dat de volgende afspraak op de top zou zijn! In exact 36min legden Pascal en ik de 6km af van Chalet Reynard naar de top met een onderling verschil van 4min. Mijn beste tijd ooit 1h49 en Pascals record 1h53. Ons begeleidend team sloot ons in de armen en we zagen een overgelukkige sportdirecteur Marcel. Prompt bood hij ons een nieuw contract aan en trakteerde hij de eerste (ikke dus) een dubbele ricard aan en werd Pascal op zijn beurt getrakteerd op een glas champagne. Champagne? Welke champagne? Verschillende foto’s voor het leven werden nog genomen en over één iets waren we het allemaal eens : die dag waren het allemaal winnaars !!! Tot volgend jaar….
Djamal en Pascal
29 May 2007 at 22:13
Beklimming Mont Ventoux.
Datum beklimming vanuit Sault: 25-05-2007.
Tijd: 2h07min.
Niet te veel wind, goede weersomstandigheden.
Versnellingen fiets: compact, kleinste steek 34 – 28.
Voorbereiding: Van zero conditie begonnen half januari: 1.300 km buiten, 500 km op de rollen (tacx).
We waren met 10 afgezakt voor een verlengd weekend in Saint-Denis (grens Ardeche / La Gard) om er 3 dagen te fietsen. Normaal gingen we pas de 2de dag de Mont Ventoux beklimmen. Ze voorspelden evenwel slecht weer, waardoor we de klim naar de eerste dag verplaatsten. Van de 8 die de Mont Ventoux gingen beklimmen, besloten er drie dit vanuit Sault te doen omwille van een te beperkte voorbereiding en/of hier en daar wat kleinere kwetsuren. Ook voor mij de mietjeskant.
Na een uurtje of twee in de auto komen we toe in Sault rond 11h30. We vermoeden dat we in ‘t warmste van de dag zullen moeten aantreden, maar achteraf zal blijken dat het niet te warm was. Integendeel, ‘t was ideaal.
We prepareren onze fietsen. We hebben geluk dat Rudy met de auto mee rijdt naar boven. Zo kunnen we helm, extra bidons en andere ballast in de auto laten. Mijn bedoeling was – ik had het toch zo perfect in mijn gedachten – om het eerste stuk tot chalet reynard met een hartslag van om en bij de 155 af te werken. Toen in mijn hartslagmeter om deed, moest ik vaststellen dat mijn tikker aan 145 stond. Dat kon toch niet. De enige inspanning die ik gedaan had was mijn fiets uit de auto manoeuvreren, een karweitje van toch om en bij de 7 seconden. 145! Ik had wel het vermoeden dat de spanning van het ganse gebeuren een ietwat hogere pols in rust zou geven. Zo een slordige 100 slagen per minuut, OK, maar 145, wat gaat dat straks geven?
De teller op nul en samen met nieuwe makkers Wim en Luc gaan we van start. Opwarmen vinden we niet nodig, ‘t gaat naar ‘t schijnt toch eerst een beetje naar beneden. Hier maken we toch een inschattingsfout. Na dertig seconden is die afdaling gedaan en kan je meteen beginnen klimmen. Niet getreurd, we gaan rustig van start gaan. Klein steekske, ± 80 rpm. Even hartslag checken: 175.
Luc rijdt weg van mij en ik rij weg van Wim. Ieder zijn eigen tempo heet dat. Hartslag nog eens checken. Dju toch, nog altijd 175.
Van die geplande 155 zal er nog niet te veel in huis komen zo te zien. Tijdens het eerste stuk naar de chalet zal mijn hartslag wel dalen tot 165, maar nooit lager. Nu, het voelt wel niet alsof mijn hart zo tekeer gaat. Ik babbel wat luidop en blijk niet echt naar adem te moeten happen.
Vriend Rudy rijdt mee met de auto (eigenlijk heet hij Koen, maar we zeggen allebei Rudy tegen elkaar. Dat heeft iets te maken met de leverancier van onze fietsen, een bekende Elvis-fan uit Gullegem).
Rudy heeft uiteindelijk beslist dat 400km voorbereiding toch net iets te weinig was om aan een beklimming van de Ventoux te beginnen.
Af en toe steekt hij mij voorbij. Babbelke slaan, foto trekken. Ook hij geniet er van.
Gaat het Rudy?
Joat Rudy.
Ge zijt goed bezig Rudy, doe zo voort.
Af en toe kijk ik achterom. Ik verwacht dat Wim nadert, maar dat blijkt niet zo te zijn.
Het gaat vlot. 14-15 km/h en ik voel me goed. Hartslag beetje gedaald, 165-170.
Altijd blijft Luc in mijn vizier. Ik rij iets sneller en kom tot bij hem ergens halverwege het eerste deel tot de chalet.
Luc vertelt mij dat hij zich een klein beetje liet zakken zodat we samen zouden rijden en zodat de enorme zwerm vliegen die zich rond hem hadden verzameld ook een beetje bij mij zouden komen.
Ik ben niet thuis in de vliegenwereld en wat er aantrekkelijker was aan Luc dan aan mij, maar die twee vliegen die mij vergezelden vervoegden zijn zwerm en ik kon verder rijden zonder vliegen.
We reden efkes samen. Mijn tempo bleek net iets sneller en ik reed weg van Luc.
In deze fase van de klim voel ik mij bijzonder goed en gelukkig. Ik kijk een beetje rond en geniet van het landschap. Af en toe babbeltje slaan met Rudy.
Uiteindelijk hadden we er toch enorm veel over gebabbeld op voorhand. Eindelijk was het zo ver en was ik aan het fietsen op de Ventoux. Ook al was het de mietjeskant, ik voelde me vree content met hetgeen ik aan het doen was. Collega fietsers dat ge van toeten of blazen kent, die knikken en zeggen goeiedag, de medereizigers die elk op hun niveau op hetzelfde moment ook aan het strijden zijn en aan wie ge straks tot vervelens toe uw verhaal zult kunnen doen, collega’s en vrienden die door hun interesse blijk geven dat ze er ook een beetje mee bezig zijn, …
De wereld kan toch mooi zijn. Een uurtje later zou er van genieten niet veel meer in huis komen.
Chalet Reynard. Ik voel mij bijzonder goed. Efkes bij Rudy twee lege bidons wisselen voor twee volle en meteen verder rijden.
De hartslag terug op 175 en de snelheid rond de 12 km/h. Zo gaat het 4 km aan een stuk redelijk vlot. Een kleine berekening gaf als resultaat dat mijn tijd rond 1h55 ging zijn. Tof, onder de twee uur.
Maar toen ging het licht uit. De snelheid ging rap via 7km/h naar 6 km/h. Dan 5 km/h om te eindigen à 4,5 km/h. Hartslag 185. Wat ben ik hier eigenlijk aan het doen? Der steekt er mij één voorbij. ‘Bonjour’ spreekt hij mij toe. Zijn accent verraad dat het om een Nederlander gaat. Ik probeer iets terug te mompelen. Op een gegeven moment redeneer je niet meer per kilometer of per 100 meter maar per meter. Iedere meter doet pijn. Iedere trap is een karakteroefening van jewelste. Recht staan, zitten, recht staan, zitten, recht staan, zitten. ‘t Ene is al even moeilijk als ‘t andere. Kleiner schakelen kan ik al lang niet meer. Het stopt blijkbaar niet met lege benen. De rugpijn die al een tijdje de kop opstak bereikt een hoogtepunt. Waar komt dat nu plots vandaan, die rugpijn? Dat zal mij de volgende keer niet overkomen. Toch beter buikspieroefeningen doen de volgende keer.
Daar is de laatste bocht. Rudy staat daar net voor de bocht om mijn lijdensweg op foto vast te leggen. Allé Rudy, ge zijt er bijna. Op zijn gezicht kan ik toch enige bezorgdheid aflezen. Vermoeid kom ik boven. De meeste die via Bedoin gefietst hebben waren er al en feliciteerden mij. ‘t Doet deugd om boven te komen. 2h07. Ik ben een tevreden man. Kort na mij komt Luc toe en wat later ook Wim. Iedereen heeft het gehaald.
Eenmaal iedereen boven verzamelden we ons voor de afdaling richting Bedoin. Dat was echt genieten. De teller ging tot 74 km/h. Rapper hoefde niet.
Het was een bijzonder leuke ervaring. Een sportieve inspanning in een leuk gezelschap. Doelstelling één was 2h vanuit Sault. De volgende doelstelling is 2h vanuit Bedoin.
Daarvoor zal ik in de voorbereiding wel twee maal zo veel kilometers moeten bollen als nu het geval was.
Merci aan de makkers die mee waren voor een leuke trip en merci aan mijn lieve echtgenote voor de steun (er kruipt toch veel tijd in fietsen hé)
Ik kan mezelf voor de volgende keer en misschien ook anderen de volgende tips meegeven:
- voorbereiding: min 3.000 km fietsen, 6 maanden op voorhand beginnen en gevarieerd fietsen (lange ritten met lage hartslag, krachttraining, interval, …)
- buikspieroefeningen doen
- warm fietsen voor ge de klim begint
- goed uitgerust zijn
- niet alleen kilometers bollen maar (later) ook op kracht trainen
- genieten
30 June 2007 at 16:37
Verslag van mijn Forestier-poging op 9 juni 2007
Tekst: Jeroen van Schaijik
Foto’s: Jeroen van Schaijik en Henk Haarsma
Proloog
Ik had mij met een aantal collega’s via mijn werkgever ingeschreven bij de Belgische organisatie Sporta voor de beklimming van de Mont Ventoux op 9 juni.
Op http://www.dekaleberg.nl zag ik dat het ook mogelijk was via onverharde paden de berg te beklimmen en om een titel te bemachtigen. Na het lezen van enkele verslagen en diepe introspectie besloot ik een poging voor Forestier te wagen. Als het één keer kon, moest het na enige recuperatietijd ook een tweede keer kunnen. Stiekem dacht ik nog aan een derde keer over het asfalt…
Mijn voorbereiding was niet ideaal. Ik bewoog mij lopend en op de mountainbike al (on)regelmatig over de Veluwe en door de polder, maar niet specifiek genoeg voor de beklimming van de Ventoux. Om me daar op voor te bereiden heb ik een aantal keer een uur tegen de wind in gefietst op de dijk Enkhuizen-Lelystad, ben ik twee keer op pad geweest op de hellingen van de Veluwezoom en heb ik nog een aantal korte en langere (MTB) ritten gemaakt. Al met al toch ruim 500 fietskilometers.
Na een hertentamen op woensdagavond, inpakken en een (te) korte nachtrust gingen we donderdag 7 juni vroeg op reis, laat in de middag kwamen we aan bij ons verblijf in Lafare, ongeveer 20 km van Bedoin en 12 km van Malaucène. Voor ons groepje van 9 man en één vrouw zou dit tot zondagochtend onze uitvalsbasis zijn. Op vrijdag schreven we ons in bij Sporta in Bedoin en troffen we onze voorbereidingen.
Ik had besloten de routes op een topografische kaart van 1:25.000 in te tekenen met een markeerstift zodat je goed kon zien over wat voor soort pad de route liep en hoe de verschillende splitsingen eruit zagen. Op de aangeleverde routekaartjes zie je dit niet omdat de route daarop met een dikke lijn staat aangegeven. Ik besloot eerst vanuit Malaucène (route Thérèse Romanille) omhoog te gaan zodat ik in de afdaling naar Bedoin bij onze bedrijfsstand bij Chalet Reynard kon foerageren. Helaas zou ik dan wel in de middag vanuit Bedoin (route Joseph Eymard) aan de zuidkant van de berg omhoog moeten met het risico van hoge temperaturen.
Ik deed nog een vruchteloze poging om mijn voorremblokken door nieuwe te vervangen en ik twijfelde over de bandenkeuze achter. Ik had een nieuwe Nobby Nick mee maar de Fast Fred (Fast Flat volgens Emiel) zag er nog goed uit en kreeg mijn voorkeur in verband met de harde en droge ondergrond en de afdalingen over asfalt. Hierna gingen we nog wat eten in een pizzeria, helaas serveerden ze geen pizza’s of spaghetti maar gelukkig wel ravioli!
Na het eten heb ik nog de remblokken voor en achter omgewisseld zodat de blokken met de dikste voering in de voorrem zaten. Ze liepen nog wel wat aan maar dat zou wel inslijten.
Ik heb geen verzorging dus moet ik alles zelf meenemen. Met 2,5 liter water in mijn reservoir in mijn rugzak, een bidon dorstlesser, eten en reparatiemateriaal heb ik al met al zo’n 4 kilo balast op mijn rug.
Na de laatste voorbereidingen lag ik pas om 1:30 uur op bed.
Etappe 1 – Thérèse Roumanille
Zaterdagochtend zwaai ik tijdens mijn ontbijt de vroege starters van onze groep uit en om 7:15 uur stap ik zelf op de fiets richting Malaucène waar ik met twee collega MTB-ers (Emiel en Henk) had afgesproken. Ik doe heel rustig aan om de vetverbranding op gang te helpen en de koolhydraten te sparen. In eerste instantie wilden Emiel en Henk mijn routebeschrijvingen lenen maar al snel besluiten we om de eerste route samen te fietsen. Hun doel is om minstens één keer boven te komen. Zodoende fietsen we om 8:22 uur over de startmatten. Na twee kilometer blijkt dat we niet op de juiste uitvalsweg zitten, dus omgedraaid en de goede weg gezocht en gevonden. Het blijft zaak constant de route te controleren want terugrijden kost meer tijd dan even stoppen om te checken. De route wordt steeds smaller en ruiger, we volgden de GR91 (wit-rode strepen). Op het steile stuk waar je de Rissas op gaat moeten wij van de fiets, maar verder is de route goed te fietsen en redelijk afwisselend. Emiel en Henk houden hun hartslag in de gaten, ze moeten onder hun omslagpunt blijven. Lekker rustig aan, zo hou ik reserves voor de tweede route. Het wordt al warmer, gelukkig zijn er af en toe stukken met schaduw van bomen. Shit, ik bedenk me dat ik vergeten ben te stempelen. Hopelijk is de Sporta registratie ook geldig bewijsmateriaal en we gaan vrolijk verder.
Met de hoogte, de warmte en de bomen komen ook de beruchte vliegen die soms steken.
Het uitzicht op het dal is mooi, een roofvogel zweeft op ooghoogte op de thermiek.
De Col du Comte op wordt het steiler, daarna is het even lastig de goede route te vinden op de Mont Serein. Hier hebben we in het bos zelfs wat modderige klimmetjes. We klimmen verder en via een stuk door drassig gras komen we bij de asfaltweg aan waarover het laatste stuk naar de top gaat. Dat klimt een stuk makkelijker, als het zo doorgaat vliegen we omhoog. Bij Chalet Liotard foerageren we wat en gaan weer op weg, nog 500 meter stijgen in zes kilometer. Na een voortvarend begin moeten we toch terug naar de tweede en de eerste versnelling, de snelheid daalt tot zo’n 8 km/u. Na de rust van de ruiterpaden hebben we nu de drukte van het Sporta-evenement. Veel afdalers suizen naar beneden,de mazzelaars. Inhalers vallen soms verderop weer stil maar terug inhalen doe ik niet. Er komt zelfs een ‘predikant’ voorbij die maar blijft praten, voornamelijk tegen zichzelf. We hebben het even over het gekke gedrag van die wielrenners die zich pijnigen om boven te komen, om daarna meteen weer naar beneden te suizen. Ongeveer het omgekeerde als bij skiën. Emiel en Henk raak ik kwijt, ik heb geen zin om te wachten en ga door in mijn eigen tempo. Het ziet er donker uit op de top maar van de afdalers krijg ik geen antwoord of het er regent.
Ik tracht de saaiheid te doorbreken door af en toe staand te klimmen. Het lijkt nog ver naar de top maar opeens als ik een bocht om ga zie ik dat het niet ver meer is. Na de bocht met de fotograaf is de top nabij en even later ga ik om 12:35 uur de registratiematten van Sporta over. Ik ontmoet enkele groepsleden en als Emiel en Henk gearriveerd zijn stempel ik en gaan we offroad naar beneden, tot verbazing van enkele officials. Het wordt een beetje ruig met grote losliggende stenen en we besluiten verder te gaan over het asfalt tot de ontmoetingsplaats bij Chalet Reynard. Op enkele druppels na is het droog gebleven.
Ravitaillering
Bij de camper op de parkeerplaats staan spaghetti Bolognese en drinken voor ons klaar. Als ik mijn waterzak bijvul blijk ik nog geen twee liter water gedronken te hebben. Het is een gezellig komen en gaan van Ventoux-bedwingers, ieder met hun eigen verhaal en doelstelling voor die dag. Na nog wat gerust en gekletst te hebben vertrekken we weer. Emiel en Henk gaan offroad terug naar Malaucène, ik duik wat later de afdaling in naar Bedoin. Het is een mooie weg door het bos, vol met dappere klimmers.
Gezien mijn gesleutel aan de remmen en de drukte op het parcours daal ik op reserve af. Als ik de geur van hete remmen ruik kijk ik even bezorgd naar beneden, maar twee auto’s vóór mij blijken de veroorzakers te zijn.
Etappe 2 – Joseph Eymard
Beneden in Bedoin aangekomen stempel ik en vul ik mijn drinken en eten aan. Als ik mijn voorrem check blijkt het wiel nog steeds niet geheel vrij te lopen, maar de schijf is niet heet dus de rem loopt niet erg aan.
Bij het Sporta vertrekpunt is het erg rustig, voornamelijk partners van fietsers die wachten op de terugkeer van hun maatje.
Het is zonnig en warm en ik controleer de start van de routebeschrijving. Ik doe nog een sanitaire stop in een op een sauna lijkende toiletcabine en om 15:33 uur rij ik de registratiematten over. Na een paar kilometer moet ook ik (zie verslag Rupert Mergan) zoeken naar de juiste route bij Domaine de Bélèzy. De situatie met het zwembad en de haakse bocht in de weg zoals die op de kaart staat is niet geheel in overeenstemming met de werkelijkheid. Maar verder wijst de route zich bijna vanzelf en wordt het wegdek ruwer. Na punt D (Les Combarets) begint het serieuzere werk. Op de kaart blijkt het steiler en bochtiger te worden, maar het wegdek wordt ook moeilijker. Soms is het nog redelijk egaal, hard en bezaaid met redelijk kleine steentjes, maar grote delen zijn door hevige regenval redelijk zacht geworden met veel grotere stenen. Soms schiet een wiel van een steen af en dwarrel ik van de ene kant van de weg naar de andere om mijn evenwicht te bewaren. In een lichte versnelling en constant druk houden op de trappers is het devies.
De weersomstandigheden doen er ook nog een schepje bovenop: het is zeer warm, windstil en geen schaduw. Af en toe als je een bocht om gaat voel je een zuchtje wind, maar vlak daarna valt de warmte weer als een deken over je heen en voel je je lichaamstemperatuur oplopen. De temperatuur op mijn fietscomputer wijst ruim 40 graden aan. Het zweet loopt in stroompjes van mijn gezicht en soms mijn mond in, dat zout gaat in ieder geval niet verloren. Ik eet koekjes en drink dorstlesser om het verlies te compenseren. Regelmatig stop ik aan de kant in de schaduw van een boom om een zuchtje wind te vangen om af te koelen. Ook loop ik sommige lastige stukken, dat heb ik liever dan stilstaan.
Helaas zijn ook hier vliegen die zich op mij storten in een poging zich aan mijn bloed en zweet laven. Het lijkt of ze vlak voor mijn bril achteruitvliegen en hun tong naar me uitsteken: ‘pak me dan als je kan!’. Ik zwaai met mijn handen en mep af en toe met de kaart om ze te verjagen. Het effect is steeds van korte duur. Ik accepteer het maar, ik laat me niet gek maken.
Af en toe voel ik wat ongemak: een krampje in een kuit, een pijntje in mijn hamstrings. Als mijn oude kuitblessure maar niet terugkomt.
Zoals in de brief van het NBG De Kale Berg stond: Forestier worden vereist geestelijke en fysieke weerbaarheid. Nou, dan zullen ze dit wel bedoelen. Als ik het haal heb ik die titel in ieder geval echt verdiend.
Op de kaart kijkend zie ik dat deze route zo nog heel lang door gaat, ongeveer tot Chalet Reynard zo lijkt het. Dat gaat wel lang duren op deze manier maar ik ga door.
De top hult zich in steeds donkerder wolken, het zou toch niet gaan onweren? Waarom komt er geen wolkje voor de zon? Het is hier lekker stil, maar nu lijkt er toch een rommel in de verte te klinken. Deze zwelt gelukkig snel aan tot een voor mij bekend klinkende viertakt enduromotor roffel. Bijna goed, al snel duiken er twee quads op tussen de bomen. Ze stoppen even, zien mij, roepen zoiets als ‘chapeau’ (hoop ik) en stuiven verder dwars over de weg de helling op.
Als het gaat onweren op de top en Sporta last het evenement af, zoals vorig jaar gebeurde, wanneer kom ik dat dan te weten? Pas bij de asfaltweg, bij Reynard? Ik zie wel. De benen vallen nog naar beneden en ik kom nog vooruit. Het doel is de Forestier, daar ga ik voor dus ik ga door. Mocht er iets gebeuren dan kan ik altijd nog omkeren en dezelfde weg afdalen.
Ik neem mij voor: als ik Reynard haal dan kom ik boven, al moet ik in elke bocht uitrusten.
Rustig aan, dan breekt het lijntje niet. Haal ik de BBQ om 20:00 uur in Carpentras? Ik verwacht om 19:00 uur boven te zijn.
Als ik drink zijn de eerste slokken water uit het slangetje warm, daarna komt het koele water uit de rugzak.
Aan de kant van de weg zoek ik verkoeling in een bijna onmerkbaar briesje en bestudeer de kaart. De bochten in de weg komen niet overeen met de plek op de kaart waar ik denk te zijn. Ben ik al verder dan ik dacht? De route is niet te missen, dus doorrijden maar. Enkele stukken zijn nog ruller en bezaaid met grovere stenen dan tot nu toe.
Nu ik hoger kom schuift er af en toe een vleugje wolk voor de zon en wordt de hitte draaglijker. Ik begroet een afdalende wandelaar.
Bij de volgende routecheck zie ik dat ik inderdaad al verder ben dan gedacht, een hele opsteker. Ik besluit de energie gel te verorberen en voel al snel resultaat. Werkt dat muf smakende spul echt zo snel, of is het omdat de weg minder steil wordt? Het laatste blijkt het geval te zijn. Ook is er meer schaduw van bomen omdat de helling meer oostelijk gericht is. Achteraf bleek dat het afgelopen stuk van ongeveer 7 km een stijging had van bijna 700 meter. Dat is hetzelfde als het laatste stuk naar de top, maar dan over ruig terrein. Geen wonder dat het zwaar was.
Nu gaat het wat beter en ik kom bij splitsing ‘Les Grands Pins’ aan, jippie! Heerlijk, ik kom nu weer boven de 20 km/u en met af en toe strookjes afgekalfd asfalt lijkt het wel een snelweg.
Als ik bij ‘Le Jas de Pélerins’ een fotootje maak, komt er uit het bos een downhiller die stopt bij mijn fiets die midden op de weg ligt. Hij kijkt verbaasd rond op zoek naar een slachtoffer of zo. Al snel ziet hij mij staan, doorziet de situatie en stort zich weer naar beneden. Ook mijn route verloopt nu licht dalend, dat schiet op. Ik zie boven mij de asfaltweg lopen met kleurige afdalende fietsers. De laatste kilometer tot aan de aansluiting met de asfaltweg (punt I: ‘Plaine des Hermitants’) loopt weer omhoog maar dat is peanuts. Ik draai voldaan de asfaltweg op, weer een subdoel gehaald.
Het plezier is van korte duur want na drie trappen schiet de kramp in beide benen. Ik stap af om te stretchen maar dat helpt niet veel. Dan maar weer fietsen, dat werkte eerder vandaag ook. Als een Pinokkio stap ik weer op en inderdaad, als ik me goed ontspan voel ik de kramp met elke pedaalslag verminderen.
Ik zit weer in de relatieve drukte van het Sporta-evenement. Als ik word ingehaald probeer ik hun lage trapfrequentie over te nemen maar daar protesteren mijn benen tegen en ik schakel terug naar de tredmolen.
De weg maakt in de verte nog drie bochten langs de berghelling, het einde lijkt nog ver. Op de kaart zie ik dat het Simpson-gedenkteken niet ver van de top is. Een subdoel wordt gesteld. Ik verbaas me over de troep aan lege verpakkingen die ik in de berm zie. Als je het gevuld meeneemt kan je het toch ook leeg mee terug nemen?
Ze zitten al bijna aan de BBQ, en ik ben nog steeds niet gebeld. Misschien wil iemand me ophalen met mijn kleren, dan douche ik wel op de camping van de BBQ. Of zou er iemand op de top mij opwachten? Wat er zoal niet door je hoofd schiet aan gedachten, om gek van te worden…
Als ik afdaal naar Malaucéne en dan terug moet fietsen wordt het wel erg laat, als ik dat al zou halen. Vanuit Bedoin is het vlakker maar weet ik de route niet. Bij de top maar even bellen wat er mogelijk is.
Daar is Simpson, subdoel gehaald dus ik ben er bijna.
Ik haal een wandelende fietser in (kan dat?), hij geeft te kennen dat dit één beklimming te ver is voor hem. Als de zon nog net langs het observatorium prikt schiet ik het plaatje.
Het laatste lange stuk omhoog, even doortrappen nog. Ik drink het laatste water uit mijn rugzak.
Dan het scherpe bochtje omhoog naar rechts en om 20:18 uur rij ik over de matten: gehaald!
Hè hè, hijg hijg, puf puf, ik kan en wil niet meer.
Ik bel naar een collega, hij blijkt net aangekomen te zijn op de fiets vanuit Bedoin na twee asfaltbeklimmingen vandaag. Ook klasse! Op weg naar de BBQ willen ze me in Bedoin wel bij de bibliotheek komen ophalen.
Er komt weer bewolking opzetten. Ik ga in het laatste restje zon staan om mijn jack aan te doen voor de afdaling, ik heb helaas geen droog shirt bij me. In het eerste deel van de afdaling krijg ik het erg koud, het is 13 graden en mijn shirt is nat. Het voelt alsof je in een koud buitenbad duikt: versnelde ademhaling en rillen. Gewoon volhouden en blijven trappen, het wordt vanzelf warmer, maar wel attent blijven. Er is gelukkig weinig volk op de weg zodat ik de bochten ruim en vloeiend aan kan snijden en dus weinig hoef te remmen. Ik moedig de eenzame klimmers aan, er is er zelfs een met een handbike. Na Reynard wordt mijn shirt droger en krijg ik het warmer, ik swing door de bochten in het bos met een snelheid van soms wel 60 km/u. Even stroomlijnen is voldoende om de 70 aan te tippen.
Bij ‘Le Brun’ zie ik een startlijn met zwarte strepen van autobanden, zal wel voor een heuvelklim wedstrijd zijn. In de avondzon bol ik het laatste stuk uit naar de startplaats in Bedoin. Ik draai om en doe net of ik meteen weer wil starten. Ik krijg meteen commentaar: u mag niet starten, heeft geen licht! Geintje, dat was ik toch echt niet meer van plan. Nadat ik mijn chip voor 10 euro heb weten te verkopen en wat gegeten en gedronken heb rij ik naar de bibliotheek. Op de warme stenen trappen lig ik moe maar voldaan een half uur op mijn rug naar de wolken en de zwaluwen te staren. Een poging om mijn benen wat te stretchen wordt door een krampaanval afgestraft. Niet doen, gewoon gestrekt blijven liggen, uitfietsen komt later wel. Dan arriveert mijn vervoer en gaan we naar de BBQ waar het een gezellig wederzien is met mijn collega’s en we lekker kunnen eten.
Epiloog
Op zaterdag heb ik ongeveer 11 uur op de fiets gezeten, waarvan 9 uur klimmend op de flanken van die kale berg. Zolang heb ik nog nooit op één dag gefietst, zoveel hoogtemeters nog nooit op één dag overwonnen. In totaal heb ik 125 kilometer afgelegd.
De dagen erna herinneren alleen vele jeukende muggenbulten mij nog aan de onplezierige kant van de beklimmingen, dat weerhoud me er niet van met veel plezier en voldoening terug te kijken op deze dag.
Volgende keer wil mijn zoon ook mee en wil ik voor Grandonneur gaan inclusief offroad afdalen en een betere voorbereiding.
“Mont Ventoux, I’ll be backâ€.
27 August 2007 at 15:18
hallo iedereen
Ik ben 16 jaar en heb 21 augustus de Mont Ventoux beklommen. Ik wist dat we daar op vakantie gingen en dacht bij me zelf, laat me toch maar proberen.
Ik heb er eigelijk niet voor getraind en heb ook geen koersfiets. Ik speel wel voetbal en kan goed rijden met een fiets.
Ik heb heel hard afgezien en ben heel diep geweest maar op karakter ben ik er toch geraakt na 3 uur fietsen.
Ik heb alle soorten weer gehad onderweg, eerst warm en veel zon, dan veel wind vervolgens 5°C en dan nog regen. Ik verzeker u die regen is moordend. Je denkt aan niets anders dan blijven trappen, blijven trappen en nog eens blijven trappen.
Ookal ging ik niet vooruit ik ben tog op de top geweest en dat vindt ik een eer als 16- jarige die als hobby voetbal heeft.
Nick
14 September 2007 at 12:16
Nick, knappe prestatie! En goed dat je hebt doorgezet. Je kan trots zijn op jezelf.
13 January 2008 at 08:50
Mont Ventoux 2007
Op een dag besloten Rudi en ik, zoals zovele prille 50-ers, om de Mont Ventoux op te fietsen.
Als beginnende fietsers en met slechts een paar honderd trainingskilometers in de benen, kwamen wij ergens in augustus 2007 aan in een camping in de streek van de Kale Berg. ’s Anderendaags, voorzichtig een tochtje van 74 km gemaakt om te acclimatiseren. Ik beklom mijn eerste echte col, de Col de Fontaube (lengte ?, 655m hoogteverschil), op reserve, want ’s anderendaags was het de Big Day.
Wij rekenden ons uiteraard niet tot de mietjes en er werd dus resoluut gekozen voor de beklimming vanuit Bédoin, die door de meesten als de moeilijkste wordt beschouwd. Ik was dus de morgen van B-day behoorlijk zenuwachtig. Het niet halen van de top zou mijn imago van sportieveling en doorzetter immers een flinke deuk bezorgen. Ik zou in het kamp van de losers belanden en een serieuze desillusie rijker zijn.
We besloten om als opwarming in Malaucène te vertrekken, wat ons 12 km tijd gaf om behoorlijk los te rijden. Op onze weg lag de Col de la Madeleine. Gelukkig maar een klein broertje van de Col de la Madeleine in de Alpen en een molshoop in vergelijking met de “echteâ€, maar ideaal als opwarmertje voor het serieuze werk dat ons te wachten stond.
In Bédoin nog snel een energiereep tussen de kiezen en daar gaan we voor onze eigen “doet ie het of doet ie het nietâ€-uitdaging.
Zoals verwacht vormden de eerste 5 km, tot de bocht van Estève, geen probleem. Even voor de bocht kan je al een stuk zien van wat er je de volgende 8 km onder de wielen zal geschoven worden. Het begint met 10% stijgingsgraad en dit zakt niet onder de 9 %.
Wanneer je een helling van 10 % in profiel ziet, is dat toch even slikken, zeker voor een groentje. Bovendien, zag ik geen andere fietsers met naafversnellingen. Ik begon te twijfelen of een 15 kg wegende Easy Rohler van ID Works met Rohloff-versnellingen wel de keuze goede was.
Waar was ik aan begonnen?
Ik wou mij ook houden aan mijn eerder genomen besluit om, uit solidariteit met Rudi, niet kleiner te schakelen dan versnelling 3. Zijn kleinste versnelling stemde namelijk ongeveer overeen met mijn 3. Om naar mijn gevoel deze versnelling vlot rond te draaien trapte ik iets sneller dan Rudi en liet hem dan ook stilaan achter. We hadden immers afgesproken ieder zijn eigen tempo te rijden.
Zowat 2 km verder begon ik te begrijpen wat men bedoelt met “Il faut avoir du respect pour le Géantâ€. “Le Géant†maakte mij, via een gevoel van beginnende vermoeidheidâ€, duidelijk dat ik voor mijn kunnen te groot trapte. Uit respect voor de reus en wetend dat Rudi een zeer begrijpend en vergevingsgezind iemand was, liet ik mijn solidariteit voor wat ze was en schakelde met nog zowat 14 km voor de boeg naar versnelling 2. Hiermee vond ik gelukkig opnieuw (voorlopig??) het goede ritme. Gerustgesteld door de wetenschap dat ik nog eentje kleiner kon, gaf me dit hoop toch nog de top te kunnen halen.
Op de steilste stukken aarzelde ik nooit lang om ook versnelling 1 te gebruiken. Voor ik aan dit avontuur begon, leek mij dit verzet van 1,60 m per omwenteling van de trappers, belachelijk klein, maar die dag wou ik hiervoor best smalend bekeken worden. Het kon mij geen barst schelen. Als ik de Géant klein wou krijgen, moest ik buigen om niet te barsten en ik had dus geen andere keuze.
Omdat mijn enige doel was de top te halen en ik niet voor een scherpe tijd ging, had ik mijn fietscomputer op “tijd†ingesteld. Bovendien, trachtte ik geen aandacht te schenken aan de kilometerpalen. Zo verloor ik elk besef van afstand. Ik bleef ook steeds voor mezelf herhalen dat de top nog onnoemelijk ver weg was, zodat ik niet begon te hopen dat na de volgende bocht de eerste gebouwen van Châlet Renard in zicht zouden komen. Dit zorgde er ook voor dat ik niet te overmoedig werd. Er moest nog wat reserve achter de kuiten gehouden worden voor het kale gedeelte. Door mijn mentale tactiek, dook Châlet Renard “onverwacht†snel op, wat me dan weer even vleugels gaf.
Omdat ik de Géant wou bedwingen zonder voet aan de grond te zetten, maar hem toch niet teveel wou uitdagen, reed ik een paar rondjes op de parking van de chalet. Ik verorberde nog een energiereep en tankte wat vocht bij, om stiekem wat recuperatietijd te nemen.
Dan gingen we voor de laatste lootjes.
Gelukkig stond er in dit kale gedeelte niet veel wind. Door de groter wordende vermoeidheid had ik ook nog een zorg minder. Versnelling 1 was ondertussen het maximum haalbare en ik moest mij dus niet meer afvragen of ik niet te groot trapte. Kleiner was toch niet meer mogelijk. Nog maar eens het bewijs dat aan alles een positieve zijde te vinden is, al moet je soms ver zoeken.
“En moulinet†ging het dus zeer traag omhoog. Le Géant bleef mij echter goed gezind, want ik kon de pedalen blijven ronddraaien en haalde na ongeveer 2 uur en 35 minuten de top. De keuze voor mijn Easy Rohler bleek dus toch de goede, met dank aan Fietsen Koen, in Kessel-lo.
Enkele minuten later kwam ook Rudi aan. Tijdens een paar trainingstochtjes in de Belgische Ardennen had hij het op de steilere stukken soms moeilijk gehad, zodat ik wat verrast was hem op de top te zien aankomen, na mijn moeizame beklimming en kilometers gemaald te hebben met een miniverzet. Hoe had hij die “grote versnelling†kunnen blijven rondduwen? Ik zou dat nooit voor mekaar gekregen hebben. Rudi, RESPECT!
Boven genoten we van het schitterende uitzicht, vermoeid, maar zeer gelukkig en Ó ZÓ FIER. Wij hadden hem klein gekregen!
O ja, de dag nadien hebben we met dezelfde tactiek de top gehaald vanuit Malaucène en de dag daarna vanuit Sault. Dit hadden we slechts gehoopt in onze stoutste dromen.
Wij beseffen dat voor sommigen een enkelvoudige beklimming van de Mont Ventoux een zondagsritje is, maar voor ons debutanten was dit topsport.
Ieder op zijn niveau.
Wij hebben dit, als groene beginnelingen kunnen presteren, dank zij de vele tips gelezen op http://www.dekaleberg.nl. Dank zij de bezielers van deze website hebben Rudi en ik een prachtig verhaal om te vertellen aan onze kleinkinderen (mochten die er ooit komen).
P.S. Deze positieve ervaring met het beklimmen van cols zorgde ondertussen voor een nieuwe “uitdaging-droomâ€: het volbrengen van de 100 cols tocht in Franrijk. Dit is een tocht van ongeveer 4.000 km met zowat alle bekende cols (meer dan 100 cols in totaal + meer dan 90 côtes) (http://home.planet.nl/~honderd.cols/). Het plan is om in 2009 de tocht te volbrengen met pak en zak, weliswaar over een periode die tot 3 maanden zou kunnen uitlopen. Het is eveneens de bedoeling om tegelijkertijd sponsoring in te zamelen voor de vzw Kids For Uganda (www.uganda.be) via het laten sponsoren van cols en afgelegde kilometers. Dit is uiteraard andere koek dan een enkelvoudige beklimming van de Mont Ventoux. We zijn dan ook al met de trainingen begonnen.
3 January 2010 at 20:59
3 juli 2009
Je suis un Cinglé du Mont Ventoux (ik ben een Malloot van de Mont Ventoux)
Wat er aan vooraf ging.
Het is op een mooie zaterdagavond. Na afloop van het Spektakel van Steenwijk (Rondjes rond de kerk na de Tour de France) stonden Kees van de Velde en ik onder het genot van een pilsje bij een lantaarnpaal voor de Bieb te praten over van alles en nog wat, maar vooral over het fietsen. Ik zei tegen Kees: “Ik zou de beklimming van de Mont Ventoux wel eens willen doenâ€. Kees zei daarop heel spontaan: “Dan ga ik met je meeâ€, gelijk roepend naar Geert: “Ga je mee naar de Mont Ventoux?â€
Henny Kleene hoorde iets en kwam er ook bij staan. Henny zei: “Als jullie naar de Mont Ventoux gaan, dan ga ik ook mee.â€. En zo werd het plan gemaakt om het jaar daarop naar de Mont Ventoux te gaan.
Vanuit Mollans sur Ouvèze zijn we een paar jaren achtereen in dat gebied actief geweest en hebben we vanuit Bedoin, Malaucène en Sault de Mont Ventoux beklommen. Zo is de liefde voor deze berg voor mij begonnen en door gegroeid. Vorig jaar hebben Jopke en ik samen de Kale Berg (zo wordt de Mont Ventoux ook wel genoemd vanwege het maanlandschap gedurende de laatste zes kilometer naar de top) vanuit Malaucène beklommen. Jopke heeft in het jaar 2004 de Cinglé gefietst. Dat wil zeggen dat je in één dag drie keer de beklimming naar de top doet vanuit drie verschillende plaatsen: Bedoin (de sportieve kant, 21 km en gem. 7,6% stijging), Malaucène(eveneens 21 km , het gemiddelde stijgingspercentage ligt iets lager dan vanuit Bedoin, maar ook dit is een pittige klim (Hennie Dokter en Geert Kleene weten daar over mee te praten) en tenslotte vanuit Sault (men noemt dit de “watjeskantâ€, maar deze is wel 26 km lang en de laatste zes kilometer hebben een stijgingspercentage van 7,6 %, waarbij de laatste kilometer oploopt naar soms meer dan 10% (denk aan de steen op de Holterberg – nog geen 100 meter 10%)
Vorig jaar heb ik besloten ook de Cinglé te gaan fietsen. Uiteraard moet je daarvoor gaan trainen. Ik hou niet zo van trainingsschema’s maar stap liever op de fiets om zo de nodige conditie te krijgen. Begin maart zijn we met de camper naar de Côtes d’Azur vertrokken om daar de nodige hoogtemeters te fietsen(25000). Daarna stond de Ronde van Nederland op het programma en vervolgens nog de Petit Tour de France. Deze opbouw leek me perfect om het uiteindelijke doel, de Cinglé, te gaan fietsen. Afgelopen winter had ik me al aangemeld bij Monsieur Cristian Pic in Sorbiers (Frankrijk) De heer Pic stuurde daarna de benodigde documenten toe zoals stempelkaart, kaderplaatje en uiteraard de spelregels.
Je mag zelf bepalen op welke dag je de Cinglé wilt fietsen. De weersomstandigheden moeten goed zijn en als er een mistral waait, dan kun je er beter niet aan beginnen, want dan waai je bijna van de berg af.
Op 26 juni zijn we naar Frankrijk vertrokken en na enig wikken en wegen heb ik besloten om op vrijdag 3 juli deze uitdaging aan te gaan. In de dagen voorafgaand liepen de temperaturen alleen maar op en overdag was het inmiddels 36 graden geworden. Te warm om de Mont Ventoux te beklimmen.
Op 2 juli zaten we op een terras in Mollans sur Ouvèze en troffen daar toevallig bekenden van Jopke, Fred en Betty. Fred heeft ook al eens de Cinglé gedaan en wil nog eens ’s nachts bij volle maan de beklimming doen. Van het een kwam het ander en aangezien Jopke de beklimming één keer zou doen, besloten we `s morgens heel vroeg te vertrekken.
“De Cingléâ€
Om 3.00 uur ratelde de wekker ons uit een diepe slaap. Alles was voorbereid. Snel een boterham en een vitaminedrank, de fietsen waren geprepareerd. Het kaderplaatje was aan het frame gemonteerd en om 3.45 uur vertrokken we van de Camping Municipale in Bedoin. Om 3.50 uur passeerden we de marmeren startlijn. Het was aardedonker! Waar zijn we aan begonnen dachten wij. Zo’n vroeg vertrek was eigenlijk niet voorzien. We hadden dus geen licht aan de fiets. In het dorp konden we de weg wel zien, maar zodra we de laatste straatlantaarns gepasseerd waren was het zo donker dat we de weg nauwelijks konden volgen. Op een bepaald moment moet je linksaf naar de Mont Ventoux. We waren niet helemaal zeker en Jopke zou afstappen om te kijken of we de goede afslag namen. Helaas gebeurde dat afstappen een beetje vreemd en Cervélo en Jopke lagen in het pikdonker midden op straat. Gelukkig waren er geen lichamelijke of materiële problemen en we konden weer verder. Ik had een zonnebril opgedaan vanwege de te verwachten zonneschijn in de loop van de dag, maar kon daar natuurlijk niet mee kijken. Jopke zag de straat iets beter en ik volgde haar witte fietsshirt, over de bril heen kijkend. Op een bepaald moment reed ik vooraan en op de GPS zag ik dat er een bocht moest zijn maar door het donker kon ik de weg niet zien. Om te voorkomen dat ik in het struikgewas terecht zou komen ben ik maar afgestapt en riep ik naar Jopke dat ik stil stond om te voorkomen dat ze tegen mij aan zou rijden. Jopke is daarna weer voorop gaan rijden en zo zijn we langzaam maar zeker de berg op gegaan. Na St. Estève, wanneer je een bocht naar links maakt begint het echte klimwerk. We hadden afgesproken dat we elk ons eigen tempo zouden rijden. Ik liep langzaam maar zeker op Jopke uit en na elkaar een fijne tocht gewenst te hebben zijn we individueel verder gegaan. Soms was er luid geritsel in het bos. Wat zou het zijn? Een vos? Een wild zwijn? Door fietsen. Na 15 kilometer kom je bij Chalet Reynard. En inmiddels was er voldoende licht. Dat probleem was overwonnen. Nu nog de 6 steile kilometers naar de top. Gemiddeld 7,6%. Het is stil op dit uur van de dag. Geen fietsers, geen wandelaars of andere toeristen. Om 6.03 uur bereik ik de top. Tot mijn stomme verbazing loopt daar een groep franse Nordic Walkers. Waarschijnlijk om te genieten van de opkomende zon. Toen ik één van hen vertelde dat ik vandaag drie keer de Kale Berg zou beklimmen viel hij bijna om van verbazing en maakte hij direct aan de anderen bekend wat die Hollander vandaag van plan was. Toen ik hem vertelde dat mijn vriendin zo meteen ook boven zou aankomen dacht hij dat ze in de auto zou komen. Toen Jopke echter enkele minuten later ook boven aankwam, niet in de auto maar op de fiets, begreep de oude heer er niet veel meer van. Hij wenste ons verder een bon journée.
In de stempelautomaat even een datum- en tijdstempel gehaald. Op de top is het 12 graden. Fris, maar ik ben daar wel eens geweest bij veel lagere temperaturen. Toch maar mouw- en beenstukken en een windjack aan gedaan en na afscheid van Jopke te hebben genomen (zij zou weer afdalen naar Bedoin) ben ik aan de afdaling naar Malaucène begonnen. Rustig aan, want de dag was nog niet voorbij en er moesten nog veel kilometers afgelegd worden. Toch nog een topsnelheid van 78 km gereden. Onderweg stond een ree midden op de straat, maar toen hij de suizende banden hoorde maakte hij zich snel uit de voeten.
Twee dagen tevoren hadden we bij de bakker op de hoek in Malaucène geïnformeerd hoe laat hij de winkel zou openen zodat ik daar kon stempelen. Om 6.00 uur ging hij open, dus dat was geen probleem.
Ik was bezig me weer te ontdoen van been- en mouwstukken toen ik mijn naam hoorde roepen. Jopke! Ook zij was afgedaald naar Malaucène met de bedoeling om via de Col de la Madeleine weer terug te fietsen naar Bedoin. Ze had dit van te voren niet gezegd om me niet zenuwachtig te maken zei ze. Nadat we opnieuw afscheid hadden genomen ben ik aan de 2e beklimming begonnen. Inmiddels was het 7.00 uur geworden. De eerste fietsers richting de top was ik aan de voet van de berg tegen gekomen. Later zou ik één van hen inhalen, maar die zat dan ook helemaal stuk en zou op dat moment liever in zijn bedje hebben gelegen.
Om 9.13 uur bereikte ik de top voor de 2e maal. Het winkeltje was nog dicht, dus alleen een stempel gehaald bij de automaat. Inmiddels waren een aantal fietsers op de top aanwezig. Sommigen met begeleiding van een auto. Een mevrouw was zo vriendelijk even een foto van mij te maken en daarna ben ik begonnen aan de afdaling naar Sault. Ik kwam vele fietsers tegen die zwoegend en zwetend op de pedalen stonden. Zij konden niet weten dat ik de beklimming inmiddels al twee keer had gedaan die morgen. ( en nog niet eens van de “watjeskantâ€) In Sault heb ik een stempel (tampon heet dat in het Frans) gehaald bij de VVV (Bureau de Tourisme)
Nadat ik de Camelbak had gevuld heb ik even plaats genomen op het muurtje tegenover de VVV om een banaan en een broodje te eten. Ik trof daar een Brabander die vertelde dat hij ook een Cinglé du Mont Ventoux was en inmiddels in zijn sportieve leven al 40 x de Mont Ventoux op gefietst was. Er zijn dus meer liefhebbers!
Om 10.52 uur ben ik uit Sault vertrokken voor de laatste beklimming. Inderdaad, tot aan Chalet Reynard redelijk te doen, maar dan komt nog het stuk van 6 kilometer door het maanlandschap. Op dat stuk tref je veel fietsers die de Mont Ventoux ook eens willen doen. Voor sommige van hen betekent dit lopen, want de berg is moeilijker te bedwingen dan menigeen denkt. Toch komen de meeste van hen op de top en zal men er jaren later nog over spreken. Ook ik heb moeten afzien dat laatste stuk, maar uiteindelijk kom ik voor de 3e keer boven. Een vriendelijke Belg heeft even een foto gemaakt. Het is dan gezellig druk. Het winkeltje is open. Dus nu kan ik een stempel halen. Alleen de laatste stempel, van begin- en eindpunt ontbreekt dan nog.
Ik heb slechte herinneringen aan de afdaling naar Bedoin. Ik ben daar nl. bij hoge snelheid een keer de stenen in geduikeld. Wonder boven wonder is dat toen goed afgelopen, maar met die herinnering in mijn gedachten heb ik het nu rustig aan gedaan.
Om 13.45 uur was ik terug in Bedoin. Een stempel van de wielerzaak completeerde het viertal en daarmee was mijn doel bereikt: 140 km. en 4213 hoogtemeters op de teller. 10 uren onderweg, waarvan 1 ½ uur in het donker.
Toen ik de camping op reed zag ik van verre mooie slingers hangen en kon ik de hartelijke felicitaties van Jopke in ontvangst nemen. Er stond een emmer klaar met heerlijk koud water waarmee ik het zout van mijn gezicht kon spoelen. Jopke zei, dat ze wist wat ik nodig had na zo’n zware tocht. Ze had gelijk: een emmer koud water over je kop.
Jannes Westerhof